Cijfertrucs spelen een hoofdrol in campagnes

Bij het doorrekenen van alle verkiezingsplannen onderschat het CPB de nadelen van saneringen en overschat het de voordelen. Fijn voor mooiweerpolitici.

Politici zijn illusionisten. Want hoe kan het bestaan dat vrijwel alle politieke stromingen de komende jaren meer dan 30 miljard euro op de overheidsfinanciën denken te besparen, maar dat burgers daarbij nauwelijks koopkracht verliezen?

Vanavond mogen acht lijsttrekkers in het eerste grote televisiedebat op RTL 4 uitleggen waar de pijn zit in hun plannen – de economie staat centraal. Dat vereist magische krachten.

In de gemodelleerde werkelijkheid van het Centraal Planbureau (CPB) kan het inderdaad gebeuren dat de burger niets in zijn portemonnee zal voelen, zoals sommige politici beloven. Voor die paradox van extreme saneringen bij de overheid en de voorgespiegelde rust voor de individuele burger zijn een aantal oorzaken.

Allereerst heet het dat het Centraal Planbureau de effecten van verkiezingsprogramma’s ‘doorrekent’. Maar de plannen die partijen bij het CPB inleveren, hoeven niet te stroken met het verkiezingsprogramma.

Directeur Coen Teulings zei vorige week niet eens naar die verschillen te kijken, daar is het CPB niet voor. Het bureau analyseert sec de plannen die partijen indienen – of die nu van de programma’s afwijken of niet. Het CPB is geen democratisch controleorgaan, maar een bureau voor beleidsanalyse.

Zo kon de PvdA een ander AOW-plan bij het planbureau aanmelden dan in het verkiezingsprogramma staat. Het was de afgelopen dagen bron van de verwarring die de verkiezingscampagne domineerde. PvdA-leider Job Cohen betuigde er vanochtend zijn spijt over. De aanpak van de PvdA was „niet goed”, het is een „fout geweest” om dat te doen.

De sociaal-democraten zijn niet de enigen die een ander gezicht tonen bij het loket van het planbureau. Hield het CDA zich in zijn programma op de vlakte over de kilometerheffing, bij het CPB zetten de christen-democraten een streep door het rekeningrijden van CDA-minister Camiel Eurlings en meldden zij een nieuwe variant aan waarbij automobilisten straks 4 à 5 cent per kilometer betalen in plaats van vaste autobelastingen – ongeacht wanneer en waar zij rijden.

Het verschil in beelden wordt versterkt door de beperkte tijd die het CPB ditmaal had om de plannen van politici te analyseren. De economen uit Scheveningen kondigden dit ruim van tevoren aan. Het biedt nu een verklaring voor opmerkelijke uitkomsten.

Vervolg Bezuinigingen : pagina 15

Partijen profiteren van ‘weglekken’

Zo was het CPB niet in staat om koopkrachteffecten goed te berekenen. Teulings en de zijnen hebben zelfs even met de gedachte gespeeld om helemaal maar geen cijfers hierover te publiceren. Het enige berekende koopkrachtcijfer is een totaalbedrag voor de wijziging in het beschikbaar inkomen van huishoudens tot en met 2015. Gevolgen voor de inkomensverdeling zijn onbekend. En, nog belangrijker, alle lastenverzwaringen die na 2015 worden geïntroduceerd tellen niet mee.

Juist vanaf 2015 kiezen veel partijen voor drastische ombuigingen, bijvoorbeeld op het vlak van verhoging van de AOW-leeftijd, versobering van de hypotheekrenteaftrek of stelselmatige verhoging van de huren.

De linkse partijen hebben daar ook ideologische redenen voor. Zij vinden de economie te broos om nu al fors te bezuinigen. Zij houden vast aan de Keynesiaanse benadering dat de overheid de vraaguitval in de samenleving moet opvangen. Het is mooi meegenomen dat bij de prognose van het begrotingstekort op lange termijn alle maatregelen vanaf 2015 voor het volle pond meetellen. Het CDA heeft in 2020 de AOW-leeftijd al met 2 jaar verhoogd, de PvdA doet dit vijf jaar later. Maar voor de verbetering van de overheidsfinanciën maakt het niet uit: beiden mogen van het CPB 4,6 miljard euro progressie inboeken.

CDA-minister Jan Kees de Jager kondigde eerder deze maand het einde van de Keynesiaanse ‘revival’ aan. Het CDA hakt op korte termijn harder in de overheidsfinanciën, de VVD ook. Maar de meeste pijn zit pas na 2015. Zie het plan van de liberalen om de huurtarieven 57 procent extra te laten groeien. Het is een belangrijke verklaring waarom de koopkracht bij de VVD niet scherp daalt.

De rechtse partijen profiteren er op hun beurt van dat het CPB niet de macro-economische effecten op middellange termijn berekent. Linkse partijen mogen bang zijn dat de economie kapot wordt bezuinigd, in de analyses wordt dit niet meegnomen. De wijze waarop de hardere bezuinigingen van met name VVD en CDA de economie beschadigt is onbekend. En alle partijen profiteren ervan dat tijdelijke ‘weglek’-effecten van bezuinigingen – op korte termijn gemiddeld zo’n 40 procent van de getroffen maatregelen – genegeerd worden.

Bij het regeerakkoord kan dat nog tot onwelkome verrassingen leiden. Dán heeft het planbureau wel genoeg tijd om gedragseffecten, koopkrachtplaatjes en netto/bruto-verschillen in kaart te brengen. Het zal ertoe leiden dat de miljardenbedragen waar nu mee gepocht wordt onhaalbaar blijken. Dat resultaten van voorgenomen beleid tegenvallen en dat de burgers toch iets meer in hun portemonnee voelen dan nu door sommigen wordt voorgespiegeld.