Relativering ongewenst

Ook klimaatsceptici hebben intussen hun eigen organen. En zo was er deze week, in Chicago, alweer de vierde International Climate Change Conference, een bijeenkomst van 500 klimaatsceptici. In de woorden van de organisatie: ‘van ruim 500 van ’s werelds meest vooraanstaande klimatologen, economen en opinieleiders’.

Voormalig maanastronaut en republikeins senator Harrison Schmitt kwam uitleggen dat de Amerikaanse grondwet geen regelgeving op het gebied van CO2 toestaat.

Richard Lindzen, hoogleraar meteorologie aan het Massachusetts Institute of Technology en lid van de National Academy of Sciences, herhaalde nog eens zijn omstreden boodschap dat het klimaatsysteem wat extra CO2 wel kan opvangen. En de voormalig adviseur van Margaret Thatcher, Christopher Mockton, ontlokte bravo’s toen hij IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri een spoorwegingenieur noemde.

Maar de BBC-verslaggever ter plekke werd toch vooral getroffen door de diepe teleurstelling onder sceptici over hun grootste held, Steve McIntyre. De man dus die het symbool van klimaatverandering – de hockeystickgrafiek – onderuit haalde, maar die nu zijn toehoorders opriep om op te houden met de bittere beschuldigingen van fraude en bedrog aan het adres van klimaatonderzoekers. Om er ook nog aan toe te voegen dat het beslist de taak is van politici om CO2-emissies te beperken, zolang er consensus is dat CO2 gevaarlijk is. McIntyre die onder daverend applaus het podium was opgestapt, liep er in diepe stilte weer vanaf, noteerde de BBC-verslaggever.