Politiek is tennis

De timing had niet slechter gekund. Net nu de verkiezingsdebatten in volle hevigheid zijn losgebarsten, is in Frankrijk Roland Garros van start gegaan. Drie dagen lang heb ik non-stop tussen politiek en tennis gezapt en moet nu tot mijn schrik bekennen: ik zie het verschil niet meer.

Het gaat van: links, rechts, links, rechts – maar dan tien keer zo snel, waardoor het veel minder leuk is om naar te kijken. Zag je vroeger nog wel eens een bedachtzame rally vanaf de baseline, nu is het vooral serve and volley wat de klok slaat: een lijsttrekker gooit een balletje op, mept zo hard hij kan richting zijn tegenstander en rent vervolgens als een kip zonder kop naar de media. Is hij te laat, dan is de kans groot dat hij met één rake klap ter linker- of rechterzijde gepasseerd wordt; is hij op tijd, dan is het punt zo goed als zeker binnen.

Hop, weer vijftien zetels erbij.

Ontstaat er onverhoopt toch een rally, dan begint het vuile spel bovendien pas echt: iedere bal wordt tegenwoordig met zoveel mogelijk spin geslagen – in de hoop dat de stuit verkeerd wordt ingeschat. De spindoctors, ook wel ballenjongens genoemd, verzamelen na ieder punt als gekken de misgeslagen ballen – om daarna weer op hun hurken bij het net te gaan zitten alsof ze er niet zijn. Heeft een speler geen munitie meer, dan werpen ze snel een oneliner toe – of een handdoekje tegen het zweten.

De journalisten rondom de baan aanschouwen dit spel aandachtig. Hun ogen zijn allemaal op dat ene balletje gericht. Valt-ie volgens hen buiten de lijnen, dan schrééuwen ze het uit – maar de baan oplopen om te controleren of het ook echt klopt, doen ze nooit. Dat mag namelijk alleen de umpire, Maurice de Hond, die na ieder punt even de tussenstand voorleest. Wordt de score betwist, dan wordt het CPB ingeschakeld, beter bekend als Hawk-Eye: het meetsysteem waarvan niemand precies weet hoe het werkt, maar dat niettemin voetstoots voor waar wordt aangenomen – al naar gelang de uitslag uiteraard. Het journaal maakt er keurig melding van en laat, in de samenvatting, alleen nog even de breekpunten zien.

En het publiek? Dat kijkt hoofdschuddend toe.

Rob Wijnberg