Cameron zet in op zuiniger overheid

Nog geen twee weken na haar aantreden wil de conservatief-liberale regering van het Verenigd Koninkrijk er geen misverstand over laten bestaan dat gezond maken van de overheidsfinanciën het belangrijkste oogmerk is.

„De allereerste prioriteit is het overheidstekort terug te brengen en economische groei te herstellen”, zei koningin Elizabeth II in de traditionele troonrede waarmee zij gisteren het parlement opende na de verkiezingen van 6 mei die voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog noopten tot een coalitieregering. Deze wordt geleid door de Conservatieve premier David Cameron.

Binnen een week waren Cameron en de leider van de kleinere Liberaal-Democratische partij, Nick Clegg, het eens over een nieuwe regering. Nog geen twee weken later presenteerden zij voorstellen voor eerste bezuinigingsmaatregelen ter grootte van 6,2 miljard pond (7,3 miljard euro). Het merendeel moet nog dit jaar worden gerealiseerd.

Het totale pakket betreft weliswaar maar 1 procent van alle Britse overheidsuitgaven, maar het raakt alle ministeries. Van de gemeenten wordt de grootste inspanning verlangd: zij moeten bijna 20 procent (1,2 miljard pond) voor hun rekening nemen.

De coalitie wil met de snelle afkondiging van deze ingrepen niet alleen eensgezindsheid uitstralen en twijfel wegnemen over haar vermogen compromissen te smeden. Ze wil zich ook nadrukkelijk onderscheiden van de vorige Labour-regering en laten zien dat zij niet bang is impopulaire maatregelen te treffen.

„Het programma van mijn regering zal gebaseerd zijn op de principes van vrijheid, redelijkheid en verantwoordelijkheid”, aldus de koningin in het Hogerhuis. Haar troonrede bevatte een opsomming van wetsvoorstellen, waarvan de meeste al waren aangekondigd of uitgelekt. Daaronder het plan het Lagerhuis voortaan een vaste termijn van vijf jaar te geven en een referendum over aanpassing van het kiesstelsel te houden. (AP, Reuters)