Blackberries verban je niet zomaar

Britse ministers moeten bij kabinetsvergaderingen hun mobiele telefoons inleveren.

En wat blijkt? Dat werkt natuurlijk niet. We zijn te zeer met die apparaten vergroeid.

Als goede conservatief heeft David Cameron, de nieuwe Britse premier, meteen al de strijd aangebonden met de tijdgeest. Het gebruik van mobiele telefoons en Blackberries is tijdens kabinetszittingen verboden, liet hij zijn ministers bij hun eerste bijeenkomst weten. Het nieuwe team moet ongestoord en met volle concentratie het land kunnen besturen.

En omdat Cameron blijkbaar beseft dat zulke verboden niet altijd worden nageleefd, bepaalde hij ook dat de kabinetsleden hun dierbare elektronica bij binnenkomst in Downing Street 10 tijdelijk moeten inleveren. Geen multitasking meer in het kabinet. Hij had het amper uitgelegd of hij moest zijn minister van Justitie, Ken Clarke, al op de vingers tikken wegens luidruchtige overtreding van het nieuwe verbod.

Een hele ochtend of middag zonder telefoon, zonder e-mail, zonder sms – menige politicus, ook in Nederland, zal huiveren bij het idee alleen al. Ook menig ander mens die de gemakken heeft ontdekt van altijd bereikbaar zijn, altijd van je kunnen laten horen en altijd internet op zak hebben.

Cameron heeft een grens gesteld. Zijn besluit werd in The Independent toegejuicht als een terugkeer naar ‘some old-fashioned good manners’. Dat klinkt mooi. Maar waarschijnlijk heeft ook de hoop meegespeeld dat er zonder telefoons minder, of minder snel, uit het kabinetsberaad gelekt zal worden. En misschien denkt Cameron ook werkelijk dat hij zo de aandacht van de ministersploeg beter bij het regeren kan houden.

Maar zou het helpen? Of zullen de gedachten van die arme Britse ministers tijdens kabinetsvergaderingen, hoe belangrijk ook, toch steeds afdwalen naar wie weet welke berichten en berichtjes ze op dat moment allemaal mislopen? Het zou menselijk zijn. Kijk maar hoe gretig mensen als het licht weer aangaat in de bioscoop, of het applaus is verstomd na een concert, hun mobiele relatie met de wereld herstellen. Tijdens het adagio of een trage flashback zijn hun gedachten vast al even afgedwaald naar dat moment van kortstondige verlichting van de nieuwshonger.

Het zal met de Britse ministers niet anders zijn. Ook al zijn ze tijdens de behandeling van staatszaken gescheiden van hun mobieltjes, in gedachten blijven ze online.

Hoe sterk de moderne mens is vergroeid met de nieuwe technologie, en welke prijs hij daarvoor moet betalen, beschrijft de Duitse journalist Frank Schirrmacher mooi in zijn vorig jaar verschenen boek Payback. We verkeren in een constante staat van onrust, stelt hij, want via de diverse schermen en schermpjes in ons leven wordt er voortdurend gehengeld naar onze aandacht. En ook al staat de computer uit en zijn de mobieltjes, iPhones en Blackberries tijdelijk opgeborgen, we kunnen ons niet meer losmaken van de gedachte dat er een bericht op ons staat te wachten dat zo snel mogelijk geconsumeerd wil worden.

Willen we niet om de haverklap afgeleid worden door (de gedachte aan) al die boodschappen, dan moeten we voortdurend een beroep doen op onze zelfbeheersing. En dat kost energie.

Schirrmacher haalt het beroemde koekjesexperiment aan van de Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister. Een groep proefpersonen is uitgenodigd mee te doen aan een marketingtest. Drie uur voor het experiment mogen ze niets eten en als ze in het laboratorium aankomen, staat er op tafel een schaal versgebakken chocoladekoekjes en een schaal radijsjes. Voor ze vijf minuten alleen worden gelaten, krijgen de proefpersonen te horen dat ze vooral van de chocoladekoekjes niet mogen eten. Als ze even later een paar lastige puzzels moeten oplossen, blijken ze aanzienlijk slechter te presteren dan mensen in een controlegroep die niet van de chocoladekoekjes hoefden af te blijven. Blijkbaar put afblijven van iets lekkers mensen geestelijk uit.

De manier waarop we in het digitale tijdperk met informatie omgaan, is vaak met eten vergeleken. De informatievloed die ons via internet en mobieltje ter beschikking staat, zou makkelijk leiden tot ‘infobesitas’: we surfen, sms’en, mailen en weten van geen ophouden. Via trillende mobieltjes, oplichtende icoontjes en vrolijke geluidjes worden ons de hele dag smakelijke tussendoortjes aangeboden – soms erg de moeite waard, maar vaak ook van twijfelachtige informatieve voedingswaarde. En het verschil weet je pas als je kijkt, dus waarom niet? All you can read, een permanent all you can eat voor de geest.

Maar ondertussen is het onze aandacht, onze concentratie, die wordt opgevreten door al dat snacken op het web en in de mailbox. En zo verliezen we de controle over ons denken, over onszelf, stelt Schirrmacher, en de grote vraag van deze tijd is hoe we die terugwinnen.

Het verbannen van telefoons naar de garderobe kan de oplossing niet zijn. Daarvoor zijn we al te veel met ze vergroeid. We zullen een manier moeten zien te vinden om met die prachtige apparaten te leven, zonder ons met huid en haar aan ze uit te leveren.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad