BP: andere methode om lek te dichten

De Britse oliemaatschappij BP gaat een andere methode gebruiken om te proberen het olielek op de bodem van de Golf van Mexico te dichten. BP wil een zogenoemde top kill uitvoeren, waarbij zware vloeistof het lek wordt ingepompt om het vervolgens te kunnen afdekken met cement.

BP zou vandaag nadere mededelingen doen over de procedure, die met succes is toegepast bij bovengrondse oliebronnen in het Midden-Oosten. BP-bestuurder Doug Suttles benadrukt dat de ingreep nog nooit is uitgevoerd op grote diepte. Het olielek in de Golf van Mexico ligt anderhalve kilometer onder water.

Ondertussen heeft BP de hoeveelheid olie die per dag wordt opgevangen naar beneden bijgesteld, tot 1.360 vaten. Vorige week stelde de oliemaatschappij dat 5.000 vaten per dag via een buis naar een schip worden geleid. Dat zou een fractie zijn van de lekkende olie.

Inmiddels is 105 kilometer aan kustlijn besmeurd met olie die is vrijgekomen sinds het lek vijf weken geleden ontstond. Dat gebeurde toen een boorplatform zonk na een zware explosie. Terwijl het geduld van de bevolking opraakt nu succes bij de bestrijding van de olieramp uitblijft, verhoogt de Amerikaanse overheid de druk op BP.

Ken Salazar, de Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken, probeerde BP tot meer ingrijpen te bewegen door te herhalen dat de overheid „een laars op de nek van BP houdt” – een Amerikaans plattelandsdreigement. Dat riep echter direct vragen op, omdat de leidinggevende kustwachtcommandant Thad Allen juist zei dat BP de enige partij is die in de buurt van het olielek kan komen. Ook ontbreekt het de overheid aan specialistische kennis om de ramp verder te kunnen bestrijden. Volgens BP en de overheid zijn nu 22.000 mensen en 1.150 schepen bezig de olievlek in te dammen.