Op een twitnick onder de Euromast

Schrijver Yvonne Kroonenberg schaduwt Alexander Pechtold, lijsttrekker van D66. Deel 1: Daar arriveert Alexander Pechtold. Hij is zwieriger dan ik dacht.

Alexander Pechtold twittert als een koolmees in de lente. Ook tijdens het debat tussen de lijsttrekkers van de grootste partijen kwetterde hij zijn commentaar vanaf zijn sofa in Wageningen en zo deed D66 toch nog een beetje mee. Meer dan 30.000 volgers heeft hij inmiddels en om dat te vieren heeft hij ze uitgenodigd voor een twitnick, een prosecco-party in Rotterdam, bij de Euromast. Als ik er aankom, is er nog niets wat wijst op de komst van 30.000 enthousiaste volgers. Maar dan zie ik twee jongemannen die een wit T-shirt met het logo van de partij dragen.

„Zijn jullie hier voor de twitnick?” vraag ik. Jawel, is het antwoord, maar ze zijn geen spontane twitteraars, ze horen bij de organisatie. De party wordt iets verderop gehouden, bij de kleine pagode. Daar staan inderdaad een paar mensen. Ik vraag of ze door de twitteroproep hierheen zijn gekomen. Maar twee mannen zijn van de pers en door de redactie gestuurd, het jonge stel is meegekomen met een medewerker van D66.

Misschien is het nog wat te vroeg. Alexander Pechtold is er zelf ook nog niet. Hij is folders aan het uitdelen in het park.

Twee oudere vrouwen, ieder op een scootmobiel, hebben van de T-shirtjongens een blikje cola gekregen en een busje chips. Ik denk niet dat zij een iPhone hebben.

Ze waren onderweg naar café Scorpio, vertellen ze, toen ze zagen dat er wat te doen was. Als het toch regent, lusten ze ook wel een drupje.

„Vinden jullie Pechtold goed?” vraag ik.

„Ja hoor”, zegt de ene vrouw, „ik heb eens een zoen van hem gehad. Ik had een standwerkerswedstrijd gewonnen. Het was in die tijd dat Lubbers aan een vrouw d’r kont had gezeten. Dus toen was iedereen heel voorzichtig. Maar ik kreeg toch een zoen.”

„Waar stond je mee?” vraag ik. „Vlekkenzeep”, zegt ze.

En dan arriveert Alexander Pechtold. Hij is zwieriger dan ik dacht. Terwijl hij opgewekt vertelt welke trams vroeger voorbij reden toen hij hier op school zat, en hoe de nieuwe tijd is aangebroken, zie ik een man geboeid naar hem kijken.

„Ga ook een glaasje prosecco halen”, moedig ik hem aan, „en geef hem een hand.” Hij aarzelt even, maar dan gaat hij er toch op af.

Het wordt drukker. Alexander Pechtold praat met een studente over het begrotingstekort, over de AOW en over de gezondheidszorg, met een jongeman over kernenergie, met een kunstenaar over de campagne en met een werkloze architect over de bouw.

Dan gaat hij bij de bar op een trapje zitten. Ik kom er ook heen. Hij drinkt een biertje, ik prosecco. En we zwijgen even, want hij heeft al zoveel gepraat.

Wordt morgen vervolgd