De taal van bèta's is internationaal. Waarom studeren hier dan zo weinig allochtonen exacte vakken?

Allochtone jongeren kunnen beter een exacte of technische studie te volgen want dan heeft hij geen last van taalachterstand of van onzichtbare conventies die een succesvolle loopbaan in de weg staan.

Ramy El-Dardiry is onderzoeker in opleiding aan het FOM-Instituut AMOLF (Atoom- en Molecuulfysica) in Amsterdam. Ad Lagendijk is universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en groepsleider aan het FOM-Instituut AMOLF.

Voor een grote conferentiezaal gevuld met 100 personen staat een lange, wat slungelige man met een ongeschoren gezicht, lompe wandelschoenen en een slecht zittend jasje. Niet bepaald iemand die je in de kroeg zou aanspreken voor een gezellig gesprek of iemand naast wie je in de tram snel zou gaan zitten. Desalniettemin geeft hij een briljante, boeiende lezing over een van zijn meest recente ontdekkingen op het gebied van de experimentele vastestoffysica. Na afloop spreken de meeste studenten vol lof en bewondering over deze icoon in hun vakgebied.

Een sterker contrast met de verhalen van binnen de bankwereld is haast niet denkbaar. Bij gerenommeerde Nederlandse banken worden mensen allereerst beoordeeld op hun verschijning. Sollicitanten kunnen een briljant cv hebben, als ze bruine schoenen onder hun blauwe pak dragen zijn ze bij voorbaat kansloos. Net zo zou het ons niet verbazen als talentvolle jonge advocaten bij grote kantoren worden afgewezen, omdat ze hun handdruk bevestigen met een simpel ‘aangenaam’, terwijl de ongeschreven code een andere taal vereist. Toch wordt je bij een studie rechten, bedrijfskunde of economie nooit verteld welke verborgen omgangsregels van belang zijn om een succesvolle carrière in Nederland te doorlopen. Die taal leer je in dit land óf thuis óf op clubs zoals de sociëteiten van de studentencorpora en niet op een taalcursus.

Het kunnen rekenen strekt in weinig sociale codes tot aanbeveling. De onstuitbare opmars van vorm en presentatie boven inhoud blijft niet beperkt tot de academische wereld, maar is in ons land doorgedrongen tot de hele middenklasse. Goede verbale kwaliteiten worden sociaal en financieel gewaardeerd. In een gesprek verschillende merken Islay whisky’s te kunnen spuien, brengt je verder dan je baas erop te wijzen dat een miljard duizend keer een miljoen is.

Het recent gepubliceerde proefschrift van Mick Matthys, Doorzetters. Een onderzoek naar de betekenis van de arbeidersafkomst voor de levensloop en loopbaan van universitair afgestudeerden (Universiteit Utrecht, 2010), laat zien dat door het bestaan van de onzichtbare conventies kinderen uit arbeidersgezinnen meer moeite hebben moeten doen om hun ambities te verwezenlijken dan kinderen met hoger opgeleide ouders. Onze maatschappij mag voor een buitenstaander egalitair lijken, in werkelijkheid zorgen sociale codes – met taal als belangrijk bestanddeel – voor een barrière tussen ‘ons soort mensen’ en ‘de rest’.

De traditionele witte arbeidersklasse van vroeger is in de grote steden inmiddels vervangen door een onderklasse van Marokkaanse en Turkse immigrantengezinnen. Ook kinderen van voormalige gastarbeiders hebben het moeilijker op de arbeidsmarkt. In de eerste plaats wordt dit veroorzaakt door een slechte beheersing van de Nederlandse taal bij tweede en derde generaties niet-westerse allochtonen, mede als gevolg van de opkomst van straattaal. Ten tweede blijken niet-westerse allochtonen vaker dan autochtonen te kiezen voor juist die opleidingen waarbij taal en sociale codes later belangrijk zijn.

Een studie uit 2008 van het SEOR (onderdeel van de Erasmus School of Economics) laat zien dat ongeveer tweederde van de Turkse en Marokkaanse mannelijke mbo-studenten voor economische studies kiest, bij autochtonen is dat slechts eenderde. Volgens een artikel van Roel Jennissen, Allochtonen in het hoger onderwijs in Demos uit 2006 kiest in het hoger onderwijs slechts 9 procent van de studerende Marokkaanse jongeren een technische studie, bij autochtonen is dat 17 procent. Helaas blijkt na afloop van een business-studie dat een papiertje niet altijd genoeg is om een baan te bemachtigen. Volgens de ongeschreven sociale codes is in Nederland een actief studentenleven en het wonen op kamers immers minstens zo belangrijk als het papiertje zelf. Natuurlijk leidt dat tot frustratie en onbegrip bij het gros van de allochtone studenten. Mede door de onbekendheid met deze sociale codes hebben de jongeren van allochtone komaf het gevoel, waarschijnlijk terecht, gediscrimineerd te worden op de arbeidsmarkt. Toch is die discriminatie geen onwankelbaar gegeven: met een andere studiekeuze had het toekomstperspectief er voorspoediger uitgezien. Uit de studies van de SEOR blijkt namelijk ook dat veel allochtonen wel affiniteit hebben met techniek en exacte vakken, maar vervolgens niet voor technische studies kiezen.

OESO-rapporten laten zien dat de westerse economieën – en met name Nederland – hun gebrek aan vaklieden met een exacte opleiding, voortkomend uit een gebrek aan waardering voor techniek, niet langer zullen kunnen blijven compenseren. Autochtone Nederlanders mijden de studierichtingen waarin ze moeten rekenen. In tegenstelling tot beroepen waar middelbaar technisch geschoold personeel vereist is, kan op academisch niveau dit tekort deels worden opgelost door het importeren van briljante bèta’s uit landen als Iran en Albanië. Op andere niveaus ligt de oplossing deels in emancipatie van de reeds aanwezige immigrantengemeenschappen.

Techniek begint met rekenen. Van veel kanten wordt in de maatschappij geklaagd over het dalende niveau van taal en rekenen van gediplomeerde leerlingen. Hier is van belang dat rekenen een werkwoord is dat een universeel, contextvrije vaardigheid omschrijft, terwijl taal een veel ingewikkelder concept is en verweven met sociale context. Onterecht worden taal en rekenen op één hoop geveegd bij discussies over onderwijs. Voor alle niveaus van onderwijs is het leren rekenen een snellere manier voor leerlingen of studenten om te emanciperen en gewaardeerd te worden dan het beter leren van de taal. Zelfs voor een ijverige student zal de taal haar mysterieuze, ondoordringbare kanten immers niet snel openbaren.

Zo bezien zijn recente ontwikkelen in het basisonderwijs zorgwekkend. Steeds minder pabo-studenten zijn in staat om te rekenen. Als leerkrachten al niet kunnen rekenen dan is er weinig hoop voor de leerlingen. Terwijl rekenen nu juist een vak is waar talent natuurlijker komt bovendrijven dan bij wereldoriëntatie, ontleden, of begrijpend lezen. In tegenstelling tot de hedendaagse praktijk zouden Marokkaanse jongens en meisjes met hoge scores voor het onderdeel rekenen op de Cito-toets niet automatisch naar het vmbo mogen worden gestuurd louter omdat hun taalgevoel te wensen overlaat. De Cito-score voor rekenen zou een grotere sturende rol moeten krijgen. Een sterkere focus op exactere vakken betekent natuurlijk niet dat we het taalonderwijs mogen laten versloffen. Een onverstaanbaar brabbelend wiskundige is niet bepaald ons ideaal van integratie. Het is wél doodzonde om allochtonen met talent voor exact te laten ondersneeuwen in een door taal gedomineerd onderwijssysteem.

Het idee dat onderwijs in de exacte vakken leidt tot een verhoogde sociale mobiliteit is voor Nederland niet nieuw. De veel geroemde hbs-b was bij uitstek een middel voor intelligente kinderen om te stijgen op de sociaal-economische ladder. Het elitaire gymnasium-alfa bracht dan weliswaar premiers en advocaten voort, de hbs-b legde de basis voor meer dan tien Nederlandse Nobelprijzen. Om te excelleren in een technisch vakgebied hoef je niet op de hoogte te zijn van allerlei onduidelijke mores, kundigheid komt op de eerste plaats. Een kostuum mag voor sommigen een pak zijn, en een gebakje een taartje, 1 + 1 blijft 2.

De erfenis van de hbs-b is grotendeels verdwenen. In het onderwijs nemen exacte vakken een minder prominente plaats in mede door de invoering van zogeheten verbredende vakken in de Tweede Fase. Bovendien is de stijl van de exacte vakken zachter geworden. In eindexamens scheikunde wordt leerlingen tegenwoordig gevraagd om de relevante informatie te zoeken in lappen tekst gekopieerd uit kranten of populair wetenschappelijke tijdschriften. Bij wis- en natuurkunde staan de sommen verborgen tussen spannende verhaaltjes over kanonskogels en tennisbanen. De examens lijken steeds meer op een toets begrijpend lezen. Niet alleen is dat voor veel bèta’s sowieso lastig, een dergelijke wijze van toetsing benadeelt leerlingen met een natuurlijke taalachterstand dubbel. Door de exacte vakken te vertroebelen met taal, verliezen deze vakken juist hun universaliteit die ze aantrekkelijk maken voor allochtone scholieren met een middelmatige taalbeheersing.

De motivatie voor veel Marokkaanse en Turkse studenten om te kiezen voor een economische, juridische of bedrijfskundige opleiding is vaak gestoeld op het idee dat zulke studies een hogere baangarantie bieden en een hoger salaris met zich meebrengen. Bovendien hebben die vakgebieden een duidelijk profiel en een hogere status binnen de immigrantengemeenschappen. Onbewust brengen Marokkanen en Turken zich zo in een maatschappelijke positie waar uitsluiting op vorm vaak plaatsvindt.

Om als een don quichot deze discriminatie te lijf te gaan, is vruchteloos. Een exacte of technische studie, op elk niveau van onderwijs, biedt een veel meer voor de hand liggende uitweg. Een grotere maatschappelijke waardering voor rekenen als kernkwaliteit in het onderwijs en het naar voren schuiven van geslaagde bèta’s zijn noodzakelijk om het imago van exact onder allochtonen te verbeteren. Voor Nederland kennisland zou een nieuwe klasse van ambitieuze, exact geschoolde allochtonen in ieder geval zeer gewenst zijn.

Zowel het creëren van voldoende werkgelegenheid voor een allochtone middenklasse, als de aansluiting van hoog opgeleide allochtonen bij de Nederlandse intellectuele elite is essentieel voor het succesvol integreren van niet-westerse minderheden. Als we als samenleving er niet in slagen ruimte te bieden aan immigrantentalent, dan is een gesegregeerd Nederland een feit. Door technische en exacte opleidingen onder allochtonen te stimuleren en het onderwijs minder op taal in te richten kan het emancipatieproces op gang worden gebracht.

Bèta’s mogen soms wereldvreemd lijken, hun taal kent geen grenzen en sluit daarmee niemand uit.