De crisis is het feestje dat niet doorging

De ‘onzichtbare’ crisis is zichtbaar geworden op de Balkan. Overal wordt in de salarissen gesneden, of later uitbetaald. „Heb jij nog een baan voor mij?”

De economische crisis is zo’n onderwerp dat bij het toetje indirect nog even ter sprake komt. „Trouwens, ik wacht nog steeds op mijn salaris van maart.” Soms is het een vriend die, als de ander naar de wc is, even op gedempte toon uitlegt waarom die zo terneergeslagen lijkt en de laatste tijd geen zin heeft uit te gaan. „Al maanden niet uitbetaald.”

Hoewel ik op de Balkan woon, het armere deel van Europa, kon ik de wereldwijde financiële crisis eerst niet goed zien. Net als ‘verdampte overwaarde’, zie je bijvoorbeeld ‘moeizame kredietverstrekking’ niet direct terug in het straatbeeld. Maar de crisis is er echt. Hij is het feest in september dat plotseling niet doorging omdat er geen geld was. Hij is de geschrapte reiskostenvergoeding, waardoor het voor Ceca met haar lage salaris haast niet meer de moeite waard is om naar haar werk te gaan. Hij is de betalingsachterstand van werkgevers. Hij is het chronische gebrek aan cash. Het is in een jaar tijd in mijn vriendenkring sluipenderwijs heel gewoon geworden dat iets even niet mogelijk is.

De crisis is ook Tsvetelina die niet komt logeren. Het is nu al de tweede keer dat deze Bulgaarse vriendin afzegt voor een weekeindje Belgrado. De reden was beide keren dezelfde: de baas heeft besloten haar salaris te korten. 20 procent eraf dit keer. Flarden uit een chatgesprek begin december, waarin ik weinig terug wist te zeggen: „Ik hoorde gisteren dat ze onze salarissen pas in het nieuwe jaar gaan betalen. Ik krijg mijn overuren van de afgelopen maand ook pas in januari. Ik kan niet komen.”

„Soms denk ik dat ze die economische crisis misbruiken. Ze geven je ook continu het gevoel dat je je baan kunt verliezen.”

„Ik heb nog mazzel met 20 procent, bij sommige collega’s is het veel meer.”

„Ik durf geen plannen te maken voor de komende maanden.”

Drie jaar geleden overwoog ze – inmiddels 34 – nog serieus een appartement te kopen en op haarzelf te gaan wonen. Nu is ze blij dat ze toen besloot in plaats daarvan mee te betalen aan de gezinswoning van haar ouders. Haar vader, een gepensioneerde kiepwagenchauffeur, bouwt gestaag kamers en keukens op een klein stuk land aan de rand van Sofia. Eerst voor haar oudere zus. Nu een keuken, badkamer en slaapkamer voor Tsvetelina. Voor de bouwmaterialen heeft ze een lening genomen.

Uit Roemenië komen vergelijkbare berichten. Carmen, chef bij een groot radiostation, heeft een minder prestigieuze baan aangenomen, nadat haar salaris de afgelopen twee jaar met 50 procent is gekort. Dat kan in Zuidoost-Europa, want de helft van een inkomen bestaat vaak uit ‘bonussen’ (regulier salaris verkleed als gunst), waarover geen sociale premies en belastingen worden betaald en die gemakkelijk kunnen worden geschrapt.

Ze ging grofweg van 1.500 euro naar 700, nog altijd niet slecht voor Roemenië. Toen ik haar deze week belde om te vragen hoe het was, klonk ze somber. Vlak voor de kortingsronde had ze haar dochtertje naar een privéschool gestuurd, in de hoop dat zij later een beter betaalde carrière in het buitenland krijgt. Nu is dat eigenlijk te duur. Het gesprek eindigde zoals steeds meer gesprekken worden afgerond: als jij nog ergens een baan weet?

De Serviërs om me heen waren eind 2008, toen wereldwijd banken moesten worden gered zoals altijd, vol bravoure en met een vleugje zwarte humor. 10 procent voorspelde economische krimp en dat vind jij zorgelijk? Ha! In de jaren negentig hadden we 1000 procent hyperinflatie. Per dag. Banken vielen om. Spaargeld verdampte. Mietje.

Oorlog, sancties en NAVO-bombardementen zijn natuurlijk duizend keer erger dan dalende koersen. Relativeren is goed. Maar na twee jaar is de grap er geloof ik af.

In de kroeg ving ik toch nog een Servisch crisismopje op: een jonge Serviër die zoals zo velen naar Wenen is geëmigreerd, belt zijn in Servië achtergebleven oma voor financieel advies. Hij klaagt, want alles is duurder, banen zijn schaars. Hij overweegt zelfs terug te verhuizen naar Servië.

„Ach jongen”, zegt oma, die immers net de jaren negentig heeft doorgemaakt, geruststellend. „Neem toch gewoon een lening.” Ja maar oma, de banken hier zeggen dat dat onverstandig is, wat als ik het niet terug kan betalen?

„Och. Je betaalt de ene maand wel, de andere niet. Je koopt wat buitenlandse valuta in. Je verkoopt ze op het moment dat ze veel waard zijn en koopt weer in als de koers laag is. Eventueel neem je een creditcard om je lening mee af te betalen.” Dank oma, dank. Dat zal ik doen. En wat als ik ook de creditcard niet meer af kan betalen? „Dan volgen de bombardementen.”