Met opgeheven hoofd naar huis

Robin Haase werd op Roland Garros in de eerste ronde uitgeschakeld door de Spanjaard Nicolas Almagro.

Thiemo de Bakker bereikte wel de tweede ronde.

Het zat Robin Haase de afgelopen maanden niet mee. Terwijl zijn landgenoot Thiemo de Bakker de ene na de andere triomf vierde, sukkelde hij van challenger naar challenger. Van de 56ste plek die hij voor zijn blessureperiode bezette, zakte Haase af naar plaats 205. De Bakker daarentegen steeg binnen twee jaar tijd van plek 350 naar 50.

Ook de loting op Roland Garros voorspelde weinig goeds voor de Haagse tennisser, die in november zijn rentree maakte na veertien maanden afwezigheid. „Klote”, reageerde Haase toen hij hoorde dat hij aan de Spaanse gravelspecialist Nicolas Almagro was gekoppeld, de nummer 21 van de wereld. Zijn landgenoot De Bakker had het met de Franse qualifier Olivier Patience beter getroffen; van de nummer 292 had híj op papier weinig te vrezen.

„Almagro behoort met Federer, Verdasco, Nadal en Ferrer tot de beste vijf gravelspelers ter wereld”, probeerde Dennis Schenk, de coach van Haase, de verwachtingen vooraf te temperen. Op de dag dat De Bakker ten koste van Patience de tweede ronde in Parijs bereikte (6-4, 6-7, 6-4 en 6-3), lag euforie op de loer. Haase moest zich vooral op zijn eigen spel concentreren, was de boodschap van Schenk. „Als hij hier speelt zoals hij momenteel op de trainingsbaan speelt, ben ik dik tevreden.”

Haase moet de verwachtingen van zijn coach gisteren hebben overtroffen. Want hoewel hij de tweede ronde van het grandslamtoernooi niet wist te bereiken, dwong hij wel veel respect af met zijn ruim drieënhalf uur durende vijfsetter: 4-6, 6-3, 6-4, 6-7 en 4-6. „Ik baal ontzettend dat ik heb verloren”, zei hij. „Want voor mijn gevoel had ik vandaag kunnen winnen. Maar dat neemt niet weg dat ik een prima partij heb gespeeld.”

Haase had het in de maanden na zijn rentree niet gemakkelijk gehad, liet Jan Siemerink een dag voor diens openingspartij nog doorschemeren. „Ik denk dat hij behoorlijk is geschrokken van wat het allemaal vergt om weer terug te komen na zo’n lange blessureperiode”, vertelde de Davis Cup-captain. „Maar gelukkig is hij heel gedreven. Geef hem wat tijd en het komt goed.”

Dat hij op de goede weg is, heeft Haase met zijn partij tegen Almagro wel bewezen. Misschien nog wel het meest imponerend was de constantheid waarmee hij in vooral de tweede en derde set speelde. De Hagenaar maakte opvallend weinig onnodige fouten, kreeg weinig breekpunten tegen en speelde met een overtuigingskracht die hij lang niet meer tentoongespreid had. „Aanvallend spelen en voor je eigen shots gaan”, had Schenk hem vooraf opgedragen – een strijdplan dat de Hagenaar lang onberispelijk ten uitvoer bracht.

Dat de frustratie over zijn moeizame comeback groot was, bleek halverwege de tweede set, toen Haase met een enorme brul zijn vreugde uitte over het benutten van zijn eerste breekpunt tegen de man die onlangs in Madrid nog een set van Rafael Nadal afsnoepte. Met zijn mooie crosscourt-forehand, die hem een 4-2 voorsprong opleverde, kantelde meteen de wedstrijd. Haase trok de tweede set moeiteloos naar zich toe en was ook in het volgende bedrijf de meerdere van zijn bijna twee jaar oudere opponent: 6-4.

Pas in de vierde set viel Haase terug. Hij overleefde twee breekpunten in zijn eerste opslagbeurt, brak zijn tegenstander in de volgende game en liep uit naar een comfortabele 4-2 voorsprong. Maar juist toen de zege binnen handbereik kwam, begon de goedlopende service van Haase te haperen. Bij 30-40 produceerde hij vanuit het niets een dubbele fout. Een kostbaar slippertje, dat hem terugkijkend weleens de wedstrijd kan hebben gekost: Almagro kreeg zelfvertrouwen terug en won de daarop volgende tiebreak met 7-3. In de beslissende set had Haase weinig meer in te brengen.

Misschien dat Haase in Parijs hoop kan putten uit het goede optreden van De Bakker, die na zijn overwinning op Patience uitkomt tegen de nummer veertig van de wereld, Guillermo Garcia-Lopez. „Een goede speler”, keek De Bakker zondag alvast vooruit. „Maar als ik goed speel, denk ik dat ik meer in me heb.”