Cohen zakte door het ijs

Twee debatten gehad en morgen gaan de lijsttrekkers opnieuw de piste in.

Stemmenmagneten zijn het. Maar alleen als je de kijker weet te overtuigen.

Hoe je overkomt, dat is het belangrijkste. Met dat doel voor ogen zullen zeven of acht lijsttrekkers (Wilders heeft nog niet toegezegd te komen) morgenavond in het Amsterdamse Carré elkaar de maat nemen over de economische crisis en de sanering van de overheidsfinanciën. Voor het overtuigen van de tegenstander doen ze het niet: de standpunten van hun partijen liggen toch nagenoeg vast. Maar debatten zijn stemmenmagneten. Als je wint. Alleen, hoe doe je dat? En misschien wel even belangrijk: hoe voorkom je opzichtig tekort te schieten?

De organiserende omroepen huren relatieve buitenstaanders in om het debat na te beschouwen. Zij mogen als eerste een winnaar aanwijzen. Hun oordeel zet de toon voor de perceptie over winst en verlies in de dagen die volgen.

Hoewel.

Er bestaat een traditioneel verschil in opvatting tussen de televisieduiders en televisiekijkers. Dat was zondagavond goed te zien. Het ‘premiersdebat’ in het streng beveiligde debatcentrum De Rode Hoed kende slechts één rode politicus: PvdA-leider Job Cohen. De drie anderen waren leider van de VVD, CDA en de PVV. Het zijn de vier grootste partijen in de peilingen.

Twee van de door RTL4 bestelde analisten hadden eigenlijk het debat niet nodig om hun voorkeur uit te spreken. Acteur Huub Stapel, die al voor het debat had bedacht dat Cohen „de slechtste burgemeester van Amsterdam in decennia” was, meende achteraf dat de PvdA-leider „door het ijs was gezakt”.

Marco Pastors, leider van Leefbaar Rotterdam, sprak in de voorbeschouwing de hoop uit dat de door hem als rechts gekwalificeerde politici – Jan Peter Balkenende (CDA), Mark Rutte (VVD) en Geert Wilders (PVV) – niet onderling gingen kissebissen, maar gezamenlijk zouden optrekken tegen PvdA-lijsttrekker Cohen.

Zijn oordeel na het debat was helder: Cohen had verloren. Dat vond ook analist nummer 3, generaal buiten dienst en VVD-aanhanger Dick Berlijn. Alleen scheidend GroenLinks-politica Naima Azough – de enige linkse door RTL ingehuurde duider – spaarde Job Cohen in haar oordeel.

Oordeel geveld. Maar toen kwamen de bevindingen van onderzoeksbureau Synovate. Wat bleek? De kijker oordeelde veel minder streng over de PvdA-leider. Maar liefst 23 procent vond Cohen zelfs de winnaar van het debat, tegenover 18 procent voor Wilders en Balkenende. Rutte won, met 35 procent van de stemmen.

De analisten lieten zien wat het onderzoeksbureau bevestigde: doorslaggevend is niet wie de beste debater is. Net als Stapel en Pastors is de kiezer geen onpartijdige tabula rasa die zich door een sterk of zwak optreden van een politicus laat inkleuren. Voor kiezers is van belang wie zijn eigen opvattingen over het voetlicht brengt. Dat is zíjn politieke leider. „Wie vond u de beste?” is een vraag die niet los staat van de vraag: „Wie had het vaakst gelijk?”

Met debattechnieken heeft dat niets te maken.

Toch is ook dat niet het hele verhaal. Er is een groep ‘flexkiezers’ die nog niet weet op welke partij ze zullen stemmen. Hier ligt een kans voor de politicus die in debatten kan stralen. Het is om deze kiezers te overtuigen dat morgen in het oudste overdekte circus van Nederland de acht hoofdrolspelers de piste in stappen. Wat kunnen ze eigenlijk?

Bekijk een filmpje over de sterke en zwakke kanten van de lijsttrekkers via nrc.tv.

Lees over de debatstijl van Geert Wilders op Opinie: pagina 18.