Bullebak pest Cohen op het schoolplein

Job Cohen (PvdA) was de enige deelnemer aan het zogeheten ‘premiersdebat’, afgelopen zondag op RTL4, die op de fiets arriveerde. Het is de vraag of dat imagotechnisch verstandig was, want hij moest aan de Keizersgracht door het soort zandbak ploeteren dat onder zijn burgemeesterschap Amsterdam in onaangename zin leek te typeren. Maar apart was het zeker.

Dat gold eigenlijk voor het hele optreden van Cohen in zijn eerste rechtstreekse televisieconfrontatie met de drie naaste concurrenten bij de Kamerverkiezingen. Mark Rutte (VVD), Jan Peter Balkenende (CDA) en Geert Wilders (PVV) zijn stuk voor stuk gewiekste debaters, gepokt en gemazeld in de kunst van het vliegen afvangen voor de camera. Een politiek gemêleerd panel, dat RTL als commentatorenclubje had geïnstalleerd, was na afloop unaniem van mening dat Cohen het zwakst had geopereerd. De redenen klinken langzamerhand bekend in de oren: de PvdA-leider is als bestuurder weinig gewend aan tegenspraak en raakt licht geïrriteerd wanneer hij onder vuur komt te liggen. Zijn dossierkennis laat nog steeds te wensen over en als hij iets niet weet, gooit hij snel met een air van onverschilligheid de handdoek in de ring. Dat maakt een merkwaardige indruk, vooral omdat hij zondag zei de cijfers niet paraat te hebben over een kwestie die de voorafgaande week sterk ter discussie had gestaan bij zijn partij, het eigen risico naar draagkracht bij de zorgverzekering.

Het panel vond Cohen zelfs een zielige indruk maken. Zoals voorzien moest hij het als enige linkse politicus nogal zwaar ontgelden, vooral op het punt van de integratie en het knuffelen van allochtonen. Het leek inderdaad soms of de nerd van de klas gepest werd door een geblondeerde bullebak, terwijl de andere jongens gemelijk toekeken.

Toch bleek na afloop uit een peiling onder een representatieve steekproef van kiezers dat Cohen niet de grote verliezer was. 34 procent wees de welbespraakte Rutte als winnaar aan, maar Cohen eindigde met 23 procent als tweede, vóór Balkenende en Wilders die het met slechts 18 procent moesten doen. Je kunt redeneren dat bij afwezigheid van linkse bondgenoten de score van Cohen eerder rond de 40 had moeten uitkomen, maar het is ook denkbaar dat veel kiezers de winnaar van een debat niet per definitie de beste politicus vinden. De trage bedachtzaamheid van Cohen en zijn weigering te polariseren zouden wel eens meer kunnen aanspreken dan de offensieve boutades van Balkenende en Wilders, op wie het volk toch al enigszins uitgekeken lijkt te zijn. Niet Geert, maar Job is nu de buitenstaander in Haagse kringen.