'Ik heb veel actie nodig in mijn leven'

Lisa Westerhof stapte vorig jaar in de zeilboot bij Lobke Berkhout en won direct de wereldtitel ‘470’. Als piloot, zeilster en student was haar agenda jarenlang overvol.

De een wil olympisch zeilkampioen worden. De ander econoom of gezagvoerder op een Boeing 747. Weer anderen, zoals Lisa Westerhof, willen het allemaal – en het liefst tegelijk. Ze is pas 28 jaar oud, maar heeft al een heel leven achter zich. Vliegt als co-piloot bij KLM op de Boeing 737. Werd vorig jaar wereldkampioen zeilen in de 470-klasse, met Lobke Berkhout. En tot voor kort studeerde ze ook nog economie. Maar zo’n krankzinnig driedubbelleven wil Westerhof niet meer sinds ze vorig jaar koos voor een ultieme gooi naar olympisch goud, in Londen (2012). „Je kunt geen olympisch kampioen worden als je alles tegelijk doet”, zo leerde ze de afgelopen jaren door vallen en opstaan – door hernia’s en hersenschuddingen.

‘En denk vooral aan je rust’, gaf KLM-gezagvoerder Leo Visser vorig jaar mee aan zijn jongere collega, toen Westerhof hem advies had gevraagd over de combinatie van topsport bedrijven en vliegen. Oud-schaatser Visser, twintig jaar geleden vlieger in opleiding, wereldkampioen allround en winnaar van vier olympische medailles, kent het dilemma. Net als hij destijds was Westerhof niet van plan „het mooiste vak van de wereld” op te geven.

Westerhof zeilde zelfs niet meer toen meervoudig wereldkampioene Lobke Berkhout haar vorig jaar uitnodigde voor een laatste olympisch 470-avontuur, als opvolger van de uiterst succesvolle stuurvrouw Marcelien de Koning. „Dit is mijn laatste kans op de Spelen”, zegt Westerhof aan het IJsselmeer bij Medemblik, waar ze komende week meedoet aan de Delta Lloyd Regatta. „Ik ben me er heel erg van bewust dat dit mijn laatste jaren zijn als topsporter. Ik wil er nu echt alles uithalen, nèt iets meer dan ik vroeger wilde. Natuurlijk wil ik olympisch goud. Dat is de reden dat ik steeds weer terugkom in het zeilen.”

Want met haar levensstijl van ver boven de honderd kilometer per uur had Westerhof het de afgelopen jaren vaak veel te druk voor een zeilcarrière op het hoogste niveau. Niemand in de zeilwereld twijfelde ooit aan het begenadigde talent dat ze is – als veertienjarige werd ze al wereldkampioen in de Optimist, meisjes én jongens. Voor haar achttiende had ze al brons te pakken op een EK in de 470-klasse en leek ze voorbestemd voor de hoogste olympische prijs.

Maar er waren andere dingen. Haar opleiding aan de luchtvaartschool in Eelde, daarna haar carrière bij de KLM en haar studie economie aan de Erasmus Universiteit. Op het water haalde ze zilver tijdens de WK van 2002, met Margriet Matthijsse, met wie ze ook de Spelen van Athene (2004) haalde, vóór het onbekende duo De Koning en Berkhout. „Ik zette het zeilen nooit echt op nummer één”, erkent Westerhof nu. „Ik studeerde erbij en had een volledige baan. Dat is allemaal wat veel. De voorbereiding was altijd kort, bijvoorbeeld zes maanden voor een WK of anderhalf jaar voor de Spelen. Je kunt topsport prima combineren met een baan, maar niet met een studie en een baan. En dat heb ik wel altijd gedaan.”

Misschien is ze wel „te nieuwsgierig”, zegt ze. „Ik vind het belangrijk me op veel verschillende gebieden te ontwikkelen. Ik heb veel actie nodig in mijn leven. En ik wil alles goed doen. Ik wil een goede zeiler zijn, een goede vlieger en een tien halen voor mijn studie. Of ik een streber ben? Ja, enorm”, zegt ze zonder aarzelen. „Maar ik besef nu dat je je minder op de hals moet halen als je iets echt heel goed wilt doen.”

Door haar tumultueuze leven raakte ze verschillende keren overbelast en overtraind – tot in het extreme. Zo werd ze in augustus 2002 eens trillend wakker tijdens een trainingsstage in Athene, fysiek en mentaal volkomen uitgeput. „Ik was helemaal op, zwaar overtraind. Ik kon niets meer, twee weken lang.” Maanden was ze om vijf uur ’s ochtends opgestaan, om van half zes tot half twaalf te vliegen in Eelde. Dan reed ze 160 kilometer naar Medemblik, waar ze vier uur lang trainde op het IJsselmeer. „Dan reed ik weer 160 kilometer terug naar Eelde. In de auto zat ik te studeren, dingen uit mijn hoofd te leren. Om elf uur ging ik slapen en om vijf uur ging de wekker weer.” Er ging pas een alarmbel rinkelen toen er een arts aan haar bed verscheen.

