Vertegenwoordiger in milieuvriendelijke tandenborstels

Jonathan Coe: The Terrible Privacy of Maxwell Sim. Penguin/Viking, 343 blz. € 17,-

Sommige mensen die in hun jeugd een moeizame relatie met een van hun ouders hadden, komen daar maar moeilijk overheen. Dezelfde onoverbrugbare afstand die ze tot die ouder hebben gevoeld, voelen ze later tegenover hun partners, hun eventuele kinderen – en eigenlijk ook tegenover de rest van de mensheid, die onderling met elkaar verbonden lijkt door onbegrijpelijke draden van intimiteit.

Over dat type eenzaamheid gaat de nieuwe humoristische roman van Jonathan Coe, The Terrible Privacy of Maxwell Sim. Het boek is aangekondigd (en door bijvoorbeeld The Guardian ook al ontvangen) als een tijdsbeeld van de hyperindividualistische ‘jaren nul’, waarin echt menselijk contact is vervangen door een scala aan virtuele ‘snelle korte boodschapjes’. Ten onrechte. Terrible Privacy is geen literaire verbeelding van het afgelopen decennium, zoals Coes eerdere romans The Rotters’ Club (2001) en The Closed Circle (2004) de jaren zeventig en negentig zo mooi portretteerden. Maxwell Sim mag dan zeventig vrienden hebben op Facebook en nul in het echt, de eenzaamheid waaraan hij lijdt heeft eerder iets ouderwets: hij ontdekt geleidelijk, en zonder dat hij ernaar op zoek was, hoe het nou precies zit met zijn vader en hemzelf.

Aan het begin van het verhaal komt de 48-jarige Maxwell Sim net terug uit Australië, waar zijn vader woont, en is hij op weg naar huis. Een leeg huis, in Watford, iets ten noordwesten van Londen. Zijn ex-vrouw Caroline en puberende dochter Lucy zijn een half jaar eerder vertrokken. Maxwell is sindsdien depressief en ziet ertegenop om terug te gaan naar zijn baantje in een warenhuis. Caroline had de reis naar Australië voor hem geregeld, waar Maxwell en zijn vader niets dichter tot elkaar zijn gekomen.

Maxwells bestaan telt twee lichtpuntjes: in het vliegtuig ontmoet hij een aardige vrouw, en tussen de 137 e-mails die hij bij thuiskomst aantreft zit er een die hem géén penisvergroting belooft. Een vroegere collega, Trevor, biedt hem een baan aan als vertegenwoordiger in milieuvriendelijke tandenborstels. Hij moet in een soort race met een Toyota Prius naar het uiterste noorden van Groot-Brittannië en terug. North of Watford dus – sommige Zuid-Engelsen gebruiken die uitdrukking voor het deel van Groot-Brittannië waar louter domme provincialen zouden wonen.

Maxwell is wel een beetje een domme provinciaal. Hij gebruikt de bedrijfsauto vol eco-tandenborstels om rustig verschillende mensen uit zijn verleden te bezoeken, inclusief zijn puberdochter, voor wie hij kleurpotloden heeft gekocht. Als lezer weet je dan al dat hij op een gegeven moment ergens in Schotland naakt, onderkoeld en dronken in de Prius zal worden gevonden. Een tragische clown.

Ja, Coe is grappig in Terrible Privacy. Soms zelfs heel grappig. Wanneer Maxwell de reclameslogan van de milieuvriendelijke tandenborstels (‘we reach furthest’) voor het eerst hoort, zegt hij: „Ik vind het goed. Het heeft een zeker... ik weet niet precies wat.” „Je ne sais quoi?” suggereert Trevor. „Ja – dat is het precies.” Maar af en toe is Coes humor ook té vet. Wanneer Coe zijn depressieve hoofdpersoon verliefd laat worden op de stem van zijn Tomtom maakt hij hem bijna belachelijk. En Maxwell is al zo eenzaam.

Het beste deel van de roman is trouwens helemaal niet grappig. Dat is een ontroerend kort verhaal, The Nettle Pit (‘De brandnetelkuil’), over een gestrand huwelijk waarin de man geen oog heeft voor de behoeften van zijn eigen dochter, maar wel voor de zoon van zijn beste vriend. Maxwells ex Caroline heeft het geschreven in haar schrijfclubje, en het steekt een beetje dat de stijl beter is dan de delen van het boek die we door Maxwells simpele ogen beleven. The Nettle Pit werd vorig jaar al gepubliceerd in de zomerverhalenbundel Ox-Tales Earth, en losstaand was het al goed. Hier is het het hart van de roman.

Niet dat Caroline gelijk had, over de dieper liggende oorzaak van Maxwells eenzaamheid. Daarvoor moet Maxwell terug naar zijn vader. Net als in Coes vorige, wat moeizame roman The Rain Before It Falls (2007), worden relatieproblemen van generatie op generatie doorgegeven – in The Rain langs de vrouwelijke lijn, in Terrible Privacy zijn de mannen aan de beurt.

In een dramatische slotscène in Australië vindt Maxwell toch nog datgene waar hij niet naar op zoek was. Maar de ontroering daarover wordt meteen weer weggenomen, als Jonathan Coe in een bijzonder, epiloog- achtig hoofdstuk zijn eigen roman binnenloopt en aan zijn hoofdpersoon begint uit te leggen hoe hij op het idee kwam voor diens avonturen. Wat gebeurt hier? Is het grappig? Beetje. Het is alsof je bij de aftiteling van een film nog wat making of te zien krijgt, zodat je je tranen kunt weglachen voordat het licht aan gaat. Maar het doet ook denken aan Elckerlyc die aan het eind van zijn pelgrimstocht voor zijn God verschijnt.

En het doet nog iets. Het verplaatst je empathie van hoofdpersoon Maxwell naar schrijver Coe. Je merkt dat Coe wilde proberen wat het effect was, dat hij zin had in experimenteren. Het is vreemd, dat laatste hoofdstuk, maar je gunt het Coe. Omdat hij een roman heeft geschreven waarin uiteindelijk alles klopt.