Won Bush door framing? Of toch door fraude misschien

Volgens Jan Kuitenbrouwer zijn manipulatieve woorden effectiever dan reële feiten en argumenten (Opinie & Debat, 15 mei). Hij `baseert` zich op talloze voorbeelden van succesvolle politici: zij zouden met behulp van zogenaamde framingstechnieken (associaties triggeren) de kiezer voor zich winnen. Fortuyn won door het woord `demoniseren`, Bush heeft Gore en Kerry verslagen met `tax relief` en `war on terror`, Wilders spint garen bij complottheorieën.

De vraag is natuurlijk of woordkeus de verkiezingen bepaalt. Het antwoord is eenvoudig: nee. Wat Kuitenbrouwer doet, is achteraf bekijken wat de oorzaken zijn van succesvolle campagnes. Hij baseert zich hier op framing, maar gaat volledig voorbij aan de complexiteit van stemgedrag en de context ervan. Fortuyn was immers al de derde politicus die het integratietaboe wilde doorbreken. Het werd hem fataal. Bush won inderdaad van Gore, maar nipt. De verdenking van stemmenfraude zal ik niet eens noemen, de wetmatigheid dat na acht jaar het Amerikaanse volk meestal voor `verandering` kiest evenmin. De war on terror kreeg bijval door de complete ontreddering na 11 september 2001. In die zin kun je zeggen dat mensen emotionele keuzes maken. Maar is dat nieuws?

Tot slot Wilders. De man wordt achtervolgd, weggehoond en als abject weggezet. Voedt hij daarmee zijn imago als eenling die een mission impossible onderneemt? Daar hoeft hij dan zelf bar weinig voor te doen. Wie hier nu zorgt voor welk frame, is dus nog even de vraag.

Door de vele voorbeelden die Kuitenbrouwer noemt, lijkt framing het enige beïnvloedingsinstrument. In die zin verstaat hij in ieder geval zelf de kunst de lezer te verleiden.