Tussen braakland en Eden

De Britse film- en toneelregisseur Sam Mendes regisseert twee stukken van Shakespeare als een tweeluik voor het Holland Festival. Hij stelt zich dienstbaar op. „Cinema is de kunst der regisseurs, toneel is een schrijverskunst.”

‘Dat ik deze twee toneelstukken van Shakespeare samen regisseer is eigenlijk toeval, maar nu ik As You Like It en The Tempest als tweeluik breng, wil ik het graag claimen als een briljant idee. Ze zijn namelijk met elkaar verbonden. Ik heb als leidraad een uitspraak genomen van de dichter Ted Hughes: Het duivelseiland van The Tempest is wat er na twaalf jaar over is van het bos van Arden uit As You Like It, na de verschrikkingen van de tragedies.” Hij bedoelt de twaalf jaar die tussen die twee toneelstukken liggen, de tijd waarin Shakespeare zijn grote tragedies schreef: Hamlet, Othello, Lear en Macbeth. Gelouterd door de ‘verschrikkingen’ in die tragedies gebruikte Shakespeare hetzelfde gegeven als As You Like It twaalf jaar later in The Tempest, maar dan grimmiger en wijzer. „Het zonnige Bos van Arden is niet zo zonnig meer. De klaprozen groeien op een berg lijken. Het eiland is een kruising tussen het braakland en het Hof van Eden.”

De Britse regisseur Sam Mendes, beroemd door zijn film American Beauty, staat begin juni op het Holland Festival met twee toneelstukken van William Shakespeare (1564-1616). In april waren ze in Parijs te zien, vorige week gaf de regisseur vanuit Londen telefonisch toelichting.

Mendes: „Als je de stukken achter elkaar speelt, blijken ze allebei te gaan over een verdreven hertog, verbannen door een slechte broer, die in de natuur een nieuw hof heeft gesticht. De hertog in As You Like It trekt zich op het eind terug in zijn grot, in het begin van The Tempest komt Prospero er weer uit, als een wijzere, machtige incarnatie. Hij zegt dat hij al twaalf jaar op het eiland zit, precies de tijd tussen de twee toneelstukken. Beide hertogen hebben een dochter die aan de man geraakt, beide stukken gaan over vaders en kinderen. Beide stukken gaan over verworpenen, vluchtelingen die in een nieuw land een beter leven vinden.”

As You Like It (1599) wordt als Shakespeares gaafste komedie beschouwd, een ironische variant op een pastorale. Een meisje wordt van het hof verbannen en vlucht naar het bos van Arden, waar haar vader, de verdreven hertog, een soort hippiecommune leidt. Om zich te handhaven verkleedt zij zich als jongen. Dan volgen allerlei liefdesverwikkelingen, wufte aanleiding voor een verhandeling over de verschillende soorten liefde – de belachelijke, de onhandige, de geile, de blinde, de verhevene, de echte – waarna een viervoudige bruiloft en de plotse rehabilitatie van de hertog worden gevierd. Shakespeare-bezorger Jonathan Bate vatte de vrolijke sfeer samen als: „Four weddings and no funeral”.

Niet helemaal waar, trouwens, want een trouwe bediende overleeft de tocht door het bos niet. Meestal is de dood van die oude man een zijlijntje, maar Sam Mendes geeft de gestorvene, gespeeld door de 85-jarige, witbaardige acteur Alvin Epstein, een ontroerend waardig moment. Door de dood zijn plaats te gunnen in de voorstelling, wijst Mendes alvast vooruit naar The Tempest. Daarin sterft weliswaar niemand, maar het geldt wel als een stuk over afscheid.

Een ander aspecten dat hij naar voren haalt is de transformatie van hoofdrolspeelster Rosalind, een fantastische rol van Juliet Rylance. Aan het hof is zij nog een hoofs trutje, een beschermd opgevoed kind. Zodra zij in het bos aankomt, vermomd als jongen, wordt zij een uitgelaten, vrije geest met een ongekend verbaal vermogen: gevat, snel, spotziek, met haar mond iedereen de baas. Als je het stuk leest, is die transformatie minder sterk. Mendes: „Wie zich vermomt, voelt zich bevrijd. En wie in den vreemde is, ontdekt aspecten van zichzelf die hij nog niet kende. Je kunt zelfs je ware natuur ontdekken. Daar gaat het stuk over.”

Opmerkelijk is dat Mendes zich zo dienstbaar opstelt. Dit is geen regisseurstoneel waarbij de regisseur Shakespeare naar zijn hand zet. Mendes: „Ik vind wel dat iedere nieuwe regisseur een nieuw licht op dit repertoire moet werpen, maar ik kan niet precies zeggen wat mijn nieuwe licht is, ik werk meer instinctmatig. Ik weet dat jullie in Nederland gewend zijn om hele scènes eruit te gooien en de tekst flink te bewerken. Ik geef jullie groot gelijk, vaak heb ik ook die neiging. Maar de Britse traditie wil nu eenmaal dat je Shakespeare helemáál doet, in de oorspronkelijke taal, en dat de regisseur niet tussen Shakespeare en het publiek gaat staan. Cinema is de kunst der regisseurs, toneel is een schrijverskunst.”

In The Tempest (1611) heeft de verdreven hertog Prospero zich op een eiland tot tovenaar opgewerkt. Hij laat een van zijn geesten, Ariël, een storm opwekken zodat zijn vijanden schipbreuk lijden en in zijn macht komen. Na ze eventjes gek van angst te hebben gemaakt, vergeeft hij hen, laat zijn dochter met de zoon van een van zijn vijanden trouwen, laat zijn slaven vrij en vertrekt.

In As You Like Itplaatst Mendes zijn spelers in een sterk gestileerd bos. Het decor bestaat vooral uit de fraaie belichting, warm zomerlicht dat door het bladerdak dringt. Ook in The Tempest zet hij de spelers op een kale houten vloer. In het midden ligt een cirkel van zand – een verbeelding van het eiland en ook van de magische cirkel die Prospero trekt om zijn vijanden te betoveren. Ook hier is het licht belangrijk: psychedelisch kleurrijk. De broeierig ingetogen acteur Stephen Dillane speelt Prospero.

The Tempest is een vreemd stuk. Symbolisch duiden is aanlokkelijk. Populair is de lezing dat dit Shakespeares autobiografische zwanenzang is. Prospero is dan de Godgelijke kunstenaar die in een handomdraai werelden oproept en weer laat verdwijnen en het leven op het eiland regisseert. Prospero kondigt aan zijn toverstaf en boek in de zee te zullen werpen. Dat kun je lezen als: de schrijver geeft zijn kunst eraan en bereidt zich voor op de dood. Dat Shakespeare na The Tempest nog drie andere stukken heeft geschreven, mag de zwanenzangmythe niet bederven. Evenmin als het feit dat Prospero zich geenszins klaarmaakt om te sterven, maar zegt terug te keren naar zijn vroegere hof.

Mendes: „Natuurlijk is Prospero een alter-ego van Shakespeare. Bijna niemand heeft de wereld en de mensheid zo diep doorgrond als Shakespeare, toch beseft hij dat hij misschien maar 4 procent bezit van alle kennis. Wij weten niets. Dat is wat Shakespeare en Prospero concluderen.” Als Prospero het ijdele van een toneelstuk vergelijkt met het ijdele van ons hele leven, dat niet meer is dan even wakker schrikken tijdens een eeuwige slaap, klinkt hij als koning Salomon in het Bijbelboek Prediker. Die is ook een machtige wijze die na jaren studie concludeert: wij weten niets, wij zijn niets.

Prospero is geen milde wijze. Voor hij aan vergeving toekomt laat hij angst en onderdrukking heersen op het eiland. Naast de geesten heeft hij ook de slaaf Caliban in zijn macht. Caliban is geen inboorling, hij is het kind van de Moorse heks Sycorax die naar het eiland was verbannen. Zijn vader is de Duivel. Nadat Caliban probeerde om Prospero’s dochter te verkrachten, heeft de tovenaar geconcludeerd dat beschaving geen vat heeft op zijn wilde natuur, en hem tot slaaf gemaakt.

Primitief, ontembaar, gewelddadig, onberekenbaar: in Caliban zijn de racistische stereotypes te ontdekken die blanken hebben over mensen van Afrikaanse afkomst die in de Amerika’s tot slaaf werden gemaakt. Mendes onderstreept dit door Caliban te laten spelen door de zwarte acteur Ron Cephas Jones. Is dat bewust? „Zeker. Voor mij gaat het stuk weliswaar niet over Amerika en de slavernij, maar wel over kolonialisme. Verder zie ik Caliban vooral als een duistere kant van Prospero, de drift die hij in zichzelf bezweert, omdat hij deugd boven macht stelt.”

Mendes wijst erop dat Shakespeare zich liet inspireren door Montaignes essay Over de kannibalen (1580). Daarin schrijft Montaigne over de Nieuwe Wereld als een heroverd paradijs met pure natuurmensen ‘vers van de goden’. Het ontbreken van handel, ambtenarij, schrift, rekenen, etc. vindt hij tekenen van hun ongecorrumpeerde staat. Mendes: „In beide stukken schetst Shakespeare een alternatieve gemeenschap, vrijer en dichter bij de natuur dan het moderne stadse leven. Hij flirt met een opvallend moderne maatschappijvorm zonder duidelijke machtshiërarchie. Maar die ideale samenleving is een romantische droom die we nooit zullen bereiken, zo maakt hij ook duidelijk. Utopia: een plek die niet kan zijn.”

The Tempest is zeker geen onderstreping van Montaignes verdediging van de indianen. Caliban is geen nobele wilde, maar een opstandige wilde die de meester in zijn slaap wil vermoorden en die de roomblanke dochter wil verkrachten; angstbeelden van de koloniaal. Mendes: „Maar de vraag is of dat is aangeboren, of dat hij zo geworden is door zijn slavenbestaan.”

Wie lang genoeg wordt behandeld als een hond, gaat zich ook gedragen als een hond. Mendes verzwijgt dat Prospero en Caliban eerst vrienden waren, tot die poging tot schending de verhouding verstoorde. Zo primitief is Caliban ook niet, de prachtigste verzen rollen uit zijn mond. Vooral zijn beledigingen zijn bloemrijk: „De giftige dauw, zoals mijn moeder die ooit met een ravenveer opveegde van de bedorven moerasgrond, druipe op jullie beiden. De zuidwester bedekke jullie met vieze zweren.”

In zijn verlangen om The Tempest met As You Like It te verbinden, heeft Sam Mendes wel erg vrij Ted Hughes geparafraseerd. De dichter zegt in Shakespeare and the Goddess of Complete Being (1992) weliswaar dat er overeenkomsten zijn tussen de plots van die twee stukken, maar dat hadden anderen voor hem al geconstateerd. Hij betoogt vooral dat The Tempest een samenvatting van het héle oeuvre is. Verder verbindt hij het werk met de Griekse mythologie. Prospero zit op het eiland van de heks Sycorax als Odysseus op het eiland van de heks Circe. In een grot vindt Odysseus een weg naar de Onderwereld waar hij zijn moeder terugziet. Hughes: „Aeneas vond in hetzelfde oord Dido; Dante vond na de verschrikkingen van de Hel Beatrice en de Hemelse Moeder; en Shakespeare, nadat hij de ‘grot’ in het Moederbos van Arden inging, en na de verschrikkingen van de tragedies, vond...”

‘Moederbos’ is volgens Hughes het bos dat in de mythologie de ingang naar de Onderwereld beschermt. De naam is een verwijzing naar de meisjesnaam van Shakespeares moeder: Arden. Op de drie puntjes moet de lezer ‘Grote Godin’ invullen, want volgens Hughes was Shakespeare op zoek naar Haar.

Door de stukken naast elkaar te zetten, stelt Mendes, benadruk je ook de verschillen: „Shakespeare schreef As You Like It toen hij onderdeel uitmaakte van een toneelgroep. Je merkt dat aan de tekst: alles is toegesneden op opvoering door bepaalde acteurs. The Tempest schreef hij toen hij zich had teruggetrokken uit de theaterwereld, in zijn geboortestad Stratford. Hij verwijderde zich steeds meer van de concrete wereld naar het domein van de verbeelding, van het transcendente. As You Like It is een aards stuk over liefde, The Tempest is duisterder. As You Like It zit vol liederen, vol leven. The Tempest heeft meer de kwaliteiten van een haiku.”

‘As You Like It’ en The Tempest’ staan 2-6 juni in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Inl: hollandfestival.nl.