Bestuurder moet wennen aan kleiner bord spaghetti

Weg met de waterschappen, minder leden in het parlement, ministeries schrappen. Het levert geld op en meer efficiëntie. Maar is het ook goed?

Staat het openbaar bestuur in Nederland aan de rand van de afgrond? Wie op alle alarmerende verhalen afgaat, zou dat bijna geloven. De kloof tussen de burger en het bestuur is groter dan ooit, zegt bijvoorbeeld de Raad voor het Openbaar Bestuur, het belangrijkste adviesorgaan op dit terrein. Er móét iets gebeuren, beklemtoonde voorzitter Jacques Wallage eerder dit jaar. „Nederland kan zich niet nog eens zestig jaar stilstand kan permitteren.”

Tegelijkertijd zwelt de kritiek op de inrichting van het openbaar bestuur aan. In het onvermijdelijke jargon: er is sprake van bestuurlijke drukte. Bestuurslagen overlappen elkaar (‘bestuurlijke spaghetti’) en daardoor verliest de overheid haar slagvaardigheid. In gewonemensentaal: te veel bestuurders houden zich bezig met één onderwerp en er is niemand die er écht over gaat. Dat kost te veel geld, zeker in financieel zware tijden. De politieke partijen willen hier dan ook fors op bezuinigen.

Herinrichting van het openbaar bestuur is alleen niet zo’n sexy onderwerp. Niet voor niets beperken politici zich in de campagne tot leuzen als „kleinere, slagvaardige overheid”. Maar de gevolgen zijn ingrijpend. Het gaat om het afschaffen van waterschappen en provincies. Om de banen van duizenden ambtenaren. De discussie speelt al decennia, maar tot nu toe is er weinig bestuurlijke vernieuwing van gekomen.

Eigenlijk is dat niet zo vreemd; het is moeilijk met de kalkoen het kerstdiner te bespreken. Een paar voorbeelden. Bijna alle politieke partijen willen het aantal departementen terugbrengen, maar als er een kabinet wordt gevormd willen diezelfde partijen het liefst zo veel mogelijk ministers leveren. Dan maar geen ministeries schrappen. Politici willen de waterschappen – een van de oudste democratische organen ter wereld – afschaffen. Maar dat stuit op weerstand van partijgenoten die een bestuursfunctie bij een waterschap uitoefenen.

Het aantal Eerste en Tweede Kamerleden terugbrengen? Het is lastig snijden in eigen vlees.

Toch lijkt herinrichting van het openbaar bestuur, onder druk van de financieel-economische crisis, nu wél binnen handbereik. Uit de verkiezingsprogramma’s blijkt dat alle politieke partijen dit thema hoog op hun lijstjes hebben staan. Zij willen flink besparen door te snijden in provincies, gemeenten, waterschappen en departementen. Deze bezuinigingen zijn bovendien makkelijker aan de kiezer te verkopen dan het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek of het verhogen van de AOW-leeftijd.

De toverformule in de programma’s is een „efficiëntere en goedkoper opererende overheid”. De voorstellen daartoe zijn divers. Het ene lijkt simpelweg door de noodzaak tot bezuinigen ingegeven, het andere is van idealistische aard – zoals de gekozen burgemeester en het referendum (GroenLinks en D66).

Het samenvoegen van departementen noemen de meeste partijen in hun programma. Het verschil is dat GroenLinks al precies voor ogen heeft welke acht ministeries er moeten overblijven, terwijl de anderen zich daar nog niet (zo concreet) aan wagen. Het lot van de waterschappen lijkt definitief beslecht: nagenoeg iedereen vindt dat ze bij de provincies moeten worden ondergebracht. Het afschaffen van de Eerste Kamer, zoals GroenLinks en PVV willen, is in andere programma’s niet terug te vinden. De vermindering van het aantal Kamerleden wel. De Tweede Kamer, die nu 150 leden telt, moet terug naar 100 leden, de Eerste Kamer (nu 75 leden) naar 50.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gaat verder door te pleiten voor het opheffen van gemeenten. Maar niet alleen gemeenten, ook provincies, regionale bestuurslichamen en deelgemeenten moeten verdwijnen. De VNG wil de reeks bestuurslagen radicaal afbreken en vervolgens „sterke regio’s” creëren die de taken van provincies, waterschappen en gemeenten op zich nemen. De besparing loopt in de miljarden euro’s, zegt directeur Ralph Pans.

Dat het bij de herinrichting van het bestuur alleen maar over bezuinigingen gaat, dát stuit vicepresident Herman Tjeenk Willink van de Raad van State tegen de borst. Tot nu toe mist hij een politieke visie, zei hij in april bij de presentatie van zijn jaarverslag. Hij heeft forse kritiek op partijen die alleen vanwege de bezuinigingen grote structurele wijzigingen willen aanbrengen. Bezuinigingen waar geen samenhangende, politieke visie achter ligt, zullen uiteindelijk juist duurder uit pakken, betoogde Tjeenk Willink.

Ook het Centraal Planbureau, dat vorige week de doorberekeningen van de verkiezingsprogramma’s presenteerde, twijfelt aan de haalbaarheid van de ingeboekte bezuinigingen op het openbaar bestuur. In het verleden is ook al gebleken dat hiervan weinig terecht kwam. Zo zou het vorige kabinet flink gaan snijden in het aantal ambtenaren, maar de grote afslanking van de Rijksoverheid laat nog altijd op zich wachten.

Dat er iets moet gebeuren in het openbaar bestuur, staat vast. Maar of er dit jaar kalkoen op het kerstmenu staat? Dat moet nog blijken.

Dit is deel 2 van een serie over maatschappelijke thema’s en verkiezingsprogramma’s. Morgen op de pagina Nederland & Europa: immigratie.