'Ik woon nu in een moreel niemandsland'

Een politieman heeft geen geweten nodig, is de cynische conclusie van de film ‘Politist adjectiv’. „Als er geen morele bakens zijn, doet iedereen maar wat.”

De Roemeense filmregisseur Corneliu Poromboiu (1974) heeft iets met taal. „Het is dat ik er te dom voor ben, want anders was ik vast filosoof geworden”, zegt hij grappend. Voorlopig is hij filmfilosoof. En een van de intelligentste van zijn generatie.

In de twee films die hij tot nu toe maakte neemt hij hedendaags Roemenië de maat. Zwarte humor en politieke argwaan gaan daarbij hand in hand. In het bizarre 12:08 East Of Bucharest laat hij drie mannen in een talkshow discussiëren over de precieze betekenis van het woord ‘revolutie’.

Opvolger Politist, adjectiv, één van de sensaties van het Cannes-filmfestival van vorig jaar, is een absurdistische policier waarin begrippen als moraal, wet en geweten de maat worden genomen. Met een onthutsende conclusie.

‘Politist, adjectiv’, kunt u uitleggen wat die titel betekent?

„In het Roemeens is het woord ‘politist’ zowel een zelfstandig naamwoord als een bijvoeglijk naamwoord. Het betekent politieman, maar kan ook worden gebruikt om het genre van de politiefilm aan te duiden: ‘film politist’.

„Wat me aan de titel bevalt is dat hij zowel een verwijzing bevat naar wat voor soort film het is als naar de hoofdpersoon. En belangrijk: Politist, adjectiv is, net zoals 12:08 East of Bucharest een film over de betekenis van woorden.

„Pas achteraf besefte ik hoeveel beide films met elkaar te maken hebben. Eerst gaat het over de revolutie en dan over de politie(staat). Wat hebben we voor wat ingeruild?”

Het is geen traditionele politiefilm.

„Cristi, de hoofdpersoon, is een politieman die een misdaad moet oplossen, dus in die zin is het een gewone genrefilm. Maar dan blijkt dat in zijn zaak, het schaduwen van een aantal jongeren die verdacht worden van drugshandel, de aanwijzingen niet op traditionele wijze leiden tot het oplossen van de zaak. Daar speel ik met de verwachtingspatronen van het publiek, dat in een politiefilm een aantal stappen verwacht die resulteren in het oppakken van de boef.

Alles begint te schuiven als Cristi zich begint af te vragen wie nu eigenlijk de slechterik is.

„Gedurende zijn onderzoek komt Cristi erachter dat hij het niet op zijn geweten wil hebben een schooljongen naar de gevangenis te sturen voor het roken van een joint. Dat zou de jongen de kans op een toekomst ontnemen. Die straf is hem te hoog. Voor hem is het zinvoller om achter de hoofdschuldige aan te gaan: de dealer die de kinderen van drugs voorziet.

„Het grootste gedeelte van de film volgt Cristi de jongen, waarbij ik het gevoel heb willen oproepen dat je in real time naar zijn werkzaamheden en zijn leven zit te kijken. Dat is heel filmisch. Hij volgt iemand en ik volg hem. En dan aan het einde van de film, vlak voor de ontknoping van de zaak, heeft hij een gesprek met de commissaris over het feit dat hij de arrestatie van de jongen niet met zijn geweten kan verenigen. Bovendien vertrouwt hij de tipgever niet. Hij vermoedt dat de jongen wordt opgeofferd om iemand anders uit de wind te houden.”

Wat voor rol speelt het woordenboek in die scène?

„Aangezien ze elkaar in dat gesprek niet begrijpen, gebruiken de commissaris en Cristi een woordenboek waarin ze de betekenis van het woord ‘politist’ opzoeken. En dan blijkt er in het woordenboek niets over een ‘geweten’ of ‘moraal’ te staan in combinatie met ‘politist’. Dus zegt de commissaris dat hij zich dan ook verder niet moet bezighouden met de ethische verantwoording van zijn taak.”

En hij zegt nog iets intrigerends als hij aan Cristi vraagt of hij weet waar het woord ‘politist’ vandaan komt.

„Cristi zoekt het op en antwoordt dat hij denkt dat het van het Duitse woord ‘Polizei’ komt. Maar nee, zegt de commissaris, het komt van het Griekse ‘polis’ dat stad betekent. ‘De politie’, zegt hij, ‘zijn degenen die de stad bestieren’. Het staat dus fout in het woordenboek. En het wrange van de situatie is dat de commissaris zelfs denkt dat hij de macht bezit om het woordenboek te corrigeren.”

Dat is nogal een statement. Is dat uw kijk op postcommunistisch Roemenië?

„Niet alleen in Roemenië hebben veel politiemensen een nogal strikte taakopvatting als handhavers van de wet. Ik ben erg geïnteresseerd in de verhouding tussen het individu en de staat. Al sinds ik voor het eerst korte films begon te maken. Roemenië is geen dictatuur meer, maar wat ervoor in de plaats is gekomen is een soort moreel niemandsland.