Maar de krankzinnige uitputtingsslag leverde wel wat op. „Twee maanden later haalde ik zilver op het WK. Het vliegen ging ook goed. Het gekke is dus dat je met zulke idiote dagen nog goed kunt presteren ook. Maar omdat mijn prestaties goed waren, ging ik gewoon verder toen ik hersteld was. Ook al werkte ik me over de kop, ik had elke keer succes. Ik werd steeds beloond met medailles en hoge cijfers. Iedereen zei: wat goed van je, dat je dat allemaal kan! Daardoor hoorde ik steeds geen stemmetje: waar ben je in godsnaam mee bezig?”

In de jaren erna belandde ze nog twee keer in dezelfde valkuil. Ze liep een hersenschudding op na een val in 2003 en werd drie jaar later geveld door een hernia, terwijl ze fulltime studeerde en werkte en zich tegelijkertijd in de Laser Radial-klasse probeerde te plaatsen voor de Spelen van Peking. „Pure overbelasting.”

Na een laatste poging Peking te halen met Merel Witteveen, op het WK 470 in Cascais (2007), richtte Westerhof zich weer volledig op het luchtruim. Terwijl ze neerkeek op de wereldzeeën regen Berkhout en De Koning beneden haar de successen aaneen. Vanuit de cockpit genoot ze mee van de zilveren medaille die het duo in 2008 in Peking haalde. Als tweede officer op de Boeing 747 vloog ze de olympische ploeg naar huis. „Ik vond het geweldig. Lobke en Marcelien zijn heel belangrijk geweest voor het zeilen in Nederland. Ik gunde het hun van harte. Natuurlijk wil ik ook heel graag winnen, maar ik was vooral heel erg trots op hun prestaties. Daar zat geen grammetje afgunst bij. Ik had andere keuzes gemaakt. Ik was heel blij met het werk dat ik deed.”

Toch kon Westerhof de verleiding niet weerstaan het nog één keer te proberen, zeker met de zeilster die ze al vanaf haar jongste jaren kent. „Lobke en ik zijn concurrenten sinds we tien jaar zijn, maar trainden ook veel met elkaar. Toen we vroeger tegen elkaar zeilden, wist ik al dat wij een heel goed team zouden kunnen vormen. Lob is enorm gedreven, een echte winnaar. Ik wist de afgelopen jaren al dat ik in het zeilen meer zou kunnen bereiken dan ik had gedaan. Ik wilde nog maar op één manier terugkeren in het zeilen. Alles moest goed zijn, zo professioneel mogelijk. Toen Lobke belde, zag ik een kans om met iemand te gaan varen die veel ervaring had.”

En Westerhof heeft de rest van haar werkzaamheden nu wel op een laag pitje gezet, al vliegt ze nog steeds, zij het parttime. Tot en met het WK 470, in juli voor haar eigen voordeur in Scheveningen, heeft ze zelfs onbetaald verlof. „Overbelasting gaat nooit meer gebeuren. Drie keer is scheepsrecht. Ik ben voorlopig gestopt met mijn studie economie. Vanaf augustus ga ik pas weer in deeltijd werken bij KLM, zoals Leo Visser me heeft aangeraden. En ik plan veel rust in. Rust is een onderdeel van het trainingsprogramma. Ik heb nooit beseft dat je rust moet inplannen in het soort leven dat ik wilde leiden. Ik dacht altijd: als ik op de universiteit zit, rust ik fysiek uit, en als ik in de boot zit, rust ik mentaal uit; dus ik heb geen rust nodig. Rust zag ik als tijdverlies. Maar ik heb geleerd dat rust belangrijk is om beter te worden, zowel fysiek als mentaal. Ik dwing mezelf nu wel eens om met een boek op de bank te gaan liggen.”

Maar ook met haar aangepaste vlieguren in voor- en najaar ziet Westerhof nog steeds kans een volledig trainingsprogramma uit te voeren. „Ik train geen uur minder dan de andere zeilers. Ik ga anders met mijn tijd om dan anderen. Werk en sport zijn heel nauwkeurig op elkaar afgestemd en lang van tevoren gepland. Het vergt wel discipline.”

Maar een leven zonder vliegtuigen is onbespreekbaar. „Ik kreeg als kind al kippenvel als ik zo’n machine zag opstijgen of landen. Ik had ook wel arts willen worden, maar dit was het mooiste, zo’n machine besturen. Elke vlucht is anders. Ik haal heel veel voldoening uit een perfecte landing of een prachtige nadering.”

De eerste resultaten van het nieuw aangekondigde ‘wonderteam’ van het Watersportverbond waren vorig jaar spectaculair, met drie zeges op rij: de Kieler Woche, het WK in Denemarken en een wedstrijd op het olympische water van ‘Londen 2012’, bij Weymouth.

De eerste races van dit jaar, in Miami, Hyères en Palma, leverden nog geen succes op. „We hadden het weer vorig jaar mee. Het was echt weer voor allrounders. Maar we wisten van te voren dat er nog veel te verbeteren valt in de samenwerking. Het is ook voor ons keihard werken. Het heeft tijd nodig voordat we goed op elkaar ingespeeld zijn. We zijn heel erg bezig met een proces om beter te worden, bijvoorbeeld in de communicatie. Daar horen ups en downs bij. Als ik alles opzij had gezet voor het zeilen en me naast het zeilen niet had ontwikkeld, dan was ik misschien al eerder wereldkampioen geworden. Ik heb niet voor niets gekozen om nu een hele lange aanloop te nemen naar de Spelen, drie jaar. Daar heb ik wel over nagedacht. Ik besef dat ik het nu goed moet aanpakken.”