Zelfs het woord voor hard is zacht in Duits

NRC-redacteuren beleven tijdens de eindexamens hun ‘slechtste’ vak opnieuw. Vanochtend was dat Duits (havo).

Haar lessen zijn stukken aantrekkelijker geworden, zegt Betty Rutgers, docent Duits op het Pieter Nieuwland College in Amsterdam. Dat komt goeddeels door het ‘smartboard’, waarop ze bewegend beeld kan tonen. En ook Louis van Gaal doet een duit in het zakje. Laatst liet Rutgers een gesprek met de coach van voetbalclub Bayern München zien. Leerlingen mochten bedenken hoe hij zijn uitspraak zou kunnen verbeteren. Ze hadden dolle pret.

Ook de examenteksten zijn „geschikter” dan pakweg tien jaar geleden, meent Rutgers. „De onderwerpen liggen dichter bij de leerlingen. Dit jaar ging het bijvoorbeeld over paparazzi en mobieltjes. En dan denk ik: hee leuk. Vroeger dacht ik nooit: hee leuk.”

Haar leerlingen waren vanochtend het meest enthousiast over de eerst tekst. Rutgers: „Er stond een foto van een sexy meisje bij.” Ze zag de ogen van haar leerlingen oplichten. „En tekst 4 vonden de leerlingen grappig, die ging over pinguïns.” Rutgers vond de toets goed te doen. „Eigenlijk makkelijk”. Leerlingen klaagden alleen over de semiwetenschappelijke tekst van Wikipedia over bio-energie (tekst 8). Die vonden ze saai.

Het vak Duits is redelijk populair, zegt Rutgers. Ongeveer één op de drie havisten op het Pieter Nieuwland kiest ervoor. Het geldt als een licht vak, weet Rutgers. Haar pupillen staan er na de schoolexamens al vrij goed voor.

In 2012 mogen eindexamenkandidaten onvoldoendes voor het centraal examen niet langer compenseren met hoge cijfers voor de schoolexamens. Die compensatie was ooit mijn redding.

Negen jaar en acht dagen geleden. Examen Duits, op een andere school in Amsterdam, nog in de oude stijl (mammoetwet). Om met een 6 voor Duits te kunnen slagen, moest ik een 3,5 halen voor de tekstverklaring. En dat was bepaald geen sinecure. Toch heb ik de avond voor dat examen in een bar gewerkt, blijkt uit mijn oude schoolagenda. Ik nam het stigma ‘pretpakket’ (vijf moderne talen, twee oude en geschiedenis) nogal letterlijk. En tekst verklaren kon je toch niet voorbereiden, verzekerden mijn klasgenoten en ik elkaar. De hubris van pubers.

Diezelfde overmoed deed ons een aanzienlijk deel van de lessen Duits spijbelen. Waarom Heine lezen als je ook kunt schaken in het café? Van de slappe kaft van Ein Wintermärchen draaiden we filters voor joints. Aan Duits had je verder niet zoveel, meenden we. Wat hoegenaamd niet meewerkte waren de verhalen van mijn oma, die het vertikte ook maar een voet in Duitsland te zetten. Als ze naar Polen wilde, reed ze liever om.

En hoe vaak en schitterend onze leraar ook Bach voor ons zong, wij wilden naar buiten. Hangen, ouwehoeren, beminnen. Dat ik er voor Duits nog aardig voorstond, dankte ik aan het schoolonderzoek literatuur, dat in het Nederlands werd afgenomen. Ik las tien meesterwerken – in het Nederlands – en kreeg een 10. Over boeken discussiëren, dat kon ik wel.

Maar alle moed zonk me in de schoenen toen ik op 17 mei 2001 in de gymzaal zat. Vraag 1: of de tweede en derde zin van een krantenartikel zich als Einschränkung, Erklärung, Folge, Schlussfolgerung of Steigerung tot de eerste zin verhielden. Hoe weet je dat als je niet meer dan een vage notie hebt van wat er staat? Ik voelde me akelig dom. En haalde een 4,6.

Pas toen ik vier jaar later voor mijn studie naar Berlijn verhuisde, begreep ik het. Duits. Zo mooi.

Dit inzicht dank ik niet aan de taaie wetenschappelijke literatuur die ik daar te verstouwen kreeg. En het komt niet door degelijke begrippen als Magisterarbeit, Forschungsseminar, Historikerin. Nee, het waren woorden als Fernweh, immerhin, Löffelchen. En de ontdekking dat zelfs het Duitse woord hart zo zacht klinkt. Dat hoorde ik misschien pas zoveel later, omdat ik eerder niet wilde luisteren.

Als aandenken hangt op mijn wc een lijst verbuigingen van Pronomen, die ik bij wijze van boetedoening alsnog uit mijn hoofd heb geleerd en nog dagelijks repeteer.

Examenopgaven en reacties op nrc.nl/onderwijs