Kokosmelk

Floyd Landis zei wat iedereen al jaren denkt/weet: zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong ademt doping. En hij niet alleen, ook zijn ploegleider Johan Bruyneel en zijn gevierde knechten. Andermaal komt een spijtoptant niet aandraven met harde bewijzen, al is hij wel extreem gedetailleerd in de onthulling. Over zijn eigen, duistere dopingverleden speelde de mennoniet vier jaar lang de vermoorde onschuld, maar in die kringen heb je wel vaker een late bekering. Religies zijn overigens gespecialiseerd in gewetensnood à la carte.

Lance Armstrong sprak van bullshit, Johan Bruyneel van wraaklust en UCI-erevoorzitter Hein Verbruggen verwees het rossige onbenul linea recta naar de psychiatrie. Zij, hooggezeten koorknapen, waren zó klaar met de operatiebeschadiging van een desperado. Want meer was het niet.

Die Floyd.

Er is veel misgegaan in zijn leven. Luttele dagen na eindwinst in de Tour werd hij ontmaskerd als dopingzondaar. Weg roem, weg toekomst. Eindeloze proceduregevechten voor eerherstel hebben hem een fortuin gekost. Weg geld. Miljonair af. Blut. Voor zijn vrouw werd het allemaal te veel: ook weg. Een rentree in het peloton lukte niet: testosteron kon dus ook geen kant meer op. Nergens nog licht in het leven.

Wrakhout.

De geloofsbrieven van Landis zijn derhalve niet erg overtuigend. Zijn laatste mailbiecht is dat wel, al was het maar omdat de The Wall Street Journal toch iets serieuzer is dan La Gazzetta en het Utrechts Nieuwsblad. Landis’ grofste aantijging gaat over zwijggeld voor de UCI. Een positieve dopingtest van Armstrong in de Ronde van Zwitserland zou door Verbruggen onder het tapijt zijn geveegd, na een ‘financiële overeenkomst’. De deal werd op het UCI-kantoor beklonken in een onderonsje van Armstrong, Bruyneel en Verbruggen. Bewijslast: nihil.

Wel raakte later bekend dat Lance een bedrag had geschonken aan de UCI om een toestel aan te kopen voor een nog meer geavanceerde strijd tegen doping. Verdachte generositeit van een wielrenner. Ook niet erg chique van een internationale wielerfederatie die de eigen pausjes altijd in marmeren paleizen laat slapen, maar kennelijk te schurftig is om op eigen kracht een fatsoenlijke laboratoriumtest te laten uitvoeren.

Duistere boel.

Bevreemdend is zowaar dat Verbruggen na de zware beschuldiging niet meteen naar de rechter liep. Terwijl hier toch de schijn van corruptie in het spel is. En dat voor een man die ook gebonden is door het morele charter van het IOC. Kan je dan nog je witte ziel door een onverlaat laten besmeuren zonder geharnast weerwoord? Of vreest Hein dat een te stevige repliek ertoe zou kunnen leiden dat de hele augiasstal van het wielrennen praatjes met ogen krijgt?

In het dopingverhaal van Landis vind je alle klassiekers terug: epo, verrijkt bloed, groeihormoon, insuline, testosteronpleisters… Armstrong en kompanen zijn geen haar beter dan de generatie van Frank Vandenbroucke, die al dat lekkers op zijn nachtkastje had staan. Zij zijn, hooguit, meer geoefend in hypocrisie en Amerikaanse verdwijntrucs.

Wielrennen en doping: het blijft een treurige copulatie van experimenten, farmacie en superstitie. Misschien fietst er in Drenthe nog een witte raaf rond, maar die zal dan zeker de Tour niet winnen. Ik heb deze hele week naar de Giro zitten kijken en waande mij in een inferno. De oorlog 1914-1918 was een lachertje. En dan zouden die frêle renners met hun luciferenkeltjes geen scheut epo mogen gebruiken? Wat mij betreft: liters! Voor beestenwerk hoort beestenspul.

Het zal bij wishful thinking blijven, maar soms droom ik van de dag dat het hele peloton overgaat tot een collectieve bekentenis. Renners, ploegartsen, soigneurs, organisatoren, de hele wereld aan de manhaftige getuigenis dat een grote ronde niet gereden kan worden op de bloedspiegel van een oude non. Niet in de tijd van Jan Janssen en Peter Post, niet in die van Merckx en Gimondi. Breukink en Dekker wisten ook beter.

Mag je van Contador en de Schleckjes anders verwachten? In het perspectief van nog een mooie oude dag hopelijk niet. Zelfs met voorzichtig eposteuntje wonen ronderenners hun lichaam helemaal uit. Dan hoor je als gewetensarts de wat bredere medicijnkast te trekken.

Bloeddoping is zo oud als Lasse Viren, toen hij goud won op de Spelen van München en Montreal. Francesco Moser had het werelduurrecord nooit gebroken zonder bloedtransfusie. Hij leeft nog, als vredige wijnboer, blakend van gezondheid. Zo moet het ooit ook voor Bram Tankink zijn. En dát redt Brammetje dus niet aan een infuus van kokosmelk.