Premiers in spe zoeken hun rol

Een handige debater is niet meteen de geloofwaardigste premier, bleek uit het eerste lijsttrekkersdebat.

Twee vragen zweefden in de lucht bij het eerste lijsttrekkersdebat voor de Tweede Kamerverkiezingen, gisteren. Wie zou het debat, het spel, ‘winnen’? En wie zou bij de luisteraars van Radio 1 de indruk achter laten mogelijk de juiste premier te zijn om het land uit de economische crisis te loodsen?

VVD, PvdA en CDA, de drie grootste partijen in de peilingen, hopen dat de kiezers zich op 9 juni die laatste vraag stellen. Alle drie denken ze namelijk een goede kandidaat-premier te hebben. En die kandidaten, Mark Rutte (VVD), Job Cohen (PvdA) en demissionair premier Jan Peter Balkenende (CDA), hebben al laten weten aanspraak te willen maken op de post. Maar kon de spel-vraag misschien nog worden beantwoord, met de premier-vraag ging dat niet.

Rutte had, nadat hij in het eerste deel van het debat bijna knock-out was geslagen, in de onderlinge confrontaties met Cohen en Balkenende vaak de bovenhand. Alleen Balkenende wist hem een keer van zijn apropos te brengen. Zijn CDA, verzekerde Balkenende, zou nooit een coalitie vormen die hypotheekrenteaftrek wil beperken. Kon Rutte, die andere grote verdediger van de aftrek, hem daarin steunen? Het was een vraag waar de VVD’er geen antwoord op wilde geven, tot groot plezier van Balkenende, die hem bleef stellen. Rutte’s weerwoord – geen zin in „misplaatste stoerheid” – leek wat pover, ook omdat hij zich juist verder van zijn stoere kant liet zien.

Rutte was vrolijk, energiek en vaak aan het woord, maar wat hij en zijn partij precies willen – behalve voorkomen dat Cohen of Balkenende een volgende regering leiden – werd er niet veel duidelijker van. Hij liet vooral van zich horen als een behendige ontregelaar.

Vervolg Verkiezingen: pagina 3

Geen enkele lijsttrekker weet nog te overtuigen

Rutte had allerlei lijstjes paraat om zijn tegenstanders mee aan te vallen. Over de smaak ervan was wel eens te twisten. Zoals toen hij Cohen verweet de kant van „de dader” de kiezen, omdat hij op bezoek was geweest bij de ouders van een zoon die na een incident door de politie was doodgeschoten.

En de vraag wie in moeilijke tijden een goede premier zou zijn? Vermoedelijk werd die voor zwevende kiezer gistermiddag niet beantwoord. In zijn ijver bleef Rutte steken in het gedrag van de oppositiepoliticus die hij nu is, in plaats van toekomstige coalitieleider. Een rol die hem is opgedrongen door de goede peilingen, maar die hij nu zelf graag op zich neemt. Maar ook Balkenende en Cohen maakten geen overtuigende indruk. Soms leken Rutte en Balkenende net een kiftend stel. Het VVD-programma was „onfatsoenlijk”, zei Balkenende, Rutte vond dat het CDA ouderen in de steek liet. Hun wederzijdse kritiek verhulde niet dat ze het liefst met elkaar in een coalitie zouden zitten.

Cohen liet zich niet verleiden tot bekvechten, maar bleef wel het antwoord schuldig op voor de hand liggende vragen. Zijn partij bleek het plan voor een inkomensafhankelijk eigen risico in de eigen zorg te hebben ingetrokken. Daar waren redenen voor (zie inzet), maar die wist de PvdA’er onder verbale druk van Balkenende nauwelijks helder toe te lichten. Toen Rutte hem verweet Amsterdam onveiliger te hebben gemaakt, kwam Cohen er moeilijk tussen.

En de man die al zo lang premier is? Balkenende was even sterk tegen Rutte, maar kampt met slechte peilingen, een slecht imago en een problematisch verkiezingsprogramma. Hij valt de bezuinigingen van de VVD hard aan als draconisch en asociaal, maar de voorstellen van het CDA zijn vergelijkbaar van aard, alleen kleiner in omvang. Wat de partijen links van het CDA weer de gelegenheid geeft het gebrek aan hervormingsdrang van de christendemocraten te beschimpen. En dat is vervelend voor de partij die zich rentmeester van Nederland wil tonen.

De lijsttrekkers van de kleinere partijen, die – PVV-leider Geert Wilders uitgezonderd – ook meededen, probeerden te overtuigen met inhoudelijke standpunten. Hoewel ze daarmee meer informatie gaven aan de luisteraars dan de grotere drie, bleef hun rol tijdens het debat toch beperkt.

D66-leider Alexander Pechtold en GroenLinks-leider Femke Halsema benadrukken de laatste weken dat „progressieve” partijen eigenlijk voor de verkiezingen al een soort samenwerkingsbelofte zouden moeten afleggen. Ter plekke bedachten ze een onderwijsplan. Alleen ChristenUnie-lijsttrekker André Rouvoet, demissionair minister van Onderwijs, was enthousiast. Cohen leek aarzelend knikkend instemming te betuigen.

Halsema daagde Cohen nog uit te vertellen welke partijen hij graag in zijn gewenste progressieve coalitie zag. Maar ook op die vraag gaf Cohen geen antwoord.