De piraat huilt: ik wil naar moeder

Wanneer de rechter hem vraagt of hij nog iets wil zeggen, wordt het Abdul wat te veel. De hele zitting heeft de Somalische tiener weggedoken gezeten in zijn te grote paarse windjack, gekregen van justitie. Nu vloeien de tranen. „Ik slaap ’s nachts niet”, laat Abdul weten via een tolk. „Ik wil terug naar mijn moeder.” Met de kraag van zijn jack droogt hij zijn wangen.

Met negen landgenoten woont Abdul deze vrijdag de behandeling bij van een overleveringsverzoek van de Duitse justitie. Duitsland wil de tien Somaliërs vervolgen voor de kaping van het Duitse vrachtschip Taipan, 5 april in de Indische Oceaan. De Somaliërs werden overmeesterd en ingerekend door de Nederlandse marine. Zij zitten nu in Nederland in detentie. In Duitsland wacht hen mogelijk vijftien jaar cel.

De zitting vindt plaats in de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam Osdorp. In de ‘bunker’ staat een geschikte cabine voor de tolken, zo verklaart de rechter deze locatie. Gelaten, met grote koptelefoons op, luisteren de Somaliërs naar de mannen en vrouwen in toga.

De advocaten betogen dat een eventuele vervolging alleen in Nederland mag plaatsvinden. Nadat de Somaliërs werden opgepakt, zijn zij door marinepersoneel ondervraagd op het fregat Tromp. Door deze „ondervraging” is er al sprake geweest van vervolging door Nederland, zegt een advocaat, en dus is overlevering niet meer toegestaan.

De officier van justitie bestrijdt dat Nederland de verdachten reeds heeft vervolgd. Ze zijn enkel ondervraagd voor „militaire inlichtingen”.

Abdul ontloopt overlevering in elk geval niet omdat hij te jong zou zijn, zegt de rechter. Abdul zegt zelf dat hij dertien jaar is, maar uit botonderzoek blijkt dat hij minimaal veertien is, oud genoeg om in Duitsland te worden vervolgd. Het botonderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum „is 97 procent betrouwbaar”, aldus de rechter.

Behalve Abdul willen vijf verdachten aan het slot van de zitting wat zeggen. Het bestaan in Somalië is „een probleem”, zegt Ahmed. Hij en zijn landgenoten „wilden niet schieten” op de Taipan, alleen „eten zoeken”. Zijn buurman, in een rode joggingbroek: „Wij zijn vluchtelingen.”

Later sjokken Abdul en zijn medeverdachten de zaal uit. Abdul gaat terug naar de justitiële jeugdinrichting in het Brabantse Overloon. Uitspraak 4 juni.