De denkers onder de coaches

Vanavond is het eerste deel te zien van de driedelige serie interviews met toptrainers.

Ze staan onder druk. Co Adriaanse noemt het coachen van een topclub zelfs lijden.

De eisen van interviewer Coen Verbraak logen er niet om. Een interview van twee à drie uur met uitsluitend de beste trainers van Nederland. En die trainers moesten daarvoor ook nog naar het stadion van voetbalclub Spakenburg komen. Het bleek moeilijk te zijn om de toptrainers te charteren voor een goed gesprek voor de camera’s in Spakenburg. Maar de winnaar van de Zilveren Nipkowschijf 2010 voor de serie Kijken in de Ziel, waarvoor hij toppsychiaters interviewde, gaf niet gemakkelijk op.

In de nieuwe serie van Kijken in de Ziel draait het om topvoetbaltrainers. Verbraak praatte uitgebreid met Leo Beenhakker, Guus Hiddink, Foppe de Haan, Willem van Hanegem, Bert van Marwijk, Co Adriaanse en Louis van Gaal. De laatste drie konden niet naar Spakenburg komen, dus zocht Verbraak hen op in Zeist, Qatar en München. Dick Advocaat, Johan Cruijff en Marco van Basten, die ook op het wensenlijstje van Verbraak stonden, wilden onder geen beding meewerken. Vanavond is het eerste deel van de driedelige serie op tv te zien.

„Het heeft maanden geduurd, maar ik ben heel blij met het resultaat”, zegt Verbraak kort nadat hij de laatste hand heeft gelegd aan de montage van het interviewmateriaal. „Ik vond ze heel openhartig. Sommigen kwamen geharnast binnen, maar dat hou je geen drie uur vol.”

Volgens Verbraak trok een aantal factoren de trainers uiteindelijk over de streep. „Ik denk dat ze het leuk vonden dat ik serieuze aandacht toonde voor het vak, zoals ik dat ook deed bij de psychiaters voor de eerste serie van Kijken in de Ziel. Ik vormde ook geen bedreiging voor hun autoriteit. Iemand als Van Gaal kan heel kwaad worden als je aan zijn autoriteit tornt, maar hij weet van mij dat ik geen voetbaljournalist ben. Ik vind voetbal leuk, maar ben helemaal geen expert. De trainers keken ook naar elkaar; ze waren benieuwd of ik andere trainers al had gesproken.”

Bij de voorvertoning van deel 1 en 3 van de serie in de Amsterdamse Desmet Studio’s kreeg presentator Jack van Gelder, die bemiddelde in het voortraject van de productie, het boek met daarin de volledige versies van de interviews overhandigd. „Hij heeft een geweldige documentaire gemaakt. Jaloersmakende gesprekken; ik zou dit zelf ook wel willen maken. Ik ken deze trainers zelf al heel goed natuurlijk, maar de human touch van Coen is fantastisch”, zei Van Gelder na de vertoning van het eerste deel. Van Gelder roemde de manier waarop Verbraak interviewt, „met die hypnotiserende blik, een oase van rust”.

In de documentaireserie vertellen alle trainers over de grote druk die op hun schouders rust. Adriaanse noemt het coachen van een topclub zelfs lijden. „Als ik het over zou kunnen doen, zou ik geen trainer worden.” Af en toe wordt het heel persoonlijk. De Haan en Beenhakker blikken terug op het verlies van een van de twee ouders. De Haan vertelt over de belangrijke rol die de depressie en zelfmoord van zijn moeder had in zijn leven.

Beenhakker vecht tegen tranen als hij met Verbraak terugblikt op de dood van zijn vader. Die stierf aan leukemie toen Beenhakker twaalf was. Beenhakker: „Hij was mijn alles. Het is nu meer dan vijftig jaar geleden, maar ik ben nog altijd boos. Er gaat geen week voorbij dat ik er niet aan denk.” Daarna vertelt Beenhakker over de zware periode die volgde na de dood van zijn vader. „Ik stond voor een tunnel met daarboven een bordje ‘kansloze jeugd’.”

Een belangrijk deel van de documentaire draait om de relatie tussen de trainer en de spelersgroep. Van Gaal bekent in de documentaire dat hij bij Barcelona ‘informanten’ had die hem bijpraatten als zijn spelers nachtclubs bezochten. „Als trainer van Ajax of Barcelona weet je als eerste wat er in de stad gebeurt. Je bent onderburgemeester.” Maar ook als zijn spelers slecht functioneren, voelt hij zich verantwoordelijk voor hen en wil hij weten wat er aan de hand is. Verbraak: „Van Gaal ligt er bijvoorbeeld ook wakker van als een van zijn spelers zijn vrouw bedriegt. Hij gelooft in het totale-mens principe.”

De trainers bestuderen hun spelers nauwkeurig. Van Marwijk merkte bijvoorbeeld dat een van zijn spelers altijd als laatste de kleedkamer verliet. „Eén keer stapte de man vóór hem uit de rij, die moest binnen nog wat doen. Iedereen keek hem aan. Uiteindelijk wilde hij toch doorlopen. Toen zei ik: ‘Stop, jij blijft staan. Want jij bent de laatste.’ Ik herken dat. Dat zijn dingen die je als speler doet om jezelf prettig te voelen.”

Verbraak ziet in de documentaireserie een belangrijke rode draad. „Wat me op is gevallen is dat dit de denkers onder de coaches zijn. Ze kijken naar de lange termijn. Het zijn ook allemaal opvoeders, de meesten komen uit het onderwijs en Van Gaal en Hiddink waren bijvoorbeeld vroeger gymleraar. Ze zijn het gewend om met lastige types te werken.”

Met de documentaire hoopt Verbraak ‘prettige televisie’ te maken met ‘mannen die weten waar ze het over hebben’. Hij ziet de toptrainers als CEO’s van grote bedrijven. „Dit zijn de ankers in de turbulente voetbalwereld.”

’Kijken in de Ziel: Toptrainers’ is vanavond te zien op Ned. 2 om 21.20 uur.