Veilig slippen

Een slipcursus volgen doe je vooral voor de lol. ‘Rem alsof er een vers eitje tussen je schoen en het pedaal zit.’

Tijd voor een slipcursus. De zomervakantie komt er weer aan en voor je het weet schuif je ergens onder Lyon met piepende banden een kettingbotsing binnen. Maar het vergroten van de voertuigbeheersing, zoals het in de folder van Slotemakers heet, is bij de cursus nauwelijks het oogmerk. Dat is de amusementswaarde. Zeg nu zelf, slippen staat tot verkeersveiligheid als parachutespringen tot vliegveiligheid: het aangename overstijgt het nuttige.

Bij aankomst op een doordeweekse ochtend op het terrein van de Anti-slipschool in Zandvoort spelen zich dan ook vooral filmscènes voor het geestesoog af: een driftende Pierce Brosnan in Die another day en een doodsverachtende Gene Hackman in The French Connection en zo. En, we zijn er nu toch, stukgetrokken caravans en scharende trucks met aanhangers – wie zei ook alweer: „De beroemde couturier werd geschept door een beige-mauve vrachtwagencombinatie?”

Jankende raceauto’s

Op het nabije circuit janken veelbelovend raceauto’s voorbij, maar de spannende praktijk van het slippen begint met prozaïsche theorie. Instructeur Kees – „altijd wel iets met auto’s” – Jansen Hendriks neemt in een collegezaaltje wat algemene zaken door waarmee risico eenvoudig is in te dammen. Of we een lifehammer in de auto hebben. Nee. Of er winterbanden zijn aangeschaft. Ook niet. Of we de handen wel altijd een beetje gebogen en op kwart voor drie op het stuur houden. Nee en niet echt. Dat gaat lekker zo.

Of we airbags hebben. Jazeker! „Bedenk dat die met 200 kilometer per uur uit het stuur knallen. Mike Tyson slaat met 120 kilometer per uur. Tyson slaat dus vriendelijker tanden uit de mond dan een airbag dat kan.”

Voor het begrip van het slippen volgt een verhandeling over zaken als antiblokkeersystemen (ABS), elektronische stabilisatie en remklauwen. Dan mogen we naar buiten, waar een Opel Corsa klaar staat. Op het terrein liggen twee witte rechthoekige banen en een cirkel die met behulp van sproeiers nat wordt gehouden. „We simuleren sneeuw.”

Jansen Hendriks doet de eerste oefening voor. De auto rijdt met een gangetje van 40 kilometer per uur op de rechthoek af en Jansen Hendriks trapt op de rem. De wielen blokkeren en de Corsa glijdt en glijdt tot hij na een remweg van 40 meter tot stilstand komt. Vervolgens laat hij zien dat de remweg slinkt met gebruik van dat antiblokkeersysteem en nog korter wordt dankzij „gedoseerd remmen”: zo beheerst het rempedaal intrappen dat het ABS niet aanslaat. „Je moet voorzichtig remmen, alsof er een vers eitje tussen je schoen en het pedaal zit.”

Dan is de cursist aan de beurt. De Opel trekt op. „Zet je gevoelloze linkervoet maar eens op de rem.” Gevoelloos? De voet gaat van de koppeling op de rem en de auto staat met een schok stil. „Het gevoel voor zachtjes of hard remmen, zit alleen in je rechtervoet.”

De Corsa gedraagt zich netjes. De remweg neemt stapsgewijs af. Alleen het „gedoseerd remmen” is nog lastiger onder de knie te krijgen dan je eerst denkt. „Dat eitje is nu wel een roereitje geworden.”

Remmen, uitwijken, remmen

Na de lunch is tijd ingeruimd voor een tweede ronde theorie, over overstuur en onderstuur. En voor een verhaal uit de oude doos. Op een groot scherm verschijnt de naamgever van het bedrijf, Rob Slotemaker, die in 1969 de televisieverslaggever Henk Terlingen een rondje op het circuit meeneemt. Het asfalt is onzichtbaar door een dikke laag sneeuw en ijzel. Het braken staat Terlingen nader dan het lachen. Want Slotemaker laat zijn BMW met een gangetje van 140 kilometer per uur over de ijsbaan schaatsen. Van autogordels, airbags en kreukelzones had toen niemand ooit gehoord. In dat licht bezien is het niet verbazingwekkend dat Slotemaker zelf omkwam bij een ongeluk op het aanpalende circuit.

„We gaan remmen, uitwijken, remmen”, zegt Jansen Hendriks wanneer we weer in de Corsa zitten. Maar eerst laat hij nog even zien wat hij allemaal kan. Met een noodgang rijden we op een baan af waarna de instructeur de handrem aanhaalt. De Corsa spint om zijn as – George Clooney in The Peacemaker. Misschien is het een idee om de volgende keer met een pistool uit het geopende zijraam op virtuele achtervolgers te schieten.

Remmen, uitwijken, remmen is veel ingewikkelder dan het klinkt. De auto rijdt op een rubberen obstakel af, halverwege de baan. Dat geeft tijd om te remmen, maar de remweg is te lang dus moet je bijsturen. Dan raakt de auto in een slip. Wanneer je daar uit probeert te komen door bij te sturen, gedraagt de auto zich als een slinger: hij slaat naar de andere kant door. Alleen door op het oog te sturen op een punt aan de kop van de baan, voorkom je dat je dwars komt stil te staan. Het eerste halve dozijn pogingen levert een hoofdschuddende instructeur op – Stan Laurel in The Music Box – maar daarna gaat niks meer fout.

Na nog wat raggen met de Corsa op de spekgladde cirkel deelt Jansen Hendriçks „het felbegeerde antislipcertificaat” uit. En, o ja, autoroute, kom maar op.