Kiezen is kinderspel

Kiezer gaat op het uiterlijk van de politicus af, vooral als het ingewikkeld wordt.

Een politicus moet het hebben van liefde op het eerste gezicht. Althans, de kans dat politici stemmen krijgen is groter, wanneer hun gezicht er competenter uitziet. Dit schrijven de psychologen Christopher Olivola en Alexander Todorov (Journal of Nonverbal Behavior, juni).

Ze halen daarbij onderzoek aan dat vorig jaar in Science verscheen. Zwitserse kinderen van vijf tot dertien jaar speelden een computerspel, waarbij zij mochten kiezen wie voor een avontuurlijke reis de kapitein op hun schip zou moeten worden. De ‘kapiteins’ waaruit de kinderen moesten kiezen waren Franse politici, maar dat wisten de kinderen niet. De kinderen moesten kiezen tussen 57 paren Franse politici die het tegen elkaar hadden opgenomen voor de parlementsverkiezingen en kozen in 71 procent van de gevallen dezelfde politicus als de Franse kiezers. Olivola en Todorov wogen meer van dat soort onderzoeken en schatten dat het uiterlijk ongeveer 20 procent van de politieke voorkeuren bepaalt.

OORDEEL

Ze tonen bovendien aan dat het succes van politici redelijk goed te voorspellen is aan de hand van de indruk die hun gezicht maakt in slechts 100 milliseconde. Dat betekent dat een toeschouwer zijn oordeel klaar heeft voordat hij het hele gezicht scherp heeft waargenomen.

Deze verbazingwekkend snelle oordeelsvorming is gemeten door mensen korter of langer maar gezichten te laten kijken en na te gaan vanaf welk tijdstip de keus vastligt. Na 100 milliseconde is de eerste indruk behoorlijk betrouwbaar, en na 167 milliseconde is het oordeel vrij definitief.

Olivola en Todorov onderzochten waar de competente indruk vandaan komt, door gezichten met de computer te veranderen. Competentere gezichten zijn minder rond, hebben een kleinere afstand tussen wenkbrauwen en ogen, hogere jukbeenderen en een meer vierkante kaaklijn. Voor vrouwen geldt daarbij dat zij er competenter uitzien als zij meer mannelijke trekken hebben (zie foto’s). Een vrouwelijk gezicht ziet er wel vriendelijker en meer benaderbaar uit. Dat wekt wel sympathie, maar levert minder stemmen op.

De vorm van het gezicht bepaalt echter niet alles. Vertrouwde gezichten worden hoger gewaardeerd en ook oudere gezichten doen het goed op de kiezersmarkt. Daarnaast toonde psycholoog Jospeh Tecce aan dat politici die meer met hun ogen knipperen, zenuwachtiger lijken en door de kiezers minder worden vertrouwd. Stanford Gregory en Timothy Galagher constateerden dat de politicus die met zijn stembuigingen dominantie suggereert meer stemmen trekt.

Uiterlijke kenmerken zijn volgens Olivola en Todorov in de politiek zo belangrijk omdat kiezen uiterst complex is. De stemmer moet zaken als duurzaamheid of staatsschuld, veiligheid of privacy, fatsoen of pragmatisme, meer banen of ontslagbescherming, openbaar vervoer of meer asfalt tegen elkaar afwegen en ook nog eens feiten, geruchten en opinies uit elkaar houden. Wat is echt en wat is ingestoken door een slimme spindoctor? In veel landen moeten kiezers inschatten wat er van de partijstandpunten overblijft in een coalitieregering.

Uit psychologisch onderzoek blijkt dat mensen terugvallen op simpele beslisregels als het allemaal te ingewikkeld wordt. Vooral de kiezers die veel tv kijken en weinig politieke kennis hebben vallen voor een daadkrachtig uiterlijk.

Dat hoeft geen probleem te zijn als gezichtskenmerken daadwerkelijk prestaties voorspellen. Als de evolutie ons heeft uitgerust met het vermogen om karakters in een fractie van een seconde te beoordelen, dan is dat toch vast ergens goed voor? Volgens Olivola en Todorov is dat niet zo. Het uiterlijk voorspelt namelijk nauwelijks iemands karakter en evenmin of een politicus goed zal functioneren.

STEMGEDRAG

Bij kiezers die wel van de hoed en de rand weten, doet het uiterlijk er nauwelijks meer toe. De voorspellende waarde van het uiterlijk verdwijnt bijna helemaal. Dat het uiterlijk desondanks 20 procent van het stemgedrag bepaalt, komt doordat veel kiezers zo weinig interesse hebben in de politiek.

Olivola en Todorov pleiten daarom voor maatregelen om het belang van het uiterlijk in verkiezingen terug te dringen, zodat de uitslag beter weerspiegelt wat kiezers het liefst zien gebeuren in hun land. Ze zien daarbij grofweg twee mogelijkheden.

De eerste – die praktisch onhaalbaar lijkt – is dat politiek onwetende kiezers minder tv moeten kijken. De tweede mogelijkheid is om kiezers beter te informeren. Alleen zo is te voorkomen dat mensen zich verlaten op sleetse automatismen in het brein.

Olivola: “Omdat veel kiezers niet warmlopen voor de politiek, lijkt hier een taak weggelegd voor het onderwijs. En voor politici natuurlijk. Als zij zich minder richten op het maken van een goede indruk en duidelijker hun idealen uitdragen, maken zij het gemakkelijker voor kiezers om een bewuste keuze te maken.”