Regenbuien uit het heelal

Soms gaat Dr. Zeepaard naar een museum. Dan vraagt hij: wat is het gekste voorwerp hier? In het Universiteitsmuseum Utrecht is dat een bed waarin je de kosmos hoort.

Oei, wat zijn deze kamers donker. Alleen de gloeiende lijnen op de muren geven een beetje licht. Het lijkt wel een vreemd ruimteschip.

“Dat klopt”, zegt Gary Sheikkariem van het Universiteitsmuseum in Utrecht. “Op deze tentoonstelling ben je Master of the Universe, een ontdekkingsreiziger in het heelal.”

Gary neemt Dr. Zeepaard mee naar het gekste voorwerp in de donkere kamers: een bedstee, maar dan anders. Voorzichtig gaat Dr. Zeepaard liggen op het oranje leer dat om het matras is getrokken. Boven zijn hoofd schieten plaatjes voorbij. Een zware ster die tijdens een supernova-explosie uit elkaar klapt, een zwart gat dat sterren opslokt...

“Zulke dingen gebeuren soms wel 300 miljoen lichtjaar van ons vandaan”, zegt Gary. Het licht van de verre explosies of andere woeste gebeurtenissen in de kosmos was dan dus 300 miljoen jaar onderweg, voordat het op aarde met telescopen en camera’s kon worden vastgelegd. En nu kijkt Dr. Zeepaard ernaar.

Hij hóórt ook iets: getik. Soms hapert het even, dan ratelt het snel achter elkaar. Gemiddeld tikt het acht keer per seconde.

Elke tik hoort bij een extreem klein deeltje, legt Gary uit, dat ooit is weggeschoten tijdens zo’n supernova-explosie, uit de onstuimige omgeving van zo’n ver zwart gat, of vanaf een andere verre, exotische plek in het heelal.

Zo’n deeltje kun je je voorstellen als een legoblokje, maar dan zo vreselijk klein dat het totaal onzichtbaar is en je het nooit zou kunnen pakken. Als je verschrikkelijk veel van zulke deeltjes kon laten klonteren, dan zou je er nieuwe sterren en planeten en mensen van kunnen bouwen. Maar de kleine deeltjes die voor het getik zorgen, zijn helemaal in hun eentje door het heelal geschoten.

Tot ze pardoes op de dampkring van de aarde botsten. Op het zuurstof daarin, of op het stikstof. Bij zulke botsingen schieten brokstukken weg, vertelt Gary. Nieuwe deeltjes eigenlijk, die ‘muonen’ heten. En zo zorgt elk klein deeltje uit het heelal voor een regenbui van razendsnelle ‘muonen’. Met speciale apparatuur in de bedstee worden ze geteld: elk muon geeft een tik.

De muonenregens zijn er ook als je ze niet hoort. Als je thuis in bed ligt of tv kijkt bijvoorbeeld. Maar dat kan helemaal geen kwaad. In de loop van duizenden jaren zijn mensen er al lang op ingesteld geraakt dat er muonen door hen heen vliegen.

Hierna neemt Gary Dr. Zeepaard nog mee naar een namaakruimteschip dat extreem snel kan gaan, naar een nep zwart gat dat extreem zwaar is, en naar een gas dat extreem koud is.

Het duizelt Dr. Zeepaard een beetje. Gelukkig is er buiten een mooie tuin met een vijver vol slakken en kikkervisjes: Dr. Zeepaard komt weer terug op aarde.

Margriet van der Heijden