'Een kwaadaardige brief van de AIVD'

Gidi Markuszower verdween als nummer vijf van de PVV-lijst. Na een maand vertelt hij waarom. „Ik dacht dat ministers de rechtsstaat respecteren. Dat blijkt een desillusie.”

Het was een opmerkelijke zaak: het hoog op de lijst geplaatste kandidaat-Kamerlid voor de Partij voor de Vrijheid (PVV), Gidi Markuszower, die ineens zijn vijfde plek opgaf. Markuszower was in opspraak gekomen door een uitspraak over het uitbannen van critici op Israël uit de Joodse gemeenschap, en het dragen van een wapen bij een Joodse bijeenkomst. Een maand later kijkt hij met gemengde gevoelens terug: „Ik ben opgelucht dat de waarheid naar buiten komt. Nu hangt deze kwestie niet meer als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd.”

U bent in Israël geboren. In hoeverre speelde de pro-Israël-houding van de PVV een rol bij uw kandidering?

„Voor veel PVV-standpunten heb ik sympathie: zorg, veiligheid, onderwijs. En zo heb ik ook sympathie voor het heldere en reële Israël-standpunt van de PVV.”

De PVV is tegen een dubbele nationaliteit. Heeft u twee paspoorten?

„Toen ik een jaar of zes was hebben mijn ouders onze dubbele nationaliteit om praktische redenen opgezegd. Wilders heeft mij daar overigens nooit naar gevraagd. Ik vermoed dat ik het zelf een keer ter sprake heb gebracht, omdat ik wist dat het een belangrijk partijstandpunt is.”

Hoe kwam u op de PVV-lijst terecht?

„Ik was enige tijd medewerker voor VVD-kamerlid Anton van Schijndel. Net als hij bewoog ik mij op de rechterflank. Toen al had ik sympathie voor Wilders en dat heb ik hem meerdere malen laten weten. Ik was dan ook blij verrast dat ik in december 2008 mocht aanschuiven in het klasje voor kandidaat-Kamerleden.”

Op 24 april trok u zich terug omdat u „continu onder een negatief vergrootglas lag”. Velen dachten dat u was gezwicht voor kritiek uit de joodse gemeenschap, waar men niet blij was met de negatieve berichtgeving rond uw persoon.

„Ik doelde met die verklaring ook op de wijze waarop de media omgingen met zaken die vanuit de joodse gemeenschap gelekt werden. Zo werd ik als een gun slinging mad Jew afgeschilderd omdat ik twee jaar geleden bij de viering van het 60-jarig bestaan van de staat Israël een wapen op zak had dat ik bij die gelegenheid niet had mogen dragen, maar waarvoor ik wel een vergunning had. „Opgepakt met een wapen”, heette het. Maar in werkelijkheid ben ik alleen aangehouden voor verhoor. Veel Joden schaamden zich dat ik – als Jood – op die PVV-lijst ging staan. En ze waren ook bang dat de agressie in de samenleving jegens de partij zich tegen hen zou keren.”

Bronnen in Den Haag zeggen dat er meer speelde. Demissionair minister Hirsch Ballin (Binnenlandse Zaken, CDA) zou een brief aan Wilders hebben gestuurd, met informatie van de inlichtingendienst AIVD. Daarin wordt Markuszower als risico voor de integriteit van Nederland bestempeld. Hij zou betrokken zijn geweest bij een organisatie die informatie heeft overgedragen aan een ander land. En hij zou bovendien contact hebben gehad met medewerkers van een buitenlandse inlichtingendienst. Klopt dat? Markuszower: „Ja. Die brief is uiteindelijk de reden geweest dat ik mij terug heb getrokken. De beschuldigingen zijn zó absurd, dat ik mij daar moeilijk tegen kan verdedigen. Ik voelde dat de constante stroom negatieve berichten over mij – die deels op onwaarheden berusten – de PVV geen goed zou doen. Mijn aanwezigheid stoorde.”

Hoe werd u over de brief ingelicht?

„Ik werd op 24 april door Wilders ingelicht over de insinuaties in de brief. Maar het was míjn beslissing om mij terug te trekken. Ik realiseerde mij dat dit soort zaken – ook als zij op onwaarheden berusten– de partij veel schade kan toebrengen.”

Wat vindt u van de brief?

„Ik word beschuldigd zonder daadwerkelijk beschuldigd te worden. Dat beangstigt mij. Als Nederlands staatsburger beweeg ik mij al 32 jaar ruim binnen de marges van de wet. Ik ben nog nooit strafrechtelijk vervolgd of van criminele feiten beschuldigd. Dus ja, dan is het toch opmerkelijk dat zo’n brief wordt verstuurd. Ik dacht altijd dat ministers de rechtsstaat respecteren, transparant handelen. Dat blijkt een desillusie. Het is een kwaadaardige brief.”

Op wat voor organisatie zou de minister kunnen doelen?

„Ik ben lid van talloze organisaties geweest, waaronder de ANWB en de Federatie Nederlandse Zionisten. Maar voor zover ik weet is geen van die organisaties strafrechtelijk vervolgd. En bij mijn weten heb ik nooit met officieren van een buitenlandse inlichtingendienst gesproken. Heeft de Staat der Nederlanden wél bewijzen dat mijn acties tegen de belangen van diezelfde Staat ingaan, dan moeten ze tot keiharde vervolging overgaan. Maar zolang de bewijzen daarvoor ontbreken, overweeg ik een laster- of smaadprocedure, misschien wel met schadevergoeding.”

Wilders had de brief ook naast zich neer kunnen leggen, juist omdat harde bewijzen ontbreken.

„Ja, maar ik had geen zin onderworpen te worden aan dit soort absurde verdachtmakingen. Ik voelde mij opgejaagd.”

Hij heeft niet voorgesteld er samen voor te knokken?

„Er zijn weinig woorden aan vuilgemaakt. Ik denk dat voor beiden het PVV-belang op één staat. Misschien dat het achteraf geen wijze aanpak zal blijken te zijn, maar op dat moment leek het de beste.”

Misschien speelt er meer, maar heeft hij u daar niet over ingelicht.

„Daar zal ik dan nooit achterkomen. Maar ik kan het mij niet voorstellen. Wilders heeft mij altijd zeer correct behandeld.”

Het klinkt alsof u zichzelf opoffert.

„Dat zou heel nobel van mij zijn. Ik weet niet of ik zo nobel ben.”