Turkse oppositie zegt alleen nee

Morgen kiest de grootste oppositiepartij van Turkije een nieuwe leider. De vraag is of die verandering ook nieuw leven in de partij brengt.

Achttien jaar lang was Deniz Baykal het onverzettelijke gezicht van de grootste oppositiepartij van Turkije, de CHP. In die achttien jaar boekte hij bij verkiezingen nederlaag na naderlaag, maar niemand kreeg hem van zijn troon. Totdat dit met internet geobsedeerde land Baykal kon bewonderen op een mistig filmpje waarop hij op de rand van een bed zit, in onderbroek en met opgetrokken sokken, terwijl een partijgenote naakt door het beeld loopt. Zo had Turkije de 71-jarige leider nog nooit gezien.

Baykals advocaat zei gisteren dat de beelden vals zijn, maar voor een ommekeer van de ommekeer in de Turkse politiek is het nu waarschijnlijk te laat. Baykal moest vorige week zijn ogenschijnlijk onaantastbare leiderschap van de CHP neerleggen en een nieuwe kandidaat hoopt morgen op een partijcongres zijn baan te krijgen. Over de kansen van Kemal Kilicdaroglu zometeen meer, maar eerst de vraag waarom het in Turkije zo lang duurt voor een partij haar leider ververst of belangrijker nog: haar ideeën.

Want de CHP mag dan wel de partij zijn die onder Baykals verre voorganger Mustafa Kemal Atatürk een vergaan wereldrijk hervormde tot een moderne en seculiere republiek, in de afgelopen decennia kwam uit de koker van diezelfde partij maar één woord: nee. Nee tegen meer rechten voor gelovige moslims, Koerden of andere minderheden. Nee tegen de hervormingen die Turkije nodig heeft om toe te kunnen treden tot de Europese Unie. Onder Baykal werd de CHP de partij van de stilstand, angst voor de buitenwereld en vooral: geen hoop.

„Hoe kan dat je boodschap zijn in een land dat explodeert van energie en dynamiek?”, vraagt columnist Asli Aydin Asbas van de krant Milliyet. „Ik ben een seculiere Turk, maar als de CHP vandaag de macht zou overnemen betwijfel ik of morgen de treinen nog rijden. Het is de partij van een kliek geworden, volkomen afgesneden van de maatschappij en wat er leeft.”

Dat is opmerkelijk voor een partij die zichzelf de Republikeinse Volkspartij noemt en zijn bestaansrecht dankt aan het verzet tegen de elitaire sultans die het Ottomaanse Rijk failliet lieten gaan. Nu is de CHP zelf de partij van de stedelijke elite die angstig is over de opkomst van de gelovige middenklasse van het Anatolische platteland die acht jaar geleden de AK-partij aan de macht bracht. „De CHP vaart enkel op de erfenis van Atatürk. Dat is politiek uit 1923. De voormalige hervormers zitten vast in het verleden”, zegt columnist Mustafa Akyol, een uitgesproken fan van de AK. Bij de laatste verkiezingen haalde de CHP 22 procent van de stemmen, tegen 47 procent voor de AK. Onder Baykal haalde de CHP bij eerdere verkiezingen soms maar net de kiesdrempel. „Het is misschien klein, maar het is tenminste van mij” werd een gevleugelde uitspraak in kringen van de CHP.

De politiek van Turkije is gepolariseerd tussen de gelovige conservatieven van de regerende AK en de strenge seculiere oppositie die niks anders wil dan terug naar vroeger. Voor de seculiere maar hervormingsgezinde Turk is er weinig keus. Nieuwe partijen die de tussenweg zoeken hebben het moeilijk en halen meestal de kiesdrempel niet. „Er is een mentaliteitsverandering nodig bij de oppositie en bij de regering”, zegt Abdullatif Sener, voormalig vice-premier van Turkije en een van de oprichters van de AK. In 2008 stapte hij uit de AK en begon hij zijn eigen partij. „De oppositie is gesloten voor hervormingen en de regering trekt alle aandacht en macht naar zich toe.”

Kemal Kilicdaroglu die morgen op het partijcongres tot de nieuwe voorman van de CHP verkozen hoopt te worden, zou het antwoord kunnen zijn. Hij is Koerd en aleviet en heeft nieuwe ideeën. De Turkse pers heeft hem al tot de nieuwe Gandhi gedoopt, vooralsnog vooral wegens zijn studentenbrilletje en kale hoofd. Hij voerde vorig jaar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen een straffe campagne als kandidaat voor het burgemeesterschap van Istanbul en ageerde luid tegen de corruptie binnen het zittende AK-bestuur.

„Hij staat dicht bij het volk, gaat de wijken in, dat is veelbelovend”, zegt columnist Akyol. „Maar wat doet hij als het komt op meer rechten voor de Koerden of de hervormingen die de EU wil? Als Koerd moet hij waarschijnlijk nog meer opletten dat hij de nationalisten binnen de partij niet tegen de haren in strijkt. Wat Turkije nodig heeft is een seculiere maar hervormingsgezinde oppositie. Of deze nieuwe man dat waar kan maken? Ik moet het nog zien.”