Wat rest van de slag in Hürtgenwald

Over de slag tussen de Duitsers en Amerikanen in het Hürtgenwald hoor je zelden iemand. Hans Moll verkende de streek als nieuwsgierig toerist.

Oostelijk van Aken stroomt de rivier de Roer. Westelijk van dit stroomgebied, ten zuiden van Aken, vinden we de Noord-Eifel, waarvan het Hürtgenwald een belangrijk onderdeel is. Dat uitgestrekte bosgebied heeft zijn naam gegeven aan de bijna vergeten slag die daar woedde tijdens de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, de slag in het Hürtgenwald.

We kennen de Slag om Arnhem en het Ardennen Offensief. De eerste, officieel Operatie Market Garden geheten, duurde van 17 tot 25 september 1944, het Ardennenoffensief van 16 december ’44 tot 28 januari ’45. De maandenlange strijd die tussen die twee veldslagen werd geleverd, is echter een grote onbekende. Bij het (zeer aanbevelenswaardige) oorlogsmuseum van Vossenack komen we een groepje oudere Amerikanen tegen – „Mijn opa heeft hier gevochten”. Zij weten wel waarom deze slag grotendeels uit hún collectieve geheugen is gevallen: „Nederlagen vergeten we liever”.

Duitsers zouden het Hürtgenwald niet eens kúnnen vergeten, zoveel Mahn- en Denkmalen staan er in dit gebied. De Dood leeft hier en wel op een typisch Teutoonse wijze. Overal staan kruisbeelden, madonna’s, vredeskruizen en gedenktekens. Het meest indrukwekkend, tegen het macabere aan, is wel de beeldengroep achter de kerk in Vossenack. Daar zien we een Jezus die zijn arm uitstrekt naar een hurkende Maria Magdalena. ‘Onthoud de doden, zij manen ons de vrede te bewaren’, luidt de boodschap. Johannes de Doper en de maagd Maria staan er wat verschrikt bij te kijken.

Meer nog dan onthouden worden de doden gekoesterd. Bij toeval stuiten we in het gehucht Kommerscheidt op een amateurmuseumpje. Onzichtbaar vanaf de weg, in wat ogenschijnlijk een boerenschuur is, liggen honderden grote en kleinere herinneringen aan de veldslag die hier werd geleverd. Kogels, hulzen, granaatsplinters, verroeste machinegeweren (de beruchte MG 42), Panzerfäuste, een bazooka, soldatenmessen, helmen, bekers, gasmaskers en een paar hedendaagse ‘Splitterkreuze’. Christuskruizen gemaakt van vlijmscherpe granaatscherven. Kruizen waarop het Hürtgenwald patent lijkt te hebben.

„De bosarbeiders weten wat ik verzamel”, zegt de jongen die het museum beheert. Hij krijgt geregeld roestige resten van de strijd. Stoffelijke resten worden ook nog steeds gevonden, vertelt hij.

Hij neemt ons mee naar de tuin. Kommerscheidt ligt op een plateau en we kijken uit over het natuurpark Hohes Venn-Eifel. Maar voor het mooie uitzicht komen we hier niet. Onder een boom staat een kruis. Witte stenen omzoomen een mensgrote minituin met bloemen. John Farrell, staat op een bordje geschreven. Na een tijd gezwegen te hebben, vraag ik of hier een dode Ami ligt.

Nee, dat zou niet eens kunnen. Amerikaanse soldaten die in Duitsland zijn gesneuveld mogen niet op vijandige bodem worden begraven, zegt de jongen. Maar hier in Kommerscheidt werd Farrell gevonden en hij wil hem blijven gedenken.

Gedenken gedijt in hout, steen, staal en in reliëf, zoals op de deur van de St Jozefkerk in Vossenack. Daar wordt de gedachte levend gehouden aan ‘de 68.000 Duitse en Amerikaanse slachtoffers van de gevechtshandelingen in de omgeving van Vossenack’.

De Amerikanen leden grote verliezen. De heuvels waren dooraderd met goed gecamoufleerde bunkers. Door het terrein konden geen tanks worden ingezet, het weer was vaak te slecht voor bombardementsvluchten en de Duitse artillerie was goed op het terrein ingeschoten.

De schattingen van het aantal slachtoffers variëren. Sommige bronnen stellen dat er hier meer Amerikaanse slachtoffers zijn gevallen dan tijdens de Vietnamoorlog. Dat waren ruim 58.000 doden, meer dan 150.000 gewonden en ruim 1.700 vermisten. Het US Army’s Center of Military History schat echter dat 120,000 militairen in het Hürtgenwald werden ingezet, waarbij 23.000 ‘strijd-gerelateerde’ en 9.000 ‘niet-strijd-gerelateerde’ slachtoffers vielen. Eén ding is zeker, er waren veel slachtoffers en naar de vermisten wordt nog steeds gezocht. En niet alleen naar de vermisten. Het Hürtgenwald is een schatkamer voor souvenirjagers. Het Hürtgenwald is populair onder een kleine schare WO II fanaten. Er zijn nog bunkers waar je in kan, overal in het bos zijn schuttersputjes te vinden en op internet wisselen metaaldetectoramateurs hun ervaringen uit. Ze vertellen over volle munitiekisten en kapotte horloges die ze vinden. Sommige reageren met ‘eigenlijk is dat diefstal’. Maar het kan erger.

Vlakbij Vossenack ligt een groot soldatenkerkhof. Op een van de vierkante tegels staat de naam van veldmaarschalk Walter Model. De graftegel met zijn naam is al eens gestolen. Naast dit kerkhof staat een herdenkingsbeeld gewijd aan de Windhond Pantserdivisie. Op een plaquette staat: ‘Dode soldaten zijn nooit alleen, want er zullen altijd trouwe kameraden bij hen zijn’. Ook de plaquette werd eerder gestolen.

Wij zijn al tevreden met het verroeste staartstuk van een Amerikaanse rookgranaat. In het Vossenacker museum staat een intact exemplaar. En een Splitterkreuz kun je voor vijf euro toch niet laten staan.