Noord-Korea blijft gevaarlijk

De Noord-Koreaanse strijdkrachten zijn niet klaar voor een moderne oorlog. Toch is Pyonyang gevaarlijk: door raketten.

Het risico van een gewapend conflict tussen Noord-Korea enerzijds en Zuid-Korea en de Verenigde Staten anderzijds lijkt met de dag te groeien – er zijn oorlogen begonnen om kleinere incidenten dan getorpedeerde marineschepen. Toch zijn er verschillende militair-strategische redenen aan te wijzen tegen gewapende escalatie.

De Noord-Koreaanse strijdkrachten hebben dezelfde signatuur als die van Irak in 1991, aan de vooravond van Desert Storm, de bevrijding van Koeweit: meer dan een miljoen diep ingegraven manschappen, duizenden tanks, pantservoertuigen en stuks artillerie, in een starre commandostructuur. Zelfs de Sovjet-herkomst van de uitrusting komt grotendeels overeen. Maar, zoals dat jaar bleek, zo’n krijgsmacht mag op papier reusachtig zijn, in gevecht met een hightech tegenstander heeft deze lemen voeten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld China, heeft Noord-Korea de strijdkrachten niet aangepast. Geld voor manoeuvres ontbreekt, piloten maken geen vlieguren en het moreel van de meeste militairen – meest dienstplichtigen die tot tien jaar zonder verlof moeten dienen – is laag.

Zuid-Korea heeft de strijdkrachten de afgelopen twintig jaar wél grondig gereorganiseerd en de arsenalen gemoderniseerd. De geslaagde aanval met – waarschijnlijk – een minionderzeeboot op het Zuid-Koreaanse korvet Cheonan lijkt op het omgekeerde te wijzen, maar bij eerdere schermutselingen op zee waren de verouderde Noord-Koreaanse patrouillevaartuigen geen partij voor de moderne Zuid-Koreaanse marine.

Mochten Noord-Koreaanse eenheden het bevel krijgen naar het zuiden op te trekken, dan moeten ze hun betonnen schuilplaatsen verlaten. Nog los van het bergachtige en dichtbebouwde terrein dat een opmars zou vertragen, Zuid-Koreaanse en Amerikaanse formaties zouden de Noord-Koreaanse colonnes eenvoudig kunnen treffen.

Op het Koreaanse schiereiland zijn bijna dertigduizend Amerikaanse militairen gelegerd. Dat klinkt als een bescheiden troepenmacht, die bovendien geen versterking kan verwachten aangezien het gros van de Amerikaanse landmacht en mariniers vast zit in Irak en Afghanistan. Maar in de plannen die het Pentagon voor een Noord-Koreaanse inval heeft opgesteld, spelen grondeenheden slechts een kleine rol. De hoofdrol is toebedeeld aan luchtstrijdkrachten en met name de gevechtshelikopters.

Op vliegbases in Zuid-Korea, Japan en eilandbases en vliegdekschepen in de Stille Oceaan staan honderden gevechtsvliegtuigen klaar, met het oog op precies zo’n scenario.

Toch is Noord-Korea volgens de Amerikaanse militair analist en Noord-Korea-kenner Joe Bermudez „geen papieren tijger”. Grootste troef is, aldus Bermudez in een vakblad, „misschien wel het grootste aantal ballistische raketten ter wereld.”

Het gaat hierbij om raketten voor de middellange afstand, zoals de Nodong, die doelen tot in Japan kunnen raken. Maar vooral simpele raketten voor de korte afstand die de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul kunnen raken, trekken de militaire balans recht.