Portugezen kunnen leven met lage euro

De vraag is niet of Portugal het staatstekort kan terugdringen, maar hoe hoog de economische prijs zal zijn. „We moeten nu allemaal bijdragen.”

Soepel laat Bruno Costa zijn cursor verspringen over vier computerschermen, terwijl hij codes intikt op een toetsenbord. „Deze grafiek toont de rente die Portugal moet betalen aan kopers van zijn obligaties”, zegt de Portugese bankhandelaar, wijzend op een grafieklijn die in een curve rap opklimt en dan steil naar beneden duikt.

„Op vrijdag 7 mei zie je het hoogtepunt. Vervolgens kwam Europa met zijn reddingsactie en daalde de rente. Maar ons renteniveau ligt altijd nog twee maal zo hoog als begin dit jaar. En de paniek kan op termijn weer terugkomen.”

Costa, werkzaam bij de private Banco Carregosa, volgde deze week nauwgezet een veiling van 500 miljoen euro aan Portugese staatsobligaties. Ondanks de hogere rente verliep de verkoop voorspoedig, meent hij. De uitgifte is ruim twee keer overschreven. „Al was dat begin dit jaar nog anders. Toen werd een soortgelijke uitgifte wel vier keer overschreven.”

Er zijn meer redenen voor blijvende bezorgdheid over besmetting van de Griekse schuldencrisis richting Portugal, vertelt zijn collega João Pereira. Tijdens de onderhandelingen over het Europese noodplan heeft Portugal moeten toezeggen het begrotingstekort versneld terug te dringen. Daartoe voert Lissabon een ‘crisisbelasting’ in: inkomstenbelasting, btw en vennootschapsbelasting voor grote bedrijven gaan omhoog.

„Met deze lastenverzwaring zullen we het tekort in 2013 wel richting 3 procent krijgen, zoals Brussel wil”, zegt Pereira. „De vraag is nu hoezeer dit de economische groei aantast. Deze maatregelen kunnen het land voor zeker twee jaar in een recessie duwen.” Veel economen hadden verwacht dat de regering meer zou snijden in uitgaven. „Maar het is nu eenmaal minder impopulair de belastingen te verhogen dan om ambtenarensalarissen te verlagen, zoals Spanje doet.”

Dat blijkt ook uit een rondgang langs winkels in het centrum van Lissabon. Hoewel de lastenverhoging er niet enthousiast wordt ontvangen, is er wel begrip voor. „Niet alleen de overheid, ook wij burgers hebben hier schuld aan”, zegt Emilia Lopes, verkoopster in een stokviswinkel. „Je kunt overal zien dat we boven onze stand hebben geleefd. We moeten nu allemaal bijdragen.”

Isabel Ferreira, die sinds veertig jaar een boekhandel heeft, is kritischer. „De inkomstenbelasting verhogen betekent voor mensen die twee, drieduizend euro verdienen een keer minder uit eten in de maand. Maar voor armere mensen is het een wereld van verschil”, zegt ze. Toch is ook zij overtuigd van de noodzaak van ingrijpende maatregelen. „Waarschijnlijk is het zelfs nog niet genoeg om ons land te redden.”

Daar lijken ook de markten op te speculeren, zegt handelaar Costa. Hij wijst op een grafiek die de koers van credit default swaps (CDS’s) laat zien: de prijs die beleggers betalen om zich te verzekeren tegen een Portugees bankroet. Portugal belandde deze maand in de toptien van meest risicovol geachte landen. Het staat nu op plaats zeven, tussen Vietnam en Libanon. „De koers van de CDS’s stijgt deze week weer licht. Een teken dat de markten denken dat de problemen nog niet zijn opgelost.”

Júlia Pina heeft nog nooit van credit default swaps gehoord, maar ze weet wel dat de vooruitzichten niet rooskleurig zijn. De 57-jarige kapster uit Kaapverdië woont in Amadora, een voorstadje van Lissabon met veel hoogbouw. Vijf jaar geleden kocht ze er samen met haar man, een bouwvakker, een flatje. Nu beiden al ruim drie jaar werkloos zijn, kunnen ze sinds 2007 de hypotheeklasten niet elke maand betalen. „We komen toch nooit meer aan werk en de bank heeft al gezegd dat ze ons eruit zullen zetten”, zegt Júlia Pina.

Inmiddels is ze bij een van haar drie kinderen ingetrokken en probeert ze de woning te verhuren. „We hadden nooit moeten kopen, maar gewoon moeten huren” , vertelt ze. Twee van haar kinderen hebben een huis gekocht en nu hun inkomen door de crisis terugloopt komen zij het meest in de problemen. „Mijn andere zoon huurt, die kan de klap veel beter opvangen.”

Bankhandelaren Costa en Pereira achten het waarschijnlijk dat de markten na de paniek over de overheidsfinanciën nu bezorgd zullen raken over de hoge particuliere schuldenlast van Portugal. De Portugese staatsschuld ligt dit jaar met 85 procent van het bbp iets boven het Europese gemiddelde. Maar de totale Portugese schuldenlast, inclusief schulden van particulieren en bedrijven, is met 236 procent van het bbp zeer hoog vergeleken met andere landen.

Dat is een direct gevolg van de historisch ongekend lage rente die Portugal na de invoering van de nieuwe munt opeens genoot. De lonen en prijzen stegen er wegens het goedkope krediet harder dan elders in de eurozone. Dat leidde tot een hogere levensstandaard, maar ook tot verlies van concurrentiekracht ten opzichte van andere landen.

Om weer concurrerend te worden, zou Portugal grote hervormingen kunnen doorvoeren, maar die zullen alleen op de lange termijn effect hebben. Buitenlandse economen suggereren dat het land de lonen met 20 tot 30 procent moet verlagen. „Maar dat is verdomd agressief”, zegt Pereira. Consumenten zouden nog massaler in betalingsproblemen komen. Banken zouden gaan wankelen.

Er is maar één andere manier om werkelijk snel concurrentiekracht te herwinnen, zegt Pereira. „De euro moet nog verder zakken. Dat zou een gunstig effect hebben op onze handelsbalans, waar we nu een groot tekort hebben.” Met een lagere euro zouden Portugese exportproducten weer aantrekkelijker worden. „En onze import daalt toch als gevolg van de recessie.”

Handelaar Bruno Costa deelt die mening. Hij werpt in de dealingroom een blik op de televisie waarop zakenzender Bloomberg fragmenten toont uit een toespraak van bondskanselier Merkel in de Duitse Bondsdag. „Ze is bezorgd over de verzwakking van de euro. Maar zowel voor Portugal als voor Duitsland is een goedkopere euro helemaal niet ongunstig.”

Zijn collega Pereira vult aan: „Natuurlijk, de Duitsers zullen nerveus worden als de euro nog verder daalt tegenover de dollar. Maar ze moeten kiezen: of ze zetten in op een euro die net zo sterk is als de Duitse mark ooit was en ze houden instabiliteit in de perifere eurolanden, of ze leren leven met een lagere euro.”