Zwevende coalities

Over twee weken en één dag worden de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen gehouden. De campagne daarvoor is nu in volle gang. Dominerend lijken opnieuw de tv-debatten tussen de lijsttrekkers te worden, en wat daarvan tot nu toe te zien en te horen was, stemt niet bijster vrolijk.

RTL leek er bij het ‘premiersdebat’ zondag op uit te zijn de inhoudelijke discussie tot een minimum te beperken. Van serieuze journalistieke begeleiding was geen sprake. De presentatoren kaartten aantoonbare onwaarheden die de lijsttrekkers van CDA, PvdA, VVD en PVV over elkaars programma’s debiteerden, niet aan. En na afloop bogen vier studiogasten die als deskundigen waren opgevoerd en van tevoren hun politieke voorkeur kenbaar hadden gemaakt, zich als voetbalanalisten over het debat. Dat moest en zou blijkbaar, als ware het een wedstrijd, een winnaar hebben. Een snelle peiling onder kijkers wees uit dat deze vier kennelijke kenners niet helemaal de gevoelens van het volk vertolkten.

De grote vraag blijft wat de invloed van zulke debatten is op de groeiende groep van zwevende kiezers. Dat die groep omvangrijk is, stelde het opiniebureau Synovate zaterdag vast in een artikel in NRC Weekblad. Het bureau becijferde op basis van gepeilde kiezersvoorkeuren dat 75 van de 150 Kamerzetels van partij zullen wisselen. Dat is nogal wat, maar ook een bevestiging van een trend die al in de jaren negentig werd ingezet. De kiezer mag graag zweven, het aantal trouwe kiezers neemt gestaag af.

Er valt dus voor partijen veel te winnen en te verliezen. Partijprogramma’s, informatie in de media en stemwijzers via internet zullen hun bijdrage leveren aan deze winst- en verliesrekeningen als de kiezers een inhoudelijke afweging maken. Tv-debatten die worden opgeleukt met toeters en bellen lijken er vooral atmosferisch toe te doen. Maar ook dat telt mee.

De CPB-analyses van de partijprogramma’s wezen vorige week uit dat de verschillen tussen de partijen groot genoeg zijn om kiezers duidelijke keuzemogelijkheden te bieden. De kiezer kan uitmaken of hij het begrotingstekort, de werkgelegenheid, de sociale zekerheid, het klimaatbeleid of nog een ander thema het zwaarst wil laten wegen.

Maar in alle gevallen moet hij daarna afwachten wat er met zijn stem gebeurt. Dat is inherent aan het Nederlandse systeem, waarbij het parlement wordt gekozen en niet de regering. Het is daarom gewenst dat de politieke partijen op dat punt meer duidelijkheid bieden. Ze kunnen de aarzelende kiezer een dienst bewijzen door vooraf aan te geven welke coalitie hun voorkeur heeft. Gaat de VVD het liefst met CDA en PVV regeren? Wil het CDA wel in een kabinet als het niet de grootste partij wordt? Prefereert de PvdA een coalitie met alleen linkse partijen?

Het land moet geregeerd worden en verkiezingsuitslagen kunnen gecompliceerd zijn, dus partijen kunnen zich niet volledig aan hun voorkeurscoalitie binden. Maar meer duidelijkheid dan ze nu meestal bieden, mag er best komen.