Euro en zijn structuur

Terwijl bezuinigingen in de aanloop naar de parlementsverkiezingen op 9 juni de hoofdrol spelen in de Nederlandse campagnes, gaat ook de rest van Europa ermee aan de slag. De Duitse regering beoogt extra ombuigingen van 10 miljard euro per jaar, de nieuwe Britse regering van Conservatieven en Liberaal-Democraten plant een bescheidener 7 miljard euro en Italië gaat uit van 24 miljard.

Europa repareert de overheidsbalans en dat is nodig ook. Het vertrouwen van de financiële markten in de euro is nog steeds ondermaats. Dat bleek vandaag uit een nieuwe koersval die mede werd veroorzaakt door de gedwongen redding van een wankele bank door de Spaanse overheid. Ook het Britse pond sterling ligt onder vuur. De Verenigde Staten hebben een begrotingstekort dat een derde hoger ligt dan het eurogemiddelde, maar kampen niet met het vertrouwensprobleem dat Europa teistert – in ieder geval nóg niet

Het op orde brengen van de overheidsfinanciën is voor de landen van de eurozone een prioriteit, maar zeker niet de enige. De eurogroep zal de structurele problemen moeten aanpakken die door de Griekse crisis zijn blootgelegd. Die behoren voor een deel tot het domein van de nationale financiën: begrotingsplannen zullen vooraf moeten worden gewogen door een onafhankelijke beoordelaar. Er moet een mechanisme komen dat, sterker dan het manke stabiliteitspact, discipline afdwingt op straffe van werkelijke sancties.

Daarmee, en met mogelijke andere maatregelen op dit vlak, kan de meest acute oorzaak van de huidige crisis in de toekomst worden voorkomen. Maar er zijn ook dieperliggende problemen die om een aanpak vragen. Te denken valt aan een ‘living will’, een plan dat elke lidstaat moet hebben om indien nodig zijn schuld te herstructureren. De eurozone kan niet verder gaan met het beschikbaar stellen van een pinautomaat waaruit probleemstaten geld kunnen trekken. De lotsverbondenheid die de euro heeft gebracht, is een groot goed maar mag geen substituut worden voor onbeperkte onderlinge financiële steun – die bovendien in strijd is met het Verdrag.

Minstens zo essentieel is een nieuwe economische strategie. De eurozone is uit evenwicht gebracht door grote en groeiende verschillen in concurrentiekracht tussen, ruwweg, het noorden en het zuiden. De onevenwichtigheid die zichtbaar is in de betalingsbalansoverschotten van Duitsland en ook Nederland en de tekorten in de meeste zuidelijke landen, moet worden rechtgetrokken. Hervormingen van de arbeids- en productmarkten en een bescheidener rol van de Staat in de economie zijn daarvoor het recept. Die weg is moeizaam en neemt meer tijd dan de snelle oplossingen om de acute crisis te bestrijden. Maar hij is broodnodig.

De taakgroep van de EU zal zich met de architectuur van de muntunie moeten bezighouden, maar zeker ook met een eensluidende receptuur voor het economische management van de muntunie. Europa moet concurrerend blijven. Intern, maar zeker ook ten opzichte van de buitenwereld.