Parijs is te klein voor Roland Garros

Er bestaan plannen om het krap behuisde Roland Garros te verplaatsen dan wel uit te breiden op de huidige locatie.

De tennissers zien weinig in een stadion buiten Parijs.

„Ben je er klaar voor om tegen Mickey Mouse te spelen?” Aan de vooravond van Roland Garros 2010 keek Roger Federer een Franse tennisverslaggever niet begrijpend aan. „Waarom zou ik tegen Mickey Mouse spelen”, wilde de Zwitserse aanvoerder van de wereldranglijst weten.

‘Mickey Mouse’, is de weinig flatteuze bijnaam voor het plan om de Open Franse kampioenschappen te verplaatsen naar de plek, zo’n 40 kilometer buiten Parijs, waar Disneyland gehuisvest is: Marne-la-Vallée. Maar het zou ook zomaar kunnen dat de komende jaren een nieuw tenniscomplex in Versailles verrijst, of nabij het hoofdstedelijke vliegveld Charles de Gaulle. „We houden alle opties open”, vertelde voorzitter Gilbert Ysern van de Fédération Française de Tennis afgelopen weekeinde tijdens een persconferentie over de toekomst van Roland Garros.

Nu werden de laatste jaren wel vaker plannen ontvouwd om het krap behuisde graveltoernooi te verplaatsen dan wel uit te breiden, maar deze keer lijkt het de Franse tennisfederatie ernst. „We willen een Roland Garros dat ook in 2040 nog meekan”, aldus voorzitter Ysern. „ En dus gaan wij er alles aan doen om te zorgen dat dit toernooi in 2016 in een groter en moderner stadion wordt gespeeld.”

Wie Roland Garros via het televisiescherm volgt, zal het waarschijnlijk niet opvallen, maar het ruim tachtig jaar oude tenniscomplex in Porte d’Auteuil is met zijn 8,5 hectaren klein in vergelijking met de andere grandslamtoernooien. Zo beslaat de US Open in New York 14 hectare en Wimbledon (Londen) en de Australian Open (Melbourne) beide 20. „Ook als we het bestaande complex moderniseren, blijft het schipperen met de ruimte”, concludeerde Ysern. „We hebben meer grond nodig. En een uitschuifbaar dak boven het centercourt, net als in Melbourne en Wimbledon.”

Als Roland Garros in Parijs gehuisvest blijft, zullen er drie stukken grond ter waarde van zo’n 200 miljoen euro aan het complex worden toegevoegd. Een nieuw stadion buiten de hoofdstad kost het driedubbele. Voordeel van het eerste plan is dat de centrale ligging en atmosfeer tot de verbeelding van spelers, sponsors en publiek spreken. Voordeel van een tennispark buiten de stad is dat de bezoekers beter aan hun trekken komen; in dat geval worden er 55 nieuwe banen aangelegd, waarvan twee voorzien van een uitschuifbaar dak. Dagelijkse capaciteit: 60.000 toeschouwers.

En de spelers? Zij lopen (vooralsnog) niet over van enthousiasme voor een nieuw stadion buiten de stad. Federer sprak de hoop uit dat hij zijn carrière heeft beëindigd tegen de tijd dat een dergelijk park zijn deuren opent. Justine Henin – die in Parijs haar vijfde titel kan winnen – zei moeilijk afscheid te kunnen nemen van „een plek waar zo veel gedenkwaardige wedstrijden werden gespeeld”. En de hoogstgeplaatste Fransman, Jo-Wilfried Tsonga, opperde zelfs het toernooi een andere naam te geven als de accommodatie buiten de hoofdstad kwam te staan.

Roland Garros zelf zou het waarschijnlijk weinig hebben uitgemaakt wat er met het stadion gebeurt. De vliegenier (1888-1918) zou nooit zo wereldberoemd zijn geworden als een oud-klasgenoot eind jaren twintig van de vorige eeuw niet had voorgesteld een nieuw te bouwen tennisstadion in een Parijse buitenwijk naar hem – een in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde held – te vernoemen. Garros mag dan een begenadigd piloot zijn geweest, tennissen deed hij maar zo nu en dan – laat staan op grandslamniveau.