Als snelste over pad naar de hel

Ivan Basso verpletterde in de Giro zijn concurrenten op de gevreesde Monte Zoncolan.

De Italiaanse renner is bij het ingaan van de slotweek favoriet voor de eindzege.

Drieënhalve kilometer onder de top van de Monte Zoncolan, na de Mont Ventoux gezien als de zwaarste berg in Europa, reed Ivan Basso met een superieur beentempo weg bij wereldkampioen Cadel Evans. Zelfs de beste aanklamper ter wereld was het klimmersgeweld van de Italiaan te machtig. Door tunneltjes en hagen van uitzinnige tifosi ging het naar de top van de berg, waarop in totaal 150.000 toeschouwers stonden. Liefst 1.19 minuut liep Basso uit op Evans. Een kus op zijn trouwring voltooide op de streep de ultieme triomf.

Basso (32) won in 2006 met ongekende overmacht de Ronde van Italië. Hij raakte betrokken bij het Spaanse bloeddopingschandaal Operacion Puerto en werd een jaar later voor twee jaar geschorst. In 2009 keerde hij terug in de Giro (vijfde) en Vuelta (vierde), dit jaar waakte de kopman van Liquigas bij de Girostart in Amsterdam voor hoge verwachtingen.

Maar na zijn glorieuze zege in de zwaarste aankomst bergop klom Basso zondag naar de derde plaats in het klassement, vóór alle andere favorieten. Alleen de Spaanse rozetruidrager David Arroyo en de Australische neoprof Richie Porte, die vorige week 13 minuten wonnen in de lange vlucht naar L’Aquila, staan nog voor hem. De zware slotweek van de 93ste Giro biedt Basso genoeg mogelijkheden voor een tweede eindzege.

Verslaggevers vroegen Basso na zijn schitterende beklimming van de Zoncolan of zijn zege ‘zuiver’ was, zonder doping. „Alles is makkelijk te controleren”, counterde de nummer twee uit de Tour van 2005. „Mijn hematocrietwaarden, trainingskilometers, cols die ik in de voorbereiding heb beklommen. Ik volg de strenge lijn van de ploeg, die lijn is ook de mijne. Ik ben al 27 jaar wielrenner. Ik heb nooit veel gewonnen, maar won wel altijd wedstrijden. Ik besef ook wel dat ik er niet jonger op word en dat jonge talenten nu ook kampioenen zijn. Zoals Nibali, de Italiaanse topper voor de toekomst.”

Basso had alle reden om zijn ploeggenoot Vincenzo Nibali te prijzen. Een dag voor de rit naar de Monte Zoncolan legde de Liquigas-ploeg de concurrenten al op de pijnbank op de Monte Grappa. In de laatste kilometers van de liefst 18,9 kilometer lange klim, waar de Italianen in de Eerste Wereldoorlog een belangrijke verdedigingslinie hadden tegen Oostenrijk-Hongarije, trok Nibali ten aanval. De vervanger van de van doping verdachte Franco Pellizotti kwam in de afdaling alleen op kop, reed solo 40 kilometer naar de finish en won de rit. Achter hem zat Basso in een zetel achter concurrenten Evans en Michele Scarponi, die het werk moesten doen in de achtervolging. Daar weer achter werd Aleksandr Vinokoerov gedwongen tot een eenzame tijdrit om zijn verlies te beperken tot anderhalve minuut.

Tot de Monte Zoncolan zou er twijfel kunnen zijn wie de kopman was bij Liquigas. De Pool Sylvester Szmyd, vorig jaar in de Dauphiné Libéré nog winnaar op de Ventoux, draaide namens de Italiaanse ploeg als eerste de Zoncolan op, met achter zich Nibali en Basso. ‘La porta dell Inferno’ stond op een spandoek boven de weg, en het pad naar de hel werd steeds smaller. De renners kropen omhoog op de 10,1 kilometer lange klim, met een gemiddeld stijgingspercentage van 12 en pieken van 22 procent. In 2003 en 2007 won Gilberto Simoni, de laatste keer in een recordtijd van 39 minuten. Nu was de routinier, bezig aan zijn laatste wedstrijd, allang gelost toen de toppers aangingen.

Op 7,3 kilometer van de top reden Basso, Evans en Scarponi weg bij Nibali, Vinokoerov en Cunego. Op zes kilometer moest Scarponi eraf. Evans klampte op 5,5 kilometer nog een keer aan, voordat hij Basso definitief moest laten gaan. Achter de ogenschijnlijk onvermoeibare koploper zwalkte een lang lint van toprenners man tegen man tegen de steile flanken. Basso kwam volgens de Vlaamse televisiezender VRT tot een klimtijd van 40.36 minuten, achter hem hielden de routiniers nog het beste stand: Evans op 1.19, Scarponi op 1.30, Damiano Cunego op 1.58, Vinokoerov op 2.26 en Carlos Sastre op 2.44.

Zij lijken ook de gevaarlijkste tegenstanders van Basso in het klassement. De Italiaan heeft vandaag bij de start van de klimtijdrit naar Plan de Corones 3.33 minuten achterstand op leider Arroyo, die zondag 3.50 minuten verloor. Achter Basso volgen Sastre (op 4.21 van het roze), Evans (op 4.43) en ‘Vino’ (op 5.51).

De Nederlandse debutant Bauke Mollema (23) hield zich knap staande op de flanken van de Zoncolan. Nadat hij een dag eerder als zevende was geëindigd, kwam hij zondag als dertiende over de streep (op 4.04). In het klassement staat de Rabo-kopman nu veertiende. Ook zijn ploeggenoot Steven Kruijswijk, eveneens debutant, toonde klimcapaciteiten en kwam op de Zoncolan als zeventiende boven.