Enigma in Pyongyang

Het staat zo goed als vast dat Noord-Korea twee maanden geleden een Zuid-Koreaans oorlogsschip tot zinken gebracht heeft. De bewijzen, die een internationaal onderzoeksteam heeft vergaard, laten bijna geen andere verklaring voor de schipbreuk toe. De korvet Cheonan is op 26 maart in de Gele Zee getroffen door een Noord-Koreaanse torpedo.

Bij wijze van represaille wil Zuid-Korea nu het buurland met een handelsembargo treffen en heeft het de Veiligheidsraad tot internationale actie opgeroepen.

Waarom heeft Noord-Korea dit risico genomen? De twee Korea’s twisten sinds de Koreaanse oorlog (1950-1953) over de Gele Zee. De afgelopen tien jaar hebben zich echter geen grote incidenten voorgedaan. Het kan zijn dat de torpedo toevallig gelanceerd is, door een misverstand of een eigengereide officier. Maar het is ook mogelijk dat Pyongyang willens en wetens tot actie is overgegaan. Om de „perfecte militaire hinderlaag” te leggen, zoals president Lee van Zuid-Korea het zei.

Behoedzaamheid is geboden. Daarom is Lee pas gisteren tot een tegenactie over gegaan en geen militaire actie bovendien maar een soort handelsblokkade.

Wellicht beseft Lee dat de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il, hoe irrationeel hij zich ook lijkt te gedragen, niet lijdt aan gebrek aan zelfvertrouwen. Diens brutaliteit wordt veroorzaakt door zijn eigen psyche en door de ideologische hoogmoed die onlosmakelijk verbonden is aan het communisme. Er zijn echter ook andere motieven denkbaar. Hoewel het land door raadsels wordt omgeven en het in sociaal-economisch opzicht een kerkhof blijft, gaat het in Noord-Korea dit jaar net iets minder slecht. De oogst is voor de verandering nu eens niet mislukt, mede dankzij massale kunstmestleveranties uit China. En de zware industrie profiteert van de export naar China. Tegelijkertijd heeft een geldhervorming, bedoeld om de groeiende (zwarte) marktsector een slag toe te brengen, voor onrust gezorgd. Ook boeren en burgers zijn beroofd door de sanering, ondanks haar dempende effect op de inflatie.

Beide trends kunnen leiden tot een politieke dynamiek die juist in een zieltogende totalitaire staat gevaarlijk is omdat politiek er een strijd is van alles of niets. Buiten Noord-Korea, dat in eerste reactie heeft gedreigd met „alomvattende oorlog”, leeft dit besef. Zo heeft China beide Korea’s opgeroepen tot zelfbeheersing. De Verenigde Staten steunen de handelsboycot van Seoul, maar is voor het overige terughoudend. Ook Amerika weet dat zijn invloed beperkt is. Het is China dat de belangrijkste sleutel in handen heeft. Kim Jong-il is zich daar terdege van bewust. Hij chanteert China onbeschroomd.

Deze week kan al blijken hoe China daarmee omgaat. Een Amerikaanse delegatie onder leiding van de ministers Clinton (Buitenlandse Zaken) en Geithner (Financiën) is nu in Peking. De agenda is met thema’s als wisselkoersen, klimaatbeleid en internationale sancties tegen Iran zo vol dat Noord-Korea er nog wel bij kan.

Maar consensus zal niet simpel zijn te bereiken. Peking hinkt op twee gedachten. China heeft niets te winnen bij een onbeheersbaar conflict maar weet dat sancties ook averechts kunnen uitpakken.