Rintje

Rintje, Henriette en Tobias hebben alle drie een heel bijzonder ballon. Een ballon die heel ver kan vliegen. Ze hebben er een brief of tekening aan gehangen en nu gaan ze ballonnen oplaten in de tuin.

Mama begint af te tellen. ‘Drie… twee… één…’

‘Wacht!’ roept Henriette. ‘Ik moet eerst nog een kusje op mijn brief geven. Dat brengt geluk!’ Ze geeft een heleboel kusjes op haar brief en dan is ook Henriette klaar.

Mama tellen nog een keer af. ‘Drie… twee… één… en los!’

De drie ballonnen vliegen heel langzaam naar boven. Hoger en hoger. Ze zijn al bijna zo hoog als de hoogste takken van de bomen in de tuin. Maar dan blijft de ballon van Tobias achter een tak haken.

De andere twee ballonnen vliegen steeds hoger de lucht in. Het zijn kleine stipjes geworden.

Tobias kijkt heel verdrietig. ‘Nu kunnen mijn brief en tekening nooit een verre reis maken,’ zegt hij.

‘Ik ga de ladder uit de schuur halen,’ zegt mama, ‘dan krijgen we de ballon wel weer los!’

Even later staat ze op de bovenste tree van een lange ladder met een hele lange bezemsteel. Ze slaat zo hard tegen de takken tegen de takken dat ze bijna haar evenwicht verliest. Ze zwaait met haar poten en laat de stok los.

Gelukkig valt ze niet en kan ze er hard om lachen.

Door de klap met de stok is de ballon los gekomen en vliegt nu ook deze ballon hoog in de lucht.

Tobias springt op en neer van blijdschap in het gras. ‘Ik was zo bang dat mijn brief hier in de boom zou blijven hangen!’ roept hij. ‘Maar nu komt hij toch nog ergens ver weg terecht.’

‘Waar zou mijn ballon naartoe vliegen?’ vraagt Henriette.

‘Dat hangt van de wind af,’ zegt Rintje. ‘Als het noordenwind is vliegt hij naar de Afrika en als het Zuidenwind is naar de Noordpool’

‘Misschien land mijn brief met hartjes wel in de zee!’ zegt Henriette. ‘Dan leest een vis mijn brief!’

‘Of hij word opgegeten door een haai!’ zegt Tobias. ‘En dan leest helemaal niemand hem!’

‘En misschien komt de brief helemaal niet ver,’ zegt Rintje. ‘Dan krijg ik antwoord van iemand uit mijn eigen straat.’

‘Jullie moeten geduld hebben,’ zegt mama. ‘Het kan wel heel lang duren voor we iets horen, en misschien komt er helemaal nooit een reactie.’

Trrrrriiiiing. Dat is de deurbel. Rintje rent door de gang en doet open. Het is de postbode.

‘Woont Rintje hier?’ vraagt hij.

Rintje is heel verbaasd. Is zijn ballon nu al gevonden?

‘Ik heb een pakketje voor Rintje,’ zegt de postbode.

Snel maakt Rintje het pakje open. Het heeft niets met zijn ballon te maken, want het is cadeautje van oma, met een briefje erbij.

‘De volgende keer komt er misschien echt antwoord van een van de vinders van onze ballonbrief!’ zegt Henriette.

Sieb Posthuma