Limburg droomt stiekem van Spelen

Limburg heeft olympische ambities. De provincie aast in 2028 op de paardensport- en wielerwedstrijden.

PAUL VAN DER STEEN

Het jaar 2028 is nog ver weg, maar Limburg droomt van olympische wielrenners op de heuvels van de Amstel Gold Race en ruiters op een nader te bepalen plaats. „Op dit moment ligt Midden-Limburg voor de hand. Daar wordt veel geïnvesteerd in de sector”, zegt Wim Ernes, olympisch jurylid bij dressuur en in de jaren negentig bondscoach dressuur. Hij is voorzitter van een door de provincie ingestelde commissie die in november een Limburgs paardensportplan moet afleveren. „In 2016 bij het uitbrengen van het olympisch bid moet niemand om het zuiden heen kunnen.”

Amsterdam gaat zich toch kandideren voor 2028?

„Bij de laatste Spelen vonden de hippische wedstrijden plaats op drieduizend kilometer van Peking. Dan stelt die 150 à 200 kilometer tussen Amsterdam en Limburg niets voor.”

Wat kwalificeert Limburg voor de olympische wedstrijden?

„Twaalf procent van de paarden en pony’s in Nederland staat in Limburg, de hoogste paardendichtheid per hoofd van de bevolking. In de hele sector gaat in Nederland zo’n 1,5 miljard euro om. Limburg neemt daarvan een kleine 200 miljoen voor rekening. Dat is ook onevenredig veel. De bondcoaches voor springen en dressuur wonen hier, net als veel topruiters. Net over de grens zijn er het WK voor jonge springpaarden en het CHIO in Aken, de meest prestigieuze wedstrijd ter wereld.”

Waar moet aan gewerkt worden?

„Ondernemen in de paardenhouderij is te veel emotie. Er wordt te veel vanuit het hart gehandeld. Talentontwikkeling vindt nog te veel centraal plaats en te weinig in Limburg zelf. En sommige clubs zijn te klein voor een breed aanbod aan paardensport.”