'Wij zijn geen onderdanen, maar vrije burgers'

Femke Halsema (GroenLinks) wil veel veranderen, en minder regelen, „het beste van PvdA en D66”. Gesprekken met lijsttrekkers, deel zes.

Het zelfvertrouwen van GroenLinks is tastbaar. De peilingen zijn goed, leider Femke Halsema is in vorm, en bij de doorrekening van het verkiezingsprogramma door het Centraal Planbureau (CPB) heeft de partij een goede beurt gemaakt. De stemming bij de fractie is feestelijk. Trots vertellen partijgenoten elkaar dat ze zoveel banen genereren. En dat ze op 35 miljard aan bezuinigingen uitkomen.

Dat zie je niet vaak, GroenLinksers die juichen dat ze net zo streng bezuinigen als de VVD.

„Wij hervormen.”

Dat zal Rutte ook zeggen.

„Hij durft niet te hervormen. Hij wil niet aan de hypotheekrenteaftrek komen, 11 miljard per jaar, dus moet hij het hebben van hele rauwe bezuinigingen. Hij moet zich straks verantwoorden over de kaalslag in de publieke sector, en kan zich dan niet verschuilen achter economische cijfertjes. Wij brengen de overheidsfinanciën op de hele lange termijn duurzaam op orde. Daar zijn wij trots op.”

Jullie willen graag regeren. Welke toegevoegde waarde zou GroenLinks hebben in een kabinet?

„Je kan vaststellen dat alle grote voorstellen die nu ter discussie staan in een ver verleden bij ons ontstaan zijn. Het vergroenen van de belastingen vinden wij al jaren broodnodig. Daarvan zei D66 in de jaren 80 nog: een schreeuw in de nacht. De beperking van de hypotheekrenteaftrek staat sinds de oprichting in ons programma. Het CPB zuchtte dat hun modellen kraakten onder de hervormingsdrift van GroenLinks. Daar huiverde de politiek van, men vond ons te radicaal. Met het veranderen van de tijd zijn al onze voorstellen in het midden van het politieke spectrum terechtgekomen.”

Dat maakt jullie dus overbodig.

„Dat vind ik een waanzinnige redenering. De sociaal- en christendemocratie is niet overbodig geraakt toen de verzorgingsstaat er was. We zijn voor het eerst in gesprek over onze voorstellen. Onze plannen zijn gewoon veel en veel beter dan die van andere partijen. Als bestuurspartij hadden we de afgelopen jaren meer dan honderd wethouders. Groene politiek is heel lang geen onderwerp geweest. Nu wel, en dat werkt bevrijdend. Daarom winnen we.”

Tijdens een economische crisis is milieu toch niet het belangrijkst?

„Milieu, en wij zijn nooit alleen een milieupartij geweest, is voor ons voornamelijk een economisch verdelingsvraagstuk, niet alleen een moreel issue. Nu staan alle prikkels op vervuiling en worden mensen ontmoedigd te werken. Dat willen wij kantelen. Dat is onze kern. Wij zijn ook een buitengewoon consequente partij. In jaren van gure tegenwind hebben we een herkenbare lijn van vrijzinnigheid gehad. Wij zijn een linkse partij die als enige voor outsiders opkomt en niet voor behoud van verworven rechten, zoals de PvdA en de SP.”

D66 doet dat ook.

„Zij vergroten de inkomensverschillen. Wij vergroten de solidariteit en deinzen niet terug voor een bepaalde mate van nivellering.”

Jullie prediken revolutie: verduurzaming van het belastingstelsel...

„Wij zijn bepaald niet revolutionair.”

...hervorming van sociale zekerheid en ontslagrecht, aanpak van scheefhuren en beperken van de hypotheekrenteaftrek, het verhogen van de AOW-leeftijd. Jullie voorstellen zijn zo ingrijpend dat jullie geen stabiliteit en zekerheid bieden.

„Wij zijn een reformistische partij. Onze ambities zijn groot, maar ik ben voor geleidelijkheid. Partijen die nu zekerheid zeggen te bieden, bieden schijnzekerheid. Een voorbeeld: wij weten dat er in 2025 een half miljoen werknemers te weinig zijn in de zorg. Het gaat om onze eigen kinderen, onze eigen ouderdom. Als we nu geen maatregelen nemen, kunnen we straks alleen nog de grenzen wagenwijd openzetten om migranten in de zorg te laten werken. Al die mensen die nu zekerheid willen, vinden dat een angstscenario.”

Is jullie ambitieniveau ook realistisch? Alles veranderen, en tegelijkertijd de overheid drastisch verkleinen. Kan dat wel tegelijk?

„Ik denk dat de overheid selectiever en effectiever kan optreden. De bedrijfsmatige logica van de overheid leidt tot ineffectiviteit, tot overmatige bureaucratie en tot vervreemding bij heel veel mensen. Kijk naar de jeugdzorg. De bedrijfsmatige overheid zet controle op controle. De achtergrond daarvan is een buitengewoon somber maatschappelijk beeld, dat uitgaat van wantrouwen.”

Niet de bedrijfsmatige logica veroorzaakt de bureaucratie, maar de behoefte bij politici aan meer sturing van de maatschappij.

„Meestal is GroenLinks hierin heel terughoudend. We hebben een broertje dood aan repressie. Nederlanders zijn geen onderdanen, maar vrije burgers. Maar je kan als overheid ook niet eindeloos geld in dingen stoppen zonder controle. En de uitkomst van bijvoorbeeld mislukte onderwijshervormingen kan niet zijn dat we niet meer mogen hervormen.”

U wilt veel veranderen, maar niet te veel regelen. Hoe zorg je er dan voor dat wat je wilt, ook gebeurt?

„Wij zijn geen anarchisten of libertairen, die zeggen dat alle regels eruit kunnen. We verminderen wel regels. Je moet burgers vertrouwen. Ons hele stelsel van sociale zekerheid is geënt op het tegengaan van fraude en niet op het verstrekken van een rechtvaardig bedrag aan degenen die dat nodig hebben.”

Aan de WAO-uitwassen kan je zien wat er gebeurt als er niet genoeg fraudecontrole is.

„Dat is met de poortwachtersregeling teruggebracht.”

Dat is toch controle?

„Ja, maar bij die controle lag een grote verantwoordelijkheid bij bedrijven zelf.”

Geluk is een betere maatstaf voor geslaagde politiek, schrijven jullie. Is het geen illusie te denken dat politici verantwoordelijk zijn voor het geluk van mensen?

„Het Bruto Nationaal Geluk waar wij voor pleiten is een aansprekend beeld, geen alternatieve economische eenheid. Dat zou naïef zijn. Geluk is een privéaangelegenheid. Maar economische groei is een doel op zich geworden. Terwijl overal ter wereld, ongeacht de cultuur, gelukkig zijn het hoogste doel van mensen is. Daar zijn voorwaarden voor: een dak boven je hoofd, goede zorg, goede scholen voor kinderen.”

Maar is de overheid verantwoordelijk voor geluk? Dat suggereert u.

„Het bruto nationaal product als maatstaf voor welvaart schiet hopeloos tekort. De olieramp in de Golf van Mexico, oorlogen en auto-ongelukken, ze zijn allemaal goed voor de economie. Het is natuurlijk absurd dat je welvaart meet zonder schade van groei tegelijkertijd te meten.”

Wat is uw ideale coalitie?

„Hoe progressiever, hoe liever.”

Dat betekent niets.

„Ik denk in eerste instantie aan PvdA en D66. Wij staan voor solidariteit en zijn veranderingsgezind, en verenigen daarmee het beste van die twee. Als we dan niet genoeg zetels hebben, zou ik de SP er graag bij zien. Hun probleem is dat zij op het moment verandering niet aandurven, en voor zekerheid op de korte termijn gaan.”

Vindt u de VVD progressief?

„Nee.”

In geen enkel opzicht? Die partij hervormt de arbeidsmarkt.

„Ja maar alleen door uitkeringen te bevriezen. In een periode van stijgende werkloosheid is dat geen arbeidsprikkel, maar maak je mensen armer. De VVD is natuurlijk ten diepste gespleten. In de VVD is ook een sociaal-liberale richting, maar die is nu niet aan het woord. Dat D66 de liberalen nu krachtig omhelst, verbaast me, want de VVD heeft een groot aantal elementen van Wilders’ opvattingen overgenomen over immigratie en integratie. De VVD is een naar binnen gekeerde, nationaal georiënteerde partij.”

Wilt u niet met de VVD regeren?

„Ik heb één partij uitgesloten, de PVV, en daar wou ik het bij houden. Een breekpunt heb ik nog nooit genoemd, maar regeren met de VVD heeft bepaald niet onze voorkeur. Luister, ik maak een positieve keuze voor bondgenoten. Dat is heel wat meer dan andere politieke partijen. CDA en PvdA doen, met zo min mogelijk inhoud, alsof het erom gaat wie de grootste wordt. Maar ze doen geen enkele uitspraak over hun coalitie van voorkeur.”

Cohen gebruikte anders precies dezelfde woorden als u: hoe progressiever, hoe liever.

„Dat heeft hij één keer gezegd.”

Wat zullen uw prioriteiten zijn bij formatieonderhandelingen?

„We willen de omslag naar een duurzame economie. Wij willen van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij waarbij werken loont. We investeren 2,5 miljard in onderwijs. En er moet een verandering in de bestuurscultuur komen. Politieke leiders moeten in de Kamer zitten, het formatieproces moet transparant zijn, het regeerakkoord dunner en de afstand tussen regering en parlement groter.”

Alleen GroenLinks, en de PvdA, hebben het hoofd van de leider op de kaft van het programma. Jullie zijn toch de partij van de inhoud?

„Dat is heel simpel. Dit is onze verkiezingsposter. En wij hadden geen geld voor een tweede foto.”

Jullie hadden liever iets anders gehad?

„Bij ons is de leiderschapscultuur niet zo heel groot. Joh, na zeven jaar lijsttrekkerschap ben ik gewoon een wandelend beeldmerk geworden. Ik sta symbool voor wat GroenLinks is.”