Schoonheid van de koers

Mijn moeder kijkt wielrennen voor het landschap. De Tour de France is haar favoriete wedstrijd, want ze gaat graag naar Frankrijk op vakantie. Verder begrijpt ze niet wat er interessant aan is om urenlang te kijken naar tweehonderd fietsers die achter elkaar aan rechtdoor fietsen. Voor haar is dat zoiets als kijken naar verf die opdroogt en er zijn veel mensen die het met haar eens zijn.

Ik houd van wielrennen. Het is misschien wel de mooiste sport die er is. Het is een fascinerende combinatie van een teamsport en een individuele sport. Persoonlijke ambities worden gefnuikt door het groepsbelang. Er worden tijdelijke coalities gesmeed, bijvoorbeeld in een kopgroep, waarvan zeker is dat ze, zodra de samenwerking succes heeft, zullen omslaan in bittere rivaliteit. Wielrennen is als schaken, maar vergt tegelijkertijd een bovenmenselijke fysieke inspanning. Het is het gevecht van teams tegen teams, van renner tegen renner, van de eenling tegen het peloton en van de mens tegen de natuur. Het is een ontroerende sport. Voetbal is een sport van momenten, een wielerkoers is een verhaal. Het is een literaire sport.

De schoonheid van de koers wordt schitterend geïllustreerd in de spectaculaire en chaotische editie van de Giro d’Italia die op dit moment wordt verreden. Maar dan komen er altijd weer verhalen die het grote verhaal verpesten. En dan bedoel ik niet het gerucht dat de profrenners rondrijden op vermomde Spartamets omdat ze elektromotortjes zouden hebben verstopt in hun frame, een gerucht dat zo serieus is dat de UCI het officieel heeft ontkend.

Eergisteren heeft de Amerikaanse wielrenner Floyd Landis een gedetailleerde bekentenis afgelegd van jarenlang dopinggebruik. En in zijn val probeert hij een aantal collega’s mee te sleuren, onder wie Lance Armstrong, de grootste kampioen aller tijden. Hoewel zijn bekentenis zal zijn ingegeven door rancune, geloof ik hem. Natuurlijk geloof ik hem. De strijd tegen doping kan niet worden gewonnen. Misschien is het tijd om het verbod op doping af te schaffen. Het zou de koers eerlijker maken. Iedereen zou strijden met gelijke middelen, terwijl het nu een strijd is om wie de middelen het beste kan verbergen.

Ilja Leonard Pfeijffer