'Stemmen voor je eigen ik'

In het Limburgse dorpje Rimburg twijfelen de kiezers nog na. Het kan Wilders worden, Cohen of Halsema. Over gevoelskiezers en hun vertrouwen in personen, in plaats van in partijen.

Vroeger was alles hier eenvoudig. Je werkte in de mijn, ging op zondag naar de kerk, daarna naar de kroeg. Je zat bij de voetbalvereniging, verbouwde groente in de tuin, hield duiven en eens in de vier jaar stemde je op de Katholieke Volkspartij, net als je ouders. Vroeger, toen het dorp tien kroegen, twee scholen en een zwembad had, en de kerk op zondag volliep. Maar de mijnen zijn gesloten, de kerk is nagenoeg leeg en het CDA is zijn vaste achterban verloren. In Rimburg, in de Oostelijke Mijnstreek van Limburg, begint het nadenken nu elke vier jaar weer opnieuw.

Rimburg. Vanaf de bebouwde kom van Landgraaf twintig minuten over een kaarsrechte weg. Links een vers geploegd aardappelveld, rechts in de verte de watertoren. Dan door het bos, een dalende bocht naar rechts. In het dal kraaien de hanen over en weer. Een blaffende hond. Langs het riviertje de Worms, de grens met Duitsland, ligt een lint van huizen met rode dakpannen en grote tuinen. Achthonderd inwoners, vijftien verenigingen, een dorpskroeg en een kruidenier. Daar komen vooral Duitsers want de koffie is goedkoper.

Over lokale politiek wordt in dorpscafé d’r Eck nauwelijks gepraat. Je stemt op wie je kent, meestal een Rimburger van de lokale partij. „Wil je nieuwe lantaarnpalen, dan spreek je hem aan in het café. Binnen een week is het geregeld”, zegt de kastelein. Wat de kastelein vorige keer landelijk gestemd heeft? Hij denkt even na. D66?

In Rimburg doppen ze hun eigen boontjes. In augustus marcheren de Romeinen door de straten voor het oog van twintigduizend bezoekers, in juli staat er drie dagen lang een reuzenrad in de dorpsstraat, alles zelf geregeld. Spil van Rimburg is het dorpshuis. Hier repeteert het zangkoor, oefent de fanfare, drinkt de vriendenclub een pilsje, vergadert de dorpsraad, hangt de spaarkas voor het carnaval en stemt op 9 juni het dorp.

Aan de rand van het dorp staat een bouwkeet met verse koffie en zelfgebakken cake. Acht mannen metselen de eerste muren van een ‘bakkes’, een traditioneel Limburgse vlaaienoven. Zo verandert het veldje van een hondenuitlaatplek in een burgerontmoetingsplek. Naast het bakhuisje komen nog een jeu-de-boulesbaan en fruitbomen voor de vulling van de vlaai. „Als wij iets willen, dan regelen we het zelf”, zegt Mien Dassen, initiatiefnemer van het project. De gemeente hoefde alleen toestemming te geven. Vrijwilligers genoeg die op zaterdag komen helpen met metselen, timmeren en koffiezetten.

Mien Dassen, achterin de vijftig en eigenaar van een transportbedrijf, stemde zijn hele leven VVD. Dit jaar wordt het Cohen. PvdA stemmen gaat hem als ondernemer aan het hart. „Maar we hebben een bestuurder nodig die de onrust kan tegengaan.” Dassen is niet de enige man bij het bakkes die is gaan zweven. Een metselaar die trouw SP’er was, stapt nu over naar de PVV, een man die een hulpspant timmert zal de stemwijzer doen en de opzichter komt uit een CDA-nest, maar vergelijkt nu bij elke verkiezingen de partijprogramma’s.

Zweven. Voor Henk Beckers (64), die foto’s maakt van de bouw, maakt dat het stemmen alleen maar leuker. „Je keuze is doordachter.” Vijftien jaar geleden veranderde Beckers van ‘rechtgeaard CDA’er’ in een zwevende kiezer. Waarom weet hij niet. „Mijn vader werkte in de Oranje-Nassaumijn, thuis werd altijd KVP gestemd. Daar was geen discussie over. Maar op zeker moment is de vanzelfsprekendheid weg.” Beckers is acht jaar raadslid geweest voor de lokale partij, nadat een vriend van het zangkoor hem vroeg. En daar, zegt hij, doet je landelijke politieke kleur er niet toe.

Voor Beckers liggen alle opties nog open: VVD, GroenLinks, PvdA. Zelfs de „goddeloze SP” is niet uitgesloten. Alleen PVV en CDA maken geen kans. Beckers: „Wilders heeft goede punten, maar kan niet regeren. En na al die jaren normen en waarden van het CDA kunnen we nog altijd geen normale finale Ajax-Feyenoord hebben.”

Tussen nu en 2 juni, een week voor de landelijke verkiezingen, zal Beckers zijn keuze maken. Wat hij op zijn flatscreen ziet, geeft de doorslag. Het journaal, Kamerdebatten en Pauw en Witteman, gecombineerd met internet en het Limburgs Dagblad. Makkelijk is het niet. Want als je tegen nieuwe kerncentrales, maar voor hogere straffen bent, stem je dan links of rechts? Beckers: „Ik moet me wat meer verdiepen in de onderwerpen, sommige punten zullen zwaarder wegen, en uiteindelijk krijg ik vertrouwen in een partij.”

Een week later trekt onder ingehouden tromgeroffel een lange stoet de heuvels in. De schuttersvereniging voorop, dan het zangkoor, de fanfare, dorpsbewoners en een vrijwilliger om de orde te bewaken. Het is 4 mei, tijd voor de jaarlijkse dodenherdenking bij de Sint Jozef, een eigenhandig gebouwde veldkapel.

Eenmaal boven in het bos hijst de schuttersvereniging haar sabels op commando en herdenkt Rimburg in stilte zijn gevallenen. Twee minuten. Om tien vóór acht.

Daags voor de optocht rolt Jan Dohmen (53), lid van de organiserende Sint Jozefvereniging, ’s middags een shagje voor de buis. Oud-metaalbewerker Dohmen is een gevoelskiezer. Natuurlijk stemde hij in de tijd van Lubbers en Van Agt op het CDA. „Die brachten de mensen nog wat.” Maar met de komst van Kok zakte de partij wat hem betreft ver weg. Na een korte stilte: „Die was van de PvdA hè...”

Ach, die landelijke verkiezingen, „zo diep” gaat hij er niet in, geeft Dohmen onmiddellijk toe. „Laten we eerlijk wezen: we worden toch bedonderd.” Maar stem je niet, vindt hij, dan moet je ook je mond houden. Dus zet Dohmen straks een kruisje, mogen ze het daarboven uitzoeken en „horen we het wel weer over vier jaar”.

Met de armen over elkaar vinkt Dohmen de opties af: „Balkenende, Harry Potter met z’n toverstafje dat niet werkte.”

„Met Cohen moet je maar afwachten.”

„Maxime Verhagen: alles ligt in de puin en meneer gaat met vakantie.”

„Om die witte van Venlo moet ik altijd wel lachen. Maar hij weet niet wat-ie zegt.”

„In die van D66, Alex…, zit nog wel wat muziek.”

„Rutte praat wat veel.”

„Gaan er acht naar links, dan wil Rita naar rechts, om maar ergens tegenaan te schoppen.”

„Die ene met die hoed op. Nee, niet die van de PvdA. Ja! Plasterk! Moeilijk.”

„Die van de SP, Marianne Timmeren, deed het ook niet slecht.”

Eigenlijk heeft Dohmen al besloten: Femke Halsema van GroenLinks. „Een leuke meid.” Dat Dohmen voorstander is van een hoofddoekjesverbod en strengere straffen, dat de kilometerheffing er van hem niet hoeft te komen en er best minder geld naar ontwikkelingssamenwerking mag, geeft niet. „Ik stem op de persoon, niet op een partij.”

In 1965 kondigde Den Uyl in de schouwburg van Heerlen de sluiting van de mijnen aan. Exit PvdA. In 1992 bleek de ‘God van Landgraaf’, CDA-voorman Wiel Heinrichs, betrokken bij een corruptieschandaal. Exit CDA. Op dat moment waren ook de jaren zeventig niet aan Rimburg voorbijgegaan. Ontkerkelijking en iedereen een eigen mening. De verenigingen bleven over en hielden het dorp bij elkaar. Ook toen in de jaren negentig Rimburg leegliep en de ‘import’ kwam.

Achter het voetbalveld ligt de visvijver. Uitgestorven, op één man na. In geelgroen pak roeit hij achter twee ganzen aan. Eenmaal in het zicht verruilt hij zijn peddels voor een katapult en schiet. Mis. De ganzen scheren over het water, de man er achteraan.

Piet Boosten is zijn naam. Voorzitter van de visvereniging, 56 jaar, zeven bypasses, een kapotte borstkas en van binnen opgevreten door een MRSA-bacterie.

„Kijk uit waar je loopt”, zegt Boosten als hij is aangemeerd. „Uitwerpselen van ganzen zijn erger dan die van honden. Vooral als ze in het water terechtkomen.” De vissen overleven dat niet. Boosten schiet met eikels, hij wil de ganzen wegjagen, niet verwonden.

Rimburgs visvereniging draait op vrijwilligers: ’s morgens om zes uur repeterend op een van de gele prullenbakken langs het water slaan om de ganzen te verjagen, met rode baksteen een aanbouw van het clubhuis metselen. Dat de club voor 70 procent uit Duitsers bestaat is dan een voordeel. Boosten: „Een grote klus? Eén Hollander meldt zich, vijf Duitsers. Zo plichtsgetrouw zijn ze.”

De visvijver ziet Boosten als een kleine multiculturele samenleving die wérkt. Iedereen is betrokken, fatsoenlijk, en houdt zich netjes aan de spelregels. Daarom begrijpt hij het niet: waarom teren jonge buitenlanders op onze portemonnee? Waarom kunnen de Grieken leven als God in Frankrijk en draaien wij daarvoor op? Waarom kan iemand in koelen bloede vier mensen vermoorden zonder te worden opgehangen?

Boosten stemde van huis uit PvdA. Zijn vader werkte bij de mijnen, zelf werkt Boosten al dertig jaar als kraanmachinist. Des te zuurder dus dat er door de overheid zo „met geld is gesmeten” en dat al die potten waarin híj jarenlang geld heeft geduwd, nu plotseling leeg zijn.

Collega’s van Boosten konden al met 56 stoppen, met een dikke vut. Boosten zal er wel uit kunnen met 62 half, „maar dan zal ik toch veren moeten laten”. En dat terwijl Bos, nu het erom ging, het kabinet opblies en maakte dat-ie wegkwam. „Óf je blust, óf je gooit er hout op. Maar steek je een vuur aan, dan loop je niet weg.”

Niet dat Wilders iets voor hem gaat doen, maar Boosten wil chaos. „Laat Wilders maar eens lekker tegen de maatschappij aanschoppen. Niemand wil met hem regeren, dus zijn er binnen drie maanden weer verkiezingen. Hopelijk zijn de andere partijen dan wakker geschud.”

Een jongere in Rimburg is moeilijker te vinden. Het jeugdelftal telt vijf Rimburgers. In 2006 sloot de basisschool, er zaten nog maar acht kinderen op en alsof het zo moest zijn, sloeg nog voor de sluiting de bliksem in het pand. Nu kunnen alleen de kinderen van groep 1 en 2 in Rimburg naar schul, de ouderen moeten naar de bebouwde kom van Landgraaf, waar school sjoel heet.

Het is zes uur en Jessica Helms, 21 jaar, is net terug van haar werk als röntgenlaborant in Maastricht. „Hebben wij het wel eens over politiek?” vraagt ze aan haar moeder die in de keuken rondloopt. „Wij zijn niet zo politiek”, antwoordt die. Helms is de meikoningin van Rimburg. Vorig jaar vond ze een versierde dennenboom voor de deur, de trofee waarmee ze een jaar lang samen met de meikoning de vereniging van vrijgezelle jongens en meisjes mocht leiden. Ze gaat stemmen als het lukt. „Maar als ik het echt niet weet, dan ga ik niet.”

Kiezen is misschien ook niet zo makkelijk. Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking? „Tja, wat gaat er nu naar toe?” Gekozen premier? „Hoe gaat het nu eigenlijk?” Kerncentrales? „Hebben we er nu één?” Balkenende? Zucht. Cohen? Ze wrijft over haar been. Hypotheekrenteaftrek? Ze veert overeind. „Dat maakt me onzeker, ik krijg er hoofdpijn van.” Helms is op zoek naar een woning, in Landgraaf.

„Iedereen stemt toch voor z’n eigen ik?” De beheerder van de volautomatische kegelbaan ziet het bij zijn klanten, vooral ouderen. „Hoe word ik straks verzorgd? Dat thema speelt hier. De ouderen vrezen: zit ik straks nog goed in het bejaardentehuis waar ik jarenlang aan heb meebetaald?” Zelf kijkt de beheerder vooral naar het rookbeleid en de belasting voor zelfstandigen.

Belangrijker dan eigenbelang, vindt de Rimburger vertrouwen. Je regering houdt het halverwege voor gezien, je minister vindt het vaderschap plots belangrijker, je geld blijkt niet veilig, en over de Irak-oorlog ben je voorgelogen. Het brengt de kiezer in beweging. Alle kanten op.

Niet dat de meesten zich er echt druk om maken. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd: de vlaaienoven moet deze zomer af, liefst zonder nog meer vertraging. Rimburg is genomineerd als leukste dorp van Limburg en moet de derde stemronde doorkomen. En het is de vraag of het Romeinse feest dit jaar door kan gaan. Hoe het ook loopt, ze regelen zelf wel weer.