Zelfkritiek OM na mislukte zaken

De vervolging in twee grote strafzaken is mislukt door gebrek aan kwaliteit, ervaring, kennis en leiding bij politie en Openbaar Ministerie (OM). Dat blijkt uit een intern onderzoek. Het OM werd in die zaken, eind vorig jaar, niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Alkmaar staakte de vervolging van vijf verdachten van mensenhandel. De Zutphense rechtbank deed hetzelfde met zestien verdachten van witwassen en drugshandel.

Het onderzoek van oud-procureur-generaal Dato Steenhuis is gisteren aan de Tweede Kamer aangeboden. Over de politie in de Zutphense zaak wordt gezegd dat „ervaring met het informatieproces en de tactische opsporing in grote onderzoeken [...] ontbraken. Dit geldt voor zowel de uitvoerende als leidinggevende politiefunctionarissen.” De politie zette te weinig rechercheurs in, die bovendien niet voldoende gekwalificeerd waren. De leiding werd niet inhoudelijk geïnformeerd, waardoor „sturen feitelijk onmogelijk is gebleken”. En „adequaat handelen waar vereist is uitgebleven”.

In de Alkmaarse zaak is de officier op de zitting „niet in staat gebleken de zaak goed te presenteren”. Deze zaak mislukte omdat de rechtbank met de verdediging oordeelde dat er stukken achtergehouden zouden zijn. Nu is vastgesteld dat die verslagen wél in het dossier zaten. Beide rapporten spreken van ernstige coördinatie- en communicatieproblemen, onderling en intern.

Uit een apart onderzoek van het OM blijkt dat een lijst van 96 zaken, die volgens tv-programma Zembla de afgelopen tien jaar verwijtbaar mislukt zijn, niet groter is dan negen. De aantijging dat officieren grootschalig en „doelbewust” bewijs manipuleren, is ongegrond, zegt het OM.