Beschuldigingen Landis komen op ongelukkig moment

De wielerwereld verguist Floyd Landis, die doping bekende en anderen beschuldigt. Niemand heeft baat bij een schandaal rond Lance Armstrong of de UCI.

Renners die dopegebruik opbiechten, kunnen doorgaans rekenen op bijval van Pat McQuaid, de voorzitter van de internationale wielerunie UCI. De Ier wil zijn sport zo snel mogelijk zuiveren. Wie doorslaat en ook namen van andere zondaars noemt, krijgt zelfs strafvermindering. Zo werd de schorsing van de Italiaanse spijtoptant Riccardo Riccó teruggebracht tot twintig maanden en die van zijn landgenoot Emanuele Sella tot een jaar, waar bijvoorbeeld Thomas Dekker en Aleksandr Vinokoerov wel de volle twee jaar straf kregen.

Na vier jaar ontkennen gaf de Amerikaan Floyd Landis, die in 2006 zijn Tourzege moest inleveren omdat hij positief testte op testosteron, deze week plotseling toe dat hij jarenlang doping nam. Daarbij beschuldigt hij voormalig ploeggenoot Lance Armstrong, ploegleider Johan Bruyneel en anderen van dopingpraktijken. McQuaid blij? „Zijn geloofwaardigheid is nul”, reageerde de UCI-voorzitter onmiddellijk op de biecht van Landis. „Hij heeft zijn eigen agenda en is uit op wraak.”

Landis (34) klaagt niet alleen oud-ploeggenoten en ploegleiders aan. De renner uit de kleine ploeg Ouch betrekt ook de UCI bij dopingpraktijken. Volgens hem heeft toenmalig voorzitter Hein Verbruggen in 2001 een positieve epotest van Armstrong geheim gehouden. De man die lid was van het Internationaal Olympisch Comité, is nog altijd invloedrijk bestuurslid bij de UCI. „De grootst mogelijke onzin van een geboren leugenaar”, sloeg Verbruggen terug. „Ik weet één ding heel zeker: Lance Armstrong is nooit betrapt op epogebruik.”

Verbruggen weet ook dat de Franse krant L’Equipe in 2005 onthulde dat met een nieuwe testmethode sporen van epo waren gevonden in urinemonsters van Armstrong uit 1999. De Nederlandse advocaat Emile Vrijman deed in opdracht van Verbruggen onderzoek en kwam tot de conclusie dat er procedurele fouten waren gemaakt. Armstrong werd vrijgepleit.

In hun boek Vuil spel beschrijven de onderzoeksjournalisten David Walsh en Pierre Ballester hoe innig de verhouding tussen Verbruggen en Armstrong is. Ook onthullen zij dat de Amerikaan in 2000 om onbekende redenen een bedrag van minimaal 100.000 dollar overmaakte aan de UCI.

Armstrong won van 1999 tot en met 2005 zeven keer de Tour, tegen renners als Jan Ullrich, Joseba Beloki en Ivan Basso, die later betrokken raakten bij dopingaffaires. Onder hen ook een aantal van zijn oud-ploeggenoten. Ook dat weten Verbruggen en McQuaid.

Maar de UCI-bestuurders hebben meer redenen dan eigenbelang om Landis aan te vallen. Zijn beschuldigingen komen op een moment dat de wielersport net opkrabbelt na alle schandalen van de afgelopen jaren. McQuaid bejubelt de opkomst van de Angelsaksische wielercultuur, die hij al eens scherp afzette tegen de ‘maffia’ in Spanje, Italië, België en Frankrijk. Landis gooit nu uitgerekend een bom op de Amerikaanse ploegen die zichzelf afficheren als ‘het nieuwe wielrennen’.

BMC is de nieuwe ploeg van eigenaar Andy Rihs en ploegleider John Lelangue. In 2006 leidden zij de Phonak-ploeg van Landis, die beweert dat Rihs alles wist van zijn dopinggebruik en er zelfs voor betaalde. Garmin-ploegleider Jonathan Vaughters verklaarde doping de oorlog. Nu vertelt Landis hoe hij de huidige Garmin-kopman David Zabriskie hielp met epogebruik. Zoals hij ook namen noemt van Levi Leipheimer (RadioShack) en George Hincapie (BMC). En dat uitgerekend tijdens de Ronde van Californië, door de UCI omarmd als uitstekend alternatief voor de traditionele Ronde van Italië.

Met de UCI zet de rest van de wielerwereld Landis graag weg als leugenaar. Hij geldt als buitenbeentje en verloor de afgelopen vier jaar veel: zijn schoonvader pleegde zelfmoord, hij spendeerde twee miljoen dollar aan proceskosten, zijn huwelijk strandde en dit jaar ketste een overgang af naar RadioShack. Armstrong steunde hem naar buiten toe in de strijd tegen zijn schorsing, maar tussen de twee boterde het nooit echt.

Rancune kan een reden zijn voor de bekentenissen van Landis. Zoals eerder na zijn aanhouding verzorger Willy Voet het Festina-schandaal onthulde, of de Duitse knecht Bert Dietz en verzorger Jef d’Hont de affaire bij Telekom aanzwengelden. Net als Landis hadden ze nauwelijks meer bewijzen dan aantekeningen in schriftjes. Maar over de hoofdlijn is geen twijfel: epo, bloedtransfusie, groeihormonen.

Onder verantwoordelijkheid en regelgeving van de UCI is sinds de jaren negentig een praktijk ontstaan van dopegebruik. De meeste renners willen niets liever dan een veilige omgeving met gelijke regels. Maar die blijft ver te zoeken zolang bestuurders aan de ene kant velen keihard wegzetten als ‘bedrieger’ en aan de andere kant zichzelf en een enkeling krampachtig buiten schot houden.