„Als er geen morele bakens zijn, doet iedereen maar wat. De commissaris is een relict van een oud systeem en moet noodgedwongen zijn eigen taakomschrijving herdefiniëren. Dus hij zegt ook maar wat.

„Natuurlijk komt het woord ‘politist’ in de verte van het Griekse ‘polis’, maar het is via ‘politeia’ en het Latijnse ‘politia’, dat staatsregeling betekent, geëvolueerd tot het huidige begrip. Dan kun je niet de tussenstappen overslaan en denken dat je er met de terugkeer naar de bron zomaar bent.”

In hoeverre is Cristi representatief voor uw eigen generatie, die opgroeide na de revolutie?

„Niet voor niets was de werktitel van de film Intermediair. Die kun je ook weer op vele manieren interpreteren, maar sloeg ook op de tussengeneratie waartoe ik behoor. Ik was nog een kind, maar herinner me hoe de matrix van het communistische systeem alle geledingen van de maatschappij doortrokken had. Het schoolsysteem had dezelfde hiërarchische structuur als de partij.

„Iedereen dacht heel zwart-wit. Mensen hoopten echt dat Roemenië na de revolutie van de ene dag op de andere in de Verenigde Staten zou veranderen, want zij waren de enigen die de Russen konden verslaan. Heel naïef. Heel wanhopig.”

En voor Cristi ook heel verwarrend.

„Voorheen was alles georganiseerd door de staat. Toen hoefden mensen niet te veel na te denken. Maar als je zelf beslissingen moet nemen over je eigen leven, zelf verantwoordelijk bent en je bent dat niet gewend, dan kan die vrijheid ook erg verwarrend zijn.

„Aan de ene kant heb je behoefte aan een houvast, aan de andere kant bestaat het gevaar dat je terugvalt in oude mechanismen. Kijk maar naar Cristi. Dat is ook wat ik met die laatste scène heb geprobeerd te illustreren. Hij valt terug op de autoriteit van het gezag.”

‘Politist, adjectiv’ is net als uw debuut ‘12:08 East of Bucharest’ opgenomen in uw geboorteplaats Vaslui. Waarom?

„Vaslui is een kleine provinciestad in het oosten van Roemenië, vlak bij de grens van Moldavië, precies zoals je hem in de film afgebeeld ziet. Niet spannend of spectaculair, maar voor mij onvermijdelijk. Ik ken de stad zo goed, dat ik het gevoel heb dat ik de personages die ik er laat rondlopen daardoor ook beter kan neerzetten. Lopen, kijken, observeren is het begin van filmmaken. Hoewel ik altijd eerst mijn scenario’s schrijf, ga ik daarna heel zorgvuldig research doen. De verhalen in Politist, adjectiv zijn uiteindelijk allemaal op ware gebeurtenissen gebaseerd.”

Vandaar ook de vele straatscènes met Cristi?

„Zeker. En het is het soort cinema waar ik van hou, die ik belangrijk vind. Dat gaat terug op Bresson en Antonioni. Het gaat om het kijken en het observeren, om het feit dat film een medium is dat met onze ervaring van tijd kan spelen.”

We zijn wat gewend in de hedendaagse cinema wat betreft lange shots, maar u weet dat nog een stukje verder te pushen.

„Mijn lange shots verbeelden Cristi’s obsessie met zijn werk. Hij wil de beste politieman zijn, dus hij staat eindeloos op wacht in de hoop een glimp van zijn verdachten op te vangen. Wat dat betreft zijn die lange takes altijd metaforen.

„De meeste films die gemaakt worden zijn veel te verhalend en daardoor primitief. Ze benutten niet de mogelijkheden die film als medium heeft. Als je een verhaal wilt ga je maar een boek lezen. Als je een plot wilt oplossen, dan ga je maar een puzzel maken. Ik wil de absurditeit van de situatie waarin Cristi zich bevindt aantonen.”

In hoeverre bent u beïnvloed door de absurdistische literatuur van uw land?

„Misschien nog wel meer dan door film. Tristan Tzara, een van de eerste dadaïsten, kwam uit Roemenië. Het is complex, deels sociologisch en deels voortkomend uit de religieuze orthodoxie, die ons vatbaar heeft gemaakt voor het communisme. Het zal met de levensomstandigheden te maken hebben dat we zelfs van de meest tragische omstandigheden nog de humor inzien. En met de rol die kunstenaars in de maatschappij kunnen spelen. Met engagement.

„Ik deel met het absurdistische theater de conclusie dat taal tekortschiet. Voor mijn generatie geldt dat in extreme mate: wij hebben grote woorden als ‘idealisme’ failliet zien gaan.

‘Politist, adjectiv’ draait vanaf donderdag in de bioscoop.