Met campionissimo op jacht in Brabant

Zeventig jaar geleden won Fausto Coppi zijn eerste van vijf Giro’s. In de winter van 1951 bezocht de grote Italiaanse kampioen Sint Willebrord. En niet alleen om te jagen op wild.

Fanfare De Eendracht in Sint Willebrord was al aardig gewend aan huldigingen van wielerkampioenen op de dag dat Fausto Coppi kwam. De Willebrordse wielrenners Marinus Valentijn, Wim van Est en Wout Wagtmans vierden triomfen in de jaren dertig (Valentijn), veertig en vijftig. Dus toen Fausto Coppi op 18 december 1951 het West-Brabantse dorp aandeed, was het muzikale eerbetoon dat daar bij hoorde, een fluitje van een cent. Toch was de opwinding deze keer anders. Niet een plaatsgenoot, maar de grootste wielerkampioen van zijn tijd zou zich door de straten van het dorp bewegen. „Het was een hele happening. Iedereen was doordrongen van de grootheid van Coppi”, herinnert Pierre Pellenaars zich.

Als zesjarig jongetje beleefde hij die dag met zijn vader Kees, leider van de Nederlandse ploeg in de Tour de France. Pellenaars senior en Van Est hadden Coppi uitgenodigd voor een jachtpartij op het landgoed van de steenrijke Antwerpse zusters Amalia en Marie-Antoinette Carlier, zeven kilometer buiten Sint Willebrord.

In de Tour van dat jaar was campionissimo Coppi blijven steken op een tiende plaats, met 46.51 minuut achterstand op winnaar Hugo Koblet. Coppi klaagde dat hij in eigen land weinig goede knechten kon vinden die in de Tour voor hem werkten. Hij zocht steun in het buitenland.

Met de Nederlandse renners was het goed zaken doen, had Coppi eerder ondervonden. In de Giro van 1949 had Van Est al tegen betaling voor hem geknecht. „Coppi was onuitstaanbaar als er een groepje weg was. Bang dat hij een half minuutje zou verspelen. Dan moest je werken, keihard, totdat we de koplopers weer in onze greep hadden”, vertelde Van Est zijn biograaf John Linse. Van Est deed het met plezier. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij fietste voor de verdiensten. „Ik had het geld graag in mijn zak. Het geluid van knisperende bankbiljetten, daar was ik dol op”, noteerde Linse.

„Renners zochten elkaar in de winter op om de combines voor het nieuwe seizoen te maken”, weet Cees Brouwers (83), die er ook bij was op de dag dat Coppi kwam. Brouwers, oud-consul van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie, kan zich nog herinneren dat ook de Fransman Louison Bobet in de jaren vijftig naar Nederland afreisde om een verbond te smeden voor de Tour de France. Pierre Pellenaars bevestigt dat. „Bobet kwam in 1954 op bezoek. Een Tourwinnaar hadden we niet in eigen land, of het zou Wout Wagtmans geweest moeten zijn. Maar die kwam nooit verder dan een vijfde plaats. De Nederlanders konden in die jaren alleen furore maken door aan te vallen om etappes te winnen en door hand- en spandiensten te verlenen aan de grote renners.”

De jachtpartij in de winter van 1951 was voor Coppi een mooie gelegenheid om de zakelijke banden met de Nederlanders weer eens aan te halen. Hij kwam met zijn ploegleider Lomme Driessens via Brussel naar het West-Brabantse grensdorp.

Van Est en de toen nog jonge talentvolle renner Thijs Roks traden bij de jacht op als drijver. De uit Sint Willebrord afkomstige Valentijn, in 1932 Nederlands kampioen bij de beroepsrenners, droeg een geweer.

De Nederlandse gastheren waren verstandig genoeg om de grote kampioen de beste schietkansen te gunnen. Gehuld in hoge roodkleurige laarzen, een bruine zachtfluwelen broek, een warm groen getint windjack, met een geribd fluwelen pet op het hoofd, schoot Coppi een houtsnip, twee konijnen en een haas.

Na de jacht werd Coppi eerst vergast op een feestmaal bij burgemeester Piet Alberts, waarna het hele gezelschap naar het Luma-theater trok. Daar kreeg Coppi uit handen van de burgemeester een rozenkrans in etui, vervaardigd in de Willebrordse rozenkransfabriek, de enige industrie in het dorp.

Coppi’s bezoek aan Sint Willebrord is voor zover bekend de enige keer dat hij, buiten een wielerwedstrijd om, in Nederland was. Het zou nog lang nazinderen. Al was het maar omdat er ruzie ontstond over de onkosten. „Op de jaarvergadering van wielervereniging Willebrord Wil Vooruit werd besproken dat de club 48 gulden verteer voor zijn rekening zou nemen”, herinnert Cees Brouwers zich. „Maar toen zei Klaas van Est, een fietsende broer van Wim, dat Wim dat maar moest betalen. Hij had Coppi immers uitgenodigd.”

Wim voelde er niet veel voor om op te draaien voor de kosten.

Wout Wagtmans, aanwezig bij de huldiging van Coppi in de Luma-zaal, beëindigde na afloop van de bijeenkomst acuut zijn lidmaatschap van Willebrord Wil Vooruit. Wagtmans was woedend omdat zijn naam de hele avond door niet één hoogwaardigheidsbekleder was genoemd, in geen enkele toespraak. Alsof hij een prutser van een wielrenner was.

Voor Coppi pakte de dagtrip naar Sint Willebrord beter uit. Zeven maanden later won hij de Tour de France, met steun van de Nederlandse ploeg, met Wout Wagtmans, Thijs Roks en Wim van Est.