De lezer schrijft over

Ik heb mij geërgerd aan de column van Youp van ’t Hek van afgelopen zaterdag, getiteld ‘slachtofferporno’. Had de redactie niet de mogelijkheid om een dergelijk, niet grappig stukje proza te weigeren? Het past niet bij NRC Handelsblad en waarschijnlijk bent u het daarmee eens, maar door de ‘onaantastbare’ positie van Youp heeft u dat niet aangedurfd.

Peter Lansu

Naaldwijk

De krant antwoordt

We kregen van verschillende lezers boze of zelfs geschokte reacties op de column van Youp van ’t Hek waarin hij uitvaart tegen de verslaggeefster van een ochtendblad die de 9-jarige overlevende van de vliegramp bij Tripoli een telefonisch interview had afgenomen. De jongen had bij de ramp zijn ouders verloren, maar wist dat nog niet op het moment dat de verslaggeefster van De Telegraaf hem ondervroeg. Zij deed dat volgens die krant omdat een arts de telefoon aan het jongetje doorgaf.

Was het nu per se nodig, als reactie daarop, te fantaseren dat de verslaggeefster iets soortgelijks zou overkomen, namelijk dat een kind van haar, na een ‘precisiebombardement’, zonder moeder door het leven zou moeten gaan?

Niet per se, nee. En of deze column geestig is, laat ik graag ter beoordeling aan de lezer. Maar een paar opmerkingen ter verdediging van de columnist zijn wel op hun plaats. Allereerst: Youp van ’t Hek schrijft geen politieke, economische of cultureel diagnostische columns zoals die op de Opiniepagina’s. Hij is bedreven in satirische, soms moraliserende conferences op schrift, waarvan – zoals in zijn theaterprogramma’s – overdrijving een natuurlijk stijlmiddel is. De suggestie van militair ingrijpen – een verwijzing naar het aftreden van staatssecretaris van Defensie Jack de Vries diezelfde week – is dan nog eens een overdrijving van een overdrijving. En om heel even in de stijl van de satiricus te blijven: precisiebombardementen bepleiten, dat doen we doorgaans alleen in het hoofdredactioneel commentaar.

Maar in alle ernst. Het gaat hier om een weinig subtiele, maar wel duidelijke fantasie; Van ’t Hek wenst niet écht iemand dood. Ik heb zijn column gelezen als een heftig verontwaardigde reactie op wat hij noemt de ‘slachtofferporno’ van media die zich verlustigen aan andermans leed. Van ’t Hek zegt in feite tegen de journalisten in kwestie: laten we nu eens aannemen dat u hetzelfde overkwam, wat zou u daar dan van vinden?

Toegegeven, een fantasie is geen vrijbrief en de grens met ernst is soms dun. Dat ondervond Rikus Spithorst (wie kent hem nog?), een woordvoerder van reizigersorganisatie Rover die achter de computer een pseudoniem omgordde en in een verbale leeuw veranderde. Op de site fok.nl riep hij in 2008 op het huis van GroenLinks-lijsttrekker Femke Halsema in brand te steken, uit woede over het aftreden van het Tweede Kamerlid Wijnand Duyvendak. Het kwam hem te staan op een koude douche in Nova en ontslag bij Rover – terwijl hij toch volhield dat hij het echt niet zo had bedoeld. Het verschil met de column van Van ’t Hek (behalve dat die beter geschreven was) is dat onze columnist niet onder schuilnaam werkt, geen oproep doet, maar een fantasie formuleert, en er in de column zelf ook geen twijfel over laat bestaan dat zijn hersenspinsel inderdaad moet worden gezien als een boze overdrijving. Het slot van de column luidt immers dat hij zijn eigen fantasie typeert als ‘zinloos’ en zegt: „Wat mij betreft had Jack het hele land platgegooid.” Als dát geen overdrijving is, is Rikus Spithorst een held.