Bewind Ethiopië regelt verkiezingszege

Onder druk van de regering hebben de Ethiopiërs gisteren gestemd op het Volksfront van premier Meles Zenawi. De grootste bedreiging voor het regime komt uit eigen kring.

„Angst”, zegt Yohannes. Hij was gisteren naar het stembureau gegaan om op de oppositiecoalitie Medrek te stemmen, maar hij koos toch voor de regeringspartij, het Ethiopisch Revolutionair Democratisch Volksfront (EPRDF). „Ik zag hoe kort het gordijn in het stemhokje was. Ik zag de norse gezichten van de ambtenaren. Het zweet brak me uit en ik zette een kruisje bij het Volksfront.”

„Ik ben tegen het Volksfront”, zegt Simegnish. „De afgelopen weken kwamen ambtenaren twee keer langs mijn deur en vertelden me te gaan stemmen en te kiezen voor het Volksfront.” Zouden ze dan kunnen zien op welk partij mijn keuze valt, vroeg Simegnish zich af. Raak ik dan mijn huis of baan kwijt? „Ik stemde op het Volksfront.”

De psychologische druk heeft effect in Ethiopië, een uiterst arm land met een bevolking die deels nog in de Middeleeuwen leeft. De angst kruipt onder de huid. Bij de verkiezingen van vijf jaar geleden kreeg de oppositie de ruimte, even was de geest uit de fles en een groot deel van de bevolking stemde tegen het Volksfront.

De overheid reageerde met geweld en repressie en in de verkiezingen van gisteren toonden de Ethiopiërs zich weer gehoorzaam. Maar toch was ook het Volksfront angstig, het was niet zeker van het gedrag van de massa en hanteerde botte middelen.

Getachew stemt af op de Voice of America, een door de Verenigde Staten gefinancierde radiozender. „Nu schakelen we naar Nairobi”, begint de presentator, „waar op een conferentie over goed bestuur Ethiopië…” – een golf van irriterend geluid drukt het signaal van het radiostation weg, tot de bijdrage over Ethiopië voorbij is.

Getachew slaat op de tafel. „Die apenkoppen van de censuur”, vaart hij uit. „Dat gebeurde lang geleden in de Sovjet-Unie, het wegdrukken van radiostations. Nu alleen nog in Ethiopië.”

Rond de verkiezingen kregen buitenlandse diplomaten beperkingen opgelegd om de hoofdstad Addis Abeba te verlaten. Een regeringsgezinde krant publiceerde zaterdag een roddelbericht over de Nederlandse ambassade die heimelijk waarnemers het veld zou hebben ingestuurd.

Lasterpraatjes als machtsinstrument. Een hoge ambtenaar van een Ethiopisch ministerie noemde het bericht desgevraagd onzin maar insinueerde vervolgens wel dat Nederland de oppositie steunt: „De Nederlandse diplomaten hebben in het geheim met de oppositie een complot tegen vreedzame verkiezingen beraamd.”

Voor vrijheid van meningsuiting, die in Afrika in het algemeen steeds meer geaccepteerd wordt, is in Ethiopië geen plaats. Tegenstand wordt niet geduld. Onafhankelijke journalistiek is onmogelijk en oppositieleden worden lastiggevallen en geïntimideerd. Birtukan Mideksa, de meest charismatische oppositieleider, zit levenslang in de gevangenis. In de volksvertegenwoordiging mag een parlementslid alleen een debat aanvragen met steun van 51 procent van de aanwezigen, zodat de oppositiepartijen nooit aan het woord komen.

De Ethiopische ziel is geslepen door een hiërarchie waarin de keizer heerste als een god. „Ethiopiërs zullen altijd beleefd ja knikken en instemmen”, vertelt een oude man, „je weet nooit wat ze werkelijk vinden”. Misschien is daarom een analyse vanuit westers liberaal perspectief moeilijk. China en Ethiopië lijken veel meer op elkaar. Beide hebben een dirigistische politiek en een door de staat geregisseerd kapitalisme. China wint aan invloed in Ethiopië en zwijgt over de politieke onderdrukking.

Het Westen stelt zich timide op tegenover de repressie. Na de tweehonderd doden en tienduizenden detenties bij de omstreden verkiezingen in 2005 schortten Europese donorlanden hun hulp op, maar ze hervatten deze snel. De westerse donoren gaven Ethiopië in 2005 1,9 miljard dollar, in 2008 3,3 miljard. Want Ethiopië, met 85 miljoen inwoners, is een strategisch land in Afrika, bolwerk tegen moslimextremisme, hoofdkwartier van de Afrikaanse Unie en bron van de Blauwe Nijl.

Van de buitenwereld en van verkiezingen heeft de regering weinig meer te vrezen. De grootste bedreiging voor het Volksfront van premier Meles Zenawi komt uit eigen kring. In 2001 probeerden tegenstanders in zijn partij hem af te zetten en sindsdien bewaakt de premier krampachtig zijn troon.

Zijn achilleshiel is zijn afkomst. Meles leidde de rebellie in de jaren tachtig in de noordelijke provincie Tigré. Na de inname van Addis Abeba door de opstandelingen in 1991 gingen tot ergernis van andere bevolkingsgroepen de Tigreeërs, die slechts 6 procent van de bevolking uitmaken, het overheidsapparaat domineren.

De Tigreeërs steunden tot voor kort Meles door dik en dun. Bij deze verkiezingen durfden voor het eerst andere leiders van de rebellie in Tigré het op te nemen tegen de regering, zoals Meles’ voormalige naaste medewerkers Gebru Asrad, Seeye Abreha en de vrouwelijke guerrillastrijder Aregash Adane. De eenheid binnen het Tigrese front is gebroken.

Getachew begint weer aan zijn radio te draaien, op zoek naar onafhankelijke informatie. „Met de Tigreeërs aan de macht kan deze regering nooit op eerlijke wijze vrije verkiezingen winnen”, stelt hij. „Eens zullen de Ethiopiërs hun ware stem laten horen.”