De 'heroes': met Hero, zonder Geert

PVV-leider Geert Wilders reageerde vorige week nog opmerkelijk coulant op het pleidooi van zijn partijgenoot Hero Brinkman voor meer democratie en een jongerenpartij. „Hij snijdt een legitieme discussie aan”, suste Wilders de kwestie. Maar gisteren, tijdens de eerste jongerenbijeenkomst van de PVV, was de leider nergens te bekennen. Sterker nog, in het Japanse restaurant Cascades in Den Haag viel zijn naam amper.

Op deze zonovergoten Tweede Pinksterdag ging Brinkman onverstoorbaar door met het doorbreken van de eenheid van de ooit zo gesloten PVV-fractie. En dat na een weekend waarin de PVV een paar smetjes te verwerken kreeg – belastende informatie over voormalig PVV-kandidaat Gidi Markuszower en een lijsttrekkersdebat waarin Wilders volgens het publiek slechter presteerde dan Rutte (VVD) en Cohen (PvdA).

„Helden”, noemde Brinkman de jongeren na afloop van de bijeenkomst. „Waanzinnig, dat jullie dit zo openbaar durven te doen.” Hij was zichtbaar opgelucht dat er keurige, serieuze jongeren naar Cascades waren gekomen. „Er had hier maar één raar type rond hoeven lopen die voor de camera’s van alles en nog wat roept, en dan had ik nu een groot probleem.” Rechts-extremistische skinheads kon de PVV gisteren niet gebruiken, beaamde Jacky Stevens, de zestienjarige havo-scholiere die Brinkman helpt bij het opzetten van een jongerenafdeling. Met haar armen over elkaar stond zij als een volleerd politica geduldig de pers te woord. Ook Ashwin van Stormbroek (17), die net als Jacky hoopt op een prominente rol in de nog op te richten jongerenpartij, bleef ontspannen onder de enorme media-aandacht. Met een hand losjes in de broekzak van zijn zwarte pak hamerde hij op zijn boodschap: de PVV-jongeren moeten een stem krijgen.

De jongeren – een stuk of 30 – die naar Den Haag waren gekomen vonden het prachtig. Zij zijn fervent PVV-aanhangers. Andreas Agema (21) uit het Groningse dorpje Warffum is fel tegen hoofddoekjes. „Ik zie dat als onderdrukking van de vrouw. Dat die vrouwen dat zelf niet zien, vind ik het ergst.” (BR)

Bijdragen: Artwin Kreekel, Barbara Rijlaarsdam en Herman Staal