Bij NK meerkamp zijn meer juryleden dan atleten

De NK meerkamp waren zo zwak bezet dat the best of the rest om de titels streden. De organisatoren waren zo gefrustreerd dat ze even hebben overwogen de titelstrijd af te gelasten.

Niets van de gebruikelijke opwinding bij Nederlandse kampioenschappen. De idyllisch gelegen Bosbaan van atletiekvereniging NOP in Emmeloord bood tijdens Pinksteren een vredig beeld. Bij een heerlijk zonnetje en een bekoorlijk briesje was het twee dagen goed toeven rond de baan. En aan ruimte geen gebrek, want buiten een verdwaalde neutrale toeschouwer en enkele trainers hadden zich alleen familieleden van atleten in het gras neergevlijd. Zij keken naar de NK meerkamp, een wedstrijd die amper een titelstrijd genoemd mocht worden, want de complete Nederlandse top ontbrak. Het was een titelstrijd voor the best of the rest.

De bezetting was zelfs zo mager dat bondscoach Ronald Vetter zich schaamde tegenover de organisatie. „Kijk eens hoe goed ze de zaken hier voor elkaar hebben”, sprak hij. En hij wees op de faciliteiten bij de technische disciplines, die de internationale toets ruimschoots kunnen doorstaan. „Maar ‘Emmeloord’ heeft de pech dat Nederland momenteel meerkampers heeft die internationaal meetellen. Zij werken programma’s af waarin de NK niet past. Helaas voor de organisatie, die recht op meer heeft. Maar zo lang de internationale kalender prevaleert, is het een utopie dat de NK meerkamp goed bezet zal zijn. Misschien is het een idee de NK aan het einde van het seizoen te combineren met de internationale meerkamp in Woerden en er een open NK van te maken.”

De absentielijst was het langst bij de vrouwen. Naast de internationaal gelauwerde Karin Ruckstuhl, die onlangs om fysieke redenen besloot de switch van de meerkamp naar het verspringen te maken, ontbraken in Emmeloord: Jolanda Keizer, de nummer negen van de Olympische Spelen en nummer twee van de EK indoor, Yvonne Wisse, Laurien Hoos, Bregje Crolla, Ramona Fransen, Amanda Spiljard, Nadine Broersen en het grote Nederlandse talent Dafne Schippers. Bij de mannen was er door de afwezigheid van de Nederlandse topdrie, Eugène Martineau, Ingmar Vos en Eelco Sintnicolaas, vooral sprake van kwaliteitsverlies.

Het probleem van de meerkamp is de zware belasting. Die beperkt de tienkamper of de zevenkampster tot drie à vier wedstrijden per seizoen. Voor wie zich internationaal manifesteert, houdt dat automatisch een zeer beperkte deelname aan Nederlandse wedstrijden in. En als dan de NK een week voor de internationale meerkamp in het Oostenrijkse Götzis wordt gepland, staat bij voorbaat vast dat de top wegblijft. Wie een uitnodiging krijgt voor deze prestigieuze wedstrijd, die wordt beschouwd als de afzonderlijke WK voor meerkampers, laat het wel uit zijn of haar hoofd aan de NK deel te nemen. Daarnaast hebben Broersen en Schippers zich in het Italiaanse Desenzano proberen te kwalificeren voor de WK junioren in het Canadese Moncton. Alleen Schippers slaagde in die opzet.

Peter Verlooy, technisch directeur van de Atletiekunie, erkent het probleem van de zwakke bezetting, maar weet geen oplossing. „We voeren al dertig jaar die discussie. Maar in Götzis strijden onze beste meerkampers tegen de wereldtop. Daar kunnen ze zich internationaal de maat nemen. Dus behoren ze daar te zijn. Bovendien vind ik dat de NK er ook zijn voor de tweede garnituur. Die kan zich dan manifesteren. Dat past in ons beleid, dat erop gericht is de top te verbreden. We werken op het nationale sportcentrum Papendal voor twee selecties met fulltime programma’s onder leiding van Ronald Vetter en talentcoach Bart Bennema. Dat niveau willen we vasthouden.”

Hoezeer Harrie Prinsen de opvattingen van de Atletiekunie ook begrijpt, toch vraagt de voorzitter van het organisatiecomité in Emmeloord zich af waar de acceptatiegrens ligt. Toen vorige week het definitieve deelnemersveld bekend was, stelde een aantal teleurgestelde comitéleden in een emotionele bui voor de NK maar af te gelasten. „Er waren zo weinig inschrijvingen, dat we ons afvroegen waar het ophoudt. We wilden de atleten die zich wel hadden aangemeld niet teleurstellen, maar voor de twee komende jaren, als we de NK meerkamp ook organiseren, zullen we eerst diepgaand met de Atletiekunie moeten spreken. Ik wil onder andere weten hoe de bond denkt om te gaan met de regel dat aan een internationale uitzending de verplichte deelname aan een nationaal kampioenschap vooraf moet gaan.”

Ondanks alle frustraties verwacht Prinsen niet dat ‘Emmeloord’ de organisatie van de NK meerkamp de komende twee jaar zal teruggeven, maar er worden wel tegemoetkomingen van de Atletiekunie verlangd. Prinsen: „Rechts- of linksom, maar het programma moet verbeterd worden. Zo kan het niet verder. Nu hadden we een dertigtal deelnemers. Wij willen toe naar zeker vijftig. Als wij ernaar streven de NK kwalitatief op orde te krijgen, verwachten we dat ook van de Atletiekunie. Wij hadden bij deze NK meer juryleden dan deelnemers. Dat vinden wij het vele werk niet waard. Bovendien is het geen reclame. Het lukt ons nog wel de begroting van 10.000 euro dekkend te krijgen, maar behalve voor ritseldingetjes zijn sponsors moeilijk te vinden.”