Blijvende tijgermug

Een gestage stroom tijgermuggen komt Nederland binnen in containers vol lucky bamboo. Ze kunnen ziekten overbrengen. De wet gebiedt ze uit te roeien. Maar dat lukt niet.

De armen, de nek en de onderarmen van de werknemers zaten onder de rode muggenbulten, en de tijgermuggen cirkelden continu om hen heen, op zoek naar een bloedmaal.’ Dit is een ooggetuigenverslag van een grote tijgermuggenplaag in een Nederlandse kas. Het staat in een drie jaar oud rapport van de Plantenziektenkundige Dienst, maar waarschijnlijk was de situatie afgelopen januari net zo. Uit cijfers die deze krant heeft ingezien blijkt dat er weer een grote muggenplaag in een kas was. Ondanks wetgeving, begin vorig jaar van kracht geworden, die dat moest voorkomen.

Directielid Teunis Jan Klein van groothandel Oriental Group is boos als hij hoort dat er bij meerdere andere telers nog steeds muggen rondvliegen. “Ik ga ze allemaal bellen. Het is wel mijn boterham.” Oriental Group is, met 2,5 miljoen stuks Lucky Bamboo per jaar, een van de grootste leveranciers van Nederland. Volgens Klein is het bedrijf al twee jaar tijgermugvrij: nul muggen in de vallen. “Het kan absoluut zonder. Je moet gewoon het protocol volgen.” Hij zegt dat de planten al in China schoongehouden moeten worden: tijdens de oogst, de verwerking, en het inladen in de containers. Een bedrijf dat in Nederland muggen in de kas heeft, is daar slordig mee geweest en heeft ook zelf de eitjes en larven onvoldoende bestreden. Boetes zijn echter nooit uitgedeeld. Tot nog toe kreeg één bedrijf een ‘schriftelijke berisping’, vertelt een woordvoerder van VWS.

KAMERPLANT

Vijf jaar geleden, in juli 2005, werd de eerste tijgermug (Aedes albopictus) in Nederland ontdekt. De dieren zijn inheems in Azië, maar ineens leefden ze ook hier. Niet in de vrije natuur, wel in een aantal van de circa twintig kassen van bedrijven die lucky bamboo opkweken. Lucky bamboo is een kamerplant, die als stammetje geïmporteerd wordt uit China om hier in kassen uit te lopen. De plant (officiële naam Dracaena sanderiana) is geen bamboe, maar lijkt er een beetje op. De Nederlandse groothandels in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht leveren aan heel Europa, jaarlijks miljoenen planten. Werknemers, en ook een gezin dat naast zo’n kas woonde, klaagden over de kleine, agressieve, zwart-witte mugjes. Nergens anders in Noordwest-Europa komen deze muggen voor; de dichtstbijzijnde vindplaats is Zuid-Duitsland.

De aanwezigheid van de tijgermug in Nederland is niet alleen faunavervalsing, zij is ook potentieel gevaarlijk. Tijgermuggen kunnen exotische ziektes overbrengen: knokkelkoorts, westnijlvirus, chikungunya. In Nederland is nog nooit iemand ziek geworden van een tijgermug, maar in Italië veroorzaakten geïmporteerde tijgermuggen in de zomer van 2007 een uitbraak van de voorheen in Europa onbekende virusziekte chikungunya.

Er volgde een mediahype, Kamervragen, en (in 2006 en 2007) twee convenanten waarin het ministerie probeerde om niet-bindende afspraken te maken met kwekers. Minister Klink noemde zijn beleid in 2008 “succesvol”, maar de muggen bleven in even groten getale binnenkomen. In januari 2009 volgde een wet. Daarin staat dat lucky bamboo ‘vrij van tijgermuggen [wordt] verhandeld’. Telers mogen de uit Azië binnengekomen containers met de planten pas in de kas openen, en moeten de planten behandelen met een gif dat muggeneitjes en -larven doodt.

Maar de tijgermuggen zijn er nog steeds. In de eerste maanden van dit jaar ving het Centrum Monitoring Vectoren (CMV) muggen bij vijf van de elf importeurs. Er was weliswaar maar één grote uitbraak, maar het beleid voldoet niet aan de verwachtingen. De bedoeling was steeds: nul muggen. Afgelopen december vroeg de Tweede Kamer daar nog om in een motie.

WATERPLASJES

Tijgermuggen zijn in Nederland geen acuut gevaar. Ze planten zich hier niet voort buiten de kas. Rond de Middellandse Zee is dat anders. Sinds begin jaren negentig raakte het laagland van Italië overspoeld met de van oorsprong Aziatische tijgermuggen. Waarschijnlijk kwamen ze het land binnen via intercontinentale transporten van autobanden – de eitjes overleven in waterplasjes die in de banden blijven staan. Langs de autowegen verspreidde het insect zich naar Zuid-Frankrijk, Oost-Spanje, voormalig Joegoslavië, Zwitserland en naar één parkeerplaats langs de snelweg in Zuid-Duitsland. Als het te erg wordt, doen lokale Italiaanse overheden weer eens een poging om de mug met de gifspuit te bestrijden. Echt helpen doet het niet.

In Nederland is de situatie dus onschuldiger. De enig bekende bron van tijgermuggen is de import van lucky bamboo. Daarbij hebben de tijgermuggen zich nog niet gevestigd, hoewel ze al vijf jaar in kassen rondvliegen en hoewel er elke dag vrachtwagens uit Italië, Spanje of Kroatië het land binnenrijden. De infectieziektendienst van de EU (ECDC) voorspelde vorig jaar in een rapport echter dat het wel kán gebeuren. De ECDC noemde Nederland ‘geschikt’. De tijgermug houdt van regen, en gematigde winters en zomers.

De insectenkundigen willen Italiaanse taferelen voorkomen. Zoals Bart Knols, die in zijn boek Mug (2009) kritisch over het Nederlandse muggenbeleid schreef: “We moeten dit niet toelaten. Als er dadelijk wél een gebied is waar de muggen vrij rondvliegen, krijg je ze niet meer weg.” Daarbij is er in Nederland geen enkel bestrijdingsmiddel toegelaten om muggen of muggenlarven te bestrijden. Ernst-Jan Scholte van het CMV, een insectenkundige die al vijf jaar onderzoek doet naar tijgermuggen: “We hebben geen plan klaarliggen hoe we muggen moeten bestrijden.”

RAMEN OPEN

Daarom wekt het onvrede dat de wet geen garantie biedt tegen wat Scholte “relatief grote aantallen tijgermuggen” noemt. Zoiets kan ook in de zomer gebeuren. Kwekers mogen de ramen van hun kas openzetten. Scholte: “Dat kunnen wij niet controleren.” Het CMV plaatste enkele weken geleden wel vallen net buiten de kassen – en ving nog geen muggen.

Daarnaast zijn er andere bronnen van muggen en muggenziektes, benadrukt de entomoloog. “We weten niet eens goed welke lokale muggensoorten we in Nederland hebben, en welke ziektes die kunnen overbrengen.” Dit jaar begint daarom een studie waarbij op 250 plaatsen in Nederland muggen worden verzameld. Daarnaast houdt het CMV handelaren in grote banden (zoals van tractoren en vliegtuigen) in de gaten. Vorig jaar augustus en september ontdekte de dienst bij twee bandenimporteurs exemplaren van een andere exotische mug, de Ochlerotatus atropalpus. Dit jaar volgt surveillance bij 32 bandenbedrijven, en op enkele parkeerplaatsen langs de grenzen, zoals bij Hazeldonk.

Scholte is uiteindelijk positief – in heel 2009 waren er immers geen grote tijgermugplagen op kwekerijen. “In vergelijking met 2006 zijn we een stuk beter af. Ik heb het idee dat bedrijven zich er meer van bewust zijn. Maar het is nog niet waterdicht, helaas. Ik had het graag gewild.”