Reve

`Maas vertelt geen verhaal, hij heeft geen leidend idee`, schrijft Wilfred Takken in zijn recensie van De rampjaren, het tweede deel van Nop Maas` biografie van Gerard Reve (Boeken, 07.05). Het boek is volgens hem meer een kroniek dan een biografie. Takken behoort kennelijk tot die critici die graag met bewondering kijken naar de zelfverzekerde creatieve greep van de biograaf uit de hem altijd overstelpende hoeveelheid materiaal. En wie doet dat niet? Maar we weten ook dat de biograaf die zelfverzekerdheid pas in heldere zinnen of impliciet kan weergeven na een moeizame zoektocht in de feiten. Er zijn ook biografen die evenzeer een keuze hebben gemaakt uit de feiten, maar het daar niet zo over hebben en juist het overstelpende van de feiten laten zien. Biografen als Harry Prick, die het leven van Lodewijk van Deyssel in zo`n kleine 3.000 pagina`s minutieus beschreef en dat misschien liefst van minuut tot minuut zou hebben gedaan.

Gelukkig hebben we nu een tweede biograaf van dat kaliber. Beiden vervelen geen seconde, ook al zijn ze geen begenadigd stilist (een ander bezwaar van Takken tegen Maas). Ze kiezen voor een bescheiden taal die de achtergrond is waartegen die van hun held kan schitteren